OKV2011.4
In de vijftiende eeuw zijn de steden van de Bourgondische Nederlanden toonaangevende kunstzinnige productiecentra die tekenen voor de vernieuwende schilderkunst van de Vlaamse Primitieven, de gotische kerken, de Brabantse retabels, de wandtapijten en de schitterende polyfone muziek. Ook de verluchtingskunst kent in de Zuidelijke Nederlanden in deze periode een artistieke bloei zonder voorgaande. De vijftiende eeuw, de gouden eeuw van de Vlaamse miniaturen, vormt een keerpunt in de geschiedenis van het handgeschreven boek.
Brussel, KBR, ms. 9015, Sint-Augustinus, De Civitate Dei (in de Franse vertaling van Raoul de Presles: Cité de Dieu), f. Ir. Sint-Augustinus onderwijst zijn leer; Clavis ontvangt zijn wapenschild uit de hemel.
De librije van de Bourgondische hertogen werd op het einde van de vijftiende eeuw als een van de meest prestigieuze bibliotheken van de hele westerse wereld beschouwd. In september 1794 haalden de commissarissen van de Franse Republiek een groot deel van de Bourgondische handschriften weg uit onze streken om ze over te brengen naar Parijs. Pas in 1815 en na de nederlaag van de legers van Napoleon keerden de door Frankrijk geconfisqueerde documenten terug naar Brussel. Sommige werken bleven echter in Parijs achter, andere – die geen deel uitmaakten van de bibliotheek van de hertogen – reisden dan weer wel naar Brussel.
Voor het eerst brengen de Koninklijke Bibliotheek van België en de Bibliothèque nationale de France hun collecties samen en bundelen ze hun krachten om de bloeitijd van de Vlaamse miniatuurkunst in het volle daglicht te zetten. Ze organiseren een dubbeltentoonstelling van internationale allure die opent in Brussel en daarna een vervolg krijgt in Parijs.
Dit gemeenschappelijk project is het resultaat van jarenlang onderzoek in beide instellingen dat is verwerkt in een aantal wetenschappelijke publicaties. In Brussel en Parijs krijgt het publiek maar liefst 140 van de meest prestigieuze verluchte handschriften te zien. Sommige zijn al meer dan 50 jaar niet meer getoond, andere nog nooit. De originele scenografie van de tentoonstelling heeft niet alleen oog voor de stukken zelf, maar ook voor de context waarin ze tot stand zijn gekomen. Zo dringt de bezoeker pagina na pagina dieper door in de middeleeuwse fantasiewereld, bevolkt door helden en legenden, waar we Alexander de Grote, Karel de Grote, Lancelot en de fee Melusine zij aan zij vinden met Reinaart de Vos, gevleugelde draken en vreemde eenhoorns.