OKV2023.1
Theodoor Rombouts (1597-1637) was een gevestigde waarde in het barokke Antwerpen. Met monumentale genrefiguren en krachtig chiaroscuro was hij een leidende figuur onder de caravaggisten in de Nederlanden. Ondanks Rombouts’ vernieuwende branie, overleefde zijn reputatie hem niet. Een overzichtstentoonstelling in MSK Gent bezorgt Rombouts het nodige eerherstel.
Theodoor Rombouts, De kaartspelers, ca. 1630, olieverf op doek
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen
Antoon van Dyck nam hem op in zijn Iconographie, een reeks gravures van beroemde kunstenaars, politici en intellectuelen. Tijdgenoten beschouwden hem als een artistiek zwaargewicht en waardeerden zijn imponerende genrestukken in caravaggistische stijl. Na de doortocht van Rubens werd diens vormentaal zodanig dominant in Antwerpen dat ze tot op heden de kunstgeschiedenis blijft beheersen. Vandaag valt Rombouts buiten de kunsthistorische canon en blijft hij in de schaduw staan van de Antwerpse drie: Rubens, Van Dyck en Jordaens. Maar wie was Theodoor Rombouts, die door collega’s nog als vir illustris omschreven werd? De barokschilder werd in 1597 geboren als zoon van een kleermaker en ging vanaf 1608 in de leer bij Frans van Lanckvelt en Abraham Janssen. In 1616 trok de amper negentienjarige Rombouts naar Rome, waar hij de smaak voor het dramatische clair-obscure en het natuurgetrouwe realisme van Caravaggio te pakken kreeg. Deze Italiaanse fase was van doorslaggevend belang voor zijn artistieke ontwikkeling. Na een geslaagde doortocht in Firenze, keerde hij in 1624 terug naar de Scheldestad, waar hij het caravaggisme met veel bravoure introduceerde. De realistische expressiviteit van zijn werk sloeg meteen aan.