OKV2025+
En toen was ze weg. Monique Gies vertrok van de ene dag op de andere. Ze verliet haar burgerlijke leven en stortte zich op de schilderkunst. Haar werk, dat pas na haar dood werd ontdekt, spreekt over wat je niet kunt benoemen maar wel kunt voelen. Perspectief wordt emotie in dit universum van poppen zonder armen, lege interieurs en flarden zolderkamer die tegelijk tonen en verbergen.
Monique Gies, Zonder titel, s.d., acrylverf op hardboard, 37 x 46,5 cm. Privécollectie, Parijs © Monique Gies. Courtesy of Galerie Christophe Gaillard
De solotentoonstelling Binnenzichten van Monique Gies (1934–2022) in Museum Dr. Guislain opent met zes geschilderde poppenhoofden die door een raam van de toeschouwer gescheiden worden. De compositie geeft geen glimp van de gevel; wat binnen en wat buiten is blijft in het midden. Het raamglas wordt bijeen gehouden door lood, de hoofdjes zijn op zichzelf aangewezen voor balans. Twee gezichtjes kijken naar een porseleinen beeldje van een kindje dat het kruis van Christus omarmt. Daarnaast: een acrylwerk met een gesluierd kind dat in een ronde spiegel kijkt. Een pop zonder pupillen kijkt terug, al is penetrant loeren een betere omschrijving. Wie is hier eigenlijk wie aan het bekijken? De sluier komt wel vaker voor in deze reeks van Gies, al zijn het veeleer voiles die niet veel uithalen. De dunne stof belemmert eerder het zicht van wie eronder zit dan dat het hen onttrekt aan de blik van een ander. Je bent bedekt, maar je bent er nog. Een tevergeefse verstopplek.