Over Prosper De Troyer doen karrenvrachten clichés de ronde. Tijd om schoon schip te maken, dachten ze in Mechelen en hoogtijd om naar de werken zelf te kijken. Het is deze zomer in Lamot niet minder dan een wedergeboorte van een miskend avant-gardist. (Is dit geen cliché?)

Prosper De Troyer, De rode visser, 1917, olieverf op paneel,

Prosper De Troyer, De rode visser, 1917, olieverf op paneel, 97,5 x 126 cm. Erven de Trouer, Mechelen

Nestor onder de modernisten

Curator Kurt De Boodt (°1969), die twee jaar geleden op dezelfde locatie al instond voor de tentoonstelling rond Rik Wouters, heeft zijn selectie een intrigerende ondertitel meegegeven: Prosper De Troyer. schilder in beweging. Dit vraagt een woordje uitleg. Kurt De Boodt: “Het is natuurlijk dubbelzinnig bedoeld. Het gaat over een van de meest in het oog springende kenmerken van zijn werk: de beweging, in zijn futuristisch werk, maar ook ervoor en erna. En dan het ander aspect dat mij tijdens de research is opgevallen: hij is een modernist die constant de kunstbewegingen volgde en er ook actief bij betrokken was. We hebben het dan ruwweg over de periode tussen 1914 en 1935.”

En daar gaat al het eerste cliché: Prosper De Troyer (1880-1961), als een soort eremijt teruggetrokken in zijn provinciaal nest. De waarheid was helemaal anders. Halfweg tussen Brussel en Antwerpen volgde hij wel degelijk de avant-garde die daar actief was. Er waren zeer intense uitwisselingen met Paul Van Ostaijen (1896-1928) in Antwerpen, met Michel de Ghelderode (1898-1962) en Felix De Boeck (1898-1995) in het Brusselse, om de voornaamste maar te noemen.

De Troyer is een kleurrijk kunstenaar. Van bij zijn vroegste werken is dat duidelijk. Het doorsnee impressionisme is hem te braaf en binnen de kortste keren is hij een flamboyant fauvist, met vlammende kleuren en een zwierige penseelvoering. Kurt De Boodt noemt hem zonder meer “de wildste onder de Brabantse fauvisten.” Zo zijn er een Rode Visser die zijn titel niet gestolen heeft, blauwe koeien (ja, blauwe) en bloemstukken waar kleur en beweging van het doek spatten. Aan wie denken wij dan het eerst: aan Vincent van Gogh (1853-1890) of aan Rik Wouters (1882-1916)? Zowel naar de ene als naar de andere werd in die dagen opgekeken, behalve door verstokte traditionalisten. Bovendien was Wouters ook een Mechelaar. Daar komt het volgend cliché al om de hoek kijken: De Troyer als epigoon van Rik Wouters. Dit is uiteraard gebouwd op een oppervlakkige waarneming: levendige kleuren akkoord, maar de Troyer debuteert rond 1914, op een tijdstip dat Wouters al jaren weg is uit Mechelen. En nog een cliché, maar van ondergeschikt belang: Prosper De Troyer is geen geboren Mechelaar. Hij kwam er zijn militaire dienst doen en is er gebleven. Hij was afkomstig van Destelbergen.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.