OKV2020.2
Jan Vaerten is al ruim veertig jaar dood. In Beerse waar hij sinds 1942 woonachtig was, wordt de herinnering aan hem levend gehouden door een bescheiden, maar stijlvol museum.
Jan Vaerten aan het werk, reproductie van een foto
Voor Jan Vaerten (1909-1980) was Beerse een veilige thuishaven. Niet dat hij van nature honkvast was of de buitenwereld schuwde, wel integendeel. Het dorpje in de Stille Kempen bood rust aan zijn woelige geest en hoedde hem voor de verleidingen eigen aan grootsteden en kunstmetropolen. Hij wist goed genoeg dat zijn geestelijke honger niet te stillen was en daarom ontliep hij liever het overaanbod aan culturele prikkels en concentreerde zich des te meer op de eigen creativiteit. Maar een kluizenaar was hij zeker niet en de kunstwereld kende hem. Raar maar waar, Ossip Zadkine (1890-1967), de Wit-Russische kunstenaar die in Parijs werkte, kwam hem in Beerse opzoeken. Qua erkenning kende hij wel periodes van hoogtes en laagtes.
Het Museum Jan Vaerten huist in een deel van het Gemeenschapscentrum ’t Heilaar. Het sluit dus aan bij het hedendaags cultuuraanbod in eigen dorp. Dat zou Vaerten wel gezind hebben. In een ruime zaal, overzichtelijk en rustgevend, zijn de werken deels thematisch in open kernen opgesteld. In een oogopslag is het duidelijk dat Jan Vaerten niet onder een noemer onder te brengen is. Dat is ook wel problematisch: er valt zoveel meer te tonen. Zoon Frank beaamt dat er slechts een fractie van het beschikbare werk kan tentoongesteld worden; het heeft geen zin de ruimte vol te proppen. De werken komen dan niet langer tot hun recht en de bezoeker wordt in verwarring gebracht. Toch missen we een documentatiehoek met enkele markante documenten, wat foto’s misschien, en een overzicht van Vaertens rijkgevulde kunstenaarsleven. Voor wie zich toch hierin wil verdiepen liggen een aantal mappen klaar, maar de meeste museumbezoekers hebben het niet zo gezien in studiewerk aan een tafeltje…