OKV2013.1
Het was een tijdje geleden, maar onze eerste abstracten staan weer in het zonnetje, ditmaal in het MSK Gent, niet meteen de plek waar zij hun grootste successen behaalden.
Links: Georges Vantongerloo, Studie nr. III, 1919-1920, caseïne op paneel, 30 x 22,5 cm
Museum voor Schone Kunsten, Gent
Rechts: Marthe Donas, Abstracte compositie nr. 6, 1920, olieverf op paneel, 63 x 48 cm. Privéverzameling
“Het is een beetje uit de hand gelopen,” verontschuldigt curator Johan Desmet zich als hij het grondplan van het MSK toont met daarop de zaalindeling voor de tentoonstelling. De grootste helft van het museum wordt ingepalmd en dat was aanvankelijk niet voorzien. Met vijfhonderd catalogusnummers zal er heel wat meer te zien zijn dan schilderijen met kleurrijke geometrische figuren. Die avant-garde van de jaren twintig heeft inderdaad verrassend veel te bieden.
Jaren twintig? Toch laat Desmet het verhaal heel wat vroeger beginnen, namelijk in 1912. Begin- en einddatum van de avant-garde zijn altijd een twistpunt onder specialisten. Is het 1917, 1920 of een andere datum. Ieder heeft zijn eigen motivaties. 1912 is eveneens verdedigbaar. Johan Desmet: “Het is het tijdstip waarop heel wat vernieuwende kunst voor het eerst te zien was in ons land: het futurisme, het kubisme en de eerste abstracten, echt totaal nieuwe dingen. De Europese avant-garde kunst komt naar ons toe, maar ook onze kunstenaars tonen zich in Europa. En daarvoor hebben we drie kunstenaars voorop gesteld: Jules Schmalzigaug, Marthe Donas en Georges Vantongerloo.”