OKV2013.4
De zestiende eeuw is voor onze gewesten een bijzonder fascinerende episode. De Nederlanden zijn toen tot hun grootste bloei gekomen, maar tijdens de Opstand zijn de donkerste bladzijden van onze geschiedenis geschreven.
Het begin van de eeuw is een tijd van grote intellectuele vrijheid en bedrijvigheid. Het humanisme ontwikkelde zich in de veertiende en vijftiende eeuw in Italië, met verlichte geesten zoals Francesco Petrarca (1304-1374) en Giovanni Pico della Mirandola (1463-1494). De nieuwe wind waaide vervolgens doorheen heel Europa en kreeg ook in de Nederlanden een grote weerklank. In de zestiende eeuw beleefde het humanisme hier zijn hoogdagen. In Leuven stichtte Desiderius Erasmus (ca. 1466/69-1536) het Collegium Trilingue en verscheen het bekende boek Utopia van Thomas More (1478-1535), uitgegeven door Dirk Martens (ca. 1446-1534). De geneeskunde zette grote stappen vooruit door de inzichten van Andreas Vesalius (1514-1564).
Ook op het gebied van de beeldende kunst is er een grote creatieve energie. Zowel in Italië als in Vlaanderen ontstaan er in de vijftiende eeuw vernieuwende kunstwerken. De koepel van de Dom van Firenze door Filippo Brunelleschi (1377-1446) beschouwt men als het startschot voor de renaissancekunst. Ongeveer tegelijkertijd ontwikkelde zich in de Nederlanden de schilderschool van de Vlaamse primitieven. Vanaf Jan van Eyck (ca. 1390-1441) en Rogier van der Weyden (ca.1400-1464) volgen de absolute meesters elkaar op: Dieric Bouts (ca. 1415/20-1475), Hans Memling (ca. 1435-1494), Hugo van der Goes (ca. 1440-1482), Gerard David (1460/65-1523), Quinten Metsijs (ca.1466-1530), Bernard van Orley (1487/91-1541). Tegen het einde van de vijftiende eeuw tot ongeveer 1520 beleefde de kunst in Italië zijn orgelpunt met de bijna mythische kunstenaars Rafaël (1483-1520), Michelangelo (1475-1564), Da Vinci (1452-1519) en Titiaan (1487/90-1576).
Het is in die periode van ongebreidelde creativiteit dat we Michiel Coxcie moeten situeren. Hij werd geboren tegen het einde van de vijftiende eeuw en stierf in 1592. Hij heeft alle dramatische omwentelingen van de zestiende eeuw meegemaakt: de reformatie, de Beeldenstorm en het katholieke antwoord daar op. Op artistiek vlak was hij een levende verbinding tussen de Vlaamse primitieven en de barok. Op het moment dat hij werd geboren was Gerard David nog actief en Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) stond op het toppunt van zijn kunnen. Op het moment dat Coxcie stierf was Peter Paul Rubens (1577-1640) bezig met zijn opleiding in Antwerpen.