OKV2025.5
Tot vijf oktober kon je je op de site van het kasteel van Chantilly, veertig kilometer ten noorden van Parijs, vergapen aan wat wel eens het bekendste verluchte handschrift ter wereld wordt genoemd. Les Très Riches Heures du duc de Berry werd er getoond in een eersteklasexpo, en dat slechts voor de vierde keer tijdens de afgelopen honderd jaar. Het is, zoals een kunsthistoricus het ooit verwoordde, makkelijker om op audiëntie bij de paus of de president van de VS uitgenodigd te worden, dan om dit legendarische manuscript onder ogen te krijgen. Het uitstekende boek bij de expo zal voor wie er niet bij was de pijn helaas niet verzachten.
Herman, Paul en Johan van Lymborch, Les Très Riches Heures du duc de Berry (de maand januari), ca. 1411-1416, Musée Condé, Chantilly
Op 11 januari 1856 schreef Henri d’Orléans (1822-1897), hertog van Aumale, dat hij in Genua een poging zou ondernemen om een verlucht handschrift op de kop te tikken én dat het het mooiste was dat hij ooit zag, na het Farnese handschrift van Giulio Clovio. Lang nadat het precieuze perkament in zijn bezit was, verwoordde hij het anders: “Dit boek neemt een uiterst belangrijke plaats in de kunstgeschiedenis in: ik durf zelfs te stellen dat het op eenzame hoogte staat.” Henri d’Orléans herontdekte dus Les Très Riches Heures, dat ruim na het overlijden van opdrachtgever Jean de Berry (1340-1416) als losse folio’s waarschijnlijk terechtkwam in de collectie van Margareta van Oostenrijk in Mechelen, waar ze ingebonden werden. Daarna werden ze opnieuw ingebonden en vond het boek zijn weg naar Genua. In zijn testament liet Henri d’Orléans optekenen dat zijn uitgebreide bibliofiele en kunstcollectie nooit mocht uitgeleend worden, vandaar dat je waarschijnlijk de Mona Lisa van de handschriften nooit eerder zag. Of is de Mona Lisa niet gewoon de Très Riches Heures van de paneelschilderijen?
Dat neemt niet weg dat je enkele volbladminiaturen, zoals de besneeuwde maand februari, kent. Ze behoren tot de meest gereproduceerde beeltenissen van de (late) middeleeuwen, zijn haast emblematisch voor ons beeld van die lange periode. Voor schrijver Umberto Eco bijvoorbeeld gaven deze miniaturen hem toegang tot de abstracte term ‘middeleeuwen’; hij kon er zich met deze prachtige schilderijtjes op perkament iets bij voorstellen: overdadige feesten, valkenjachten, elegante hovelingen op paarden, schitterende kastelen, mensen die leven en werken op het ritme van de seizoenen.