OKV2021.2
Museum Hof van Busleyden in Mechelen is een van de weinige Belgische musea dat in coronatijden met een internationale tentoonstelling durft uitpakken. Aan de hand van schitterende kinderportretten, handschriften, speelgoed en andere voorwerpen werpt Kinderen van de Renaissance een artistieke blik op kinderen rond 1500. Een tijdperk waarin Karel V en andere prominente prinsenkinderen hun jeugd in Mechelen doorbrachten, humanistische ideeën over opvoeding in opmars waren en de kindertijd een uiterst precaire en fragiele periode bleef.
Meester van de Magdalenalegende, Portret van een prinses (wellicht Aartshertogin Isabella), eerste kwart zestiende eeuw, olieverf op paneel
Een ambitieuze tentoonstelling opzetten is in de huidige context allesbehalve evident, volgens curator Samuel Mareel: “We ontvangen in Mechelen een aantal prestigieuze bruiklenen vanuit buitenlandse collecties zoals het Kunsthistorisches Museum in Wenen, het Louvre in Parijs of de Royal Collection in Engeland. Het internationale transport van kunstwerken regelen is dezer dagen geen sinecure. Wat als de grenzen met Engeland plots op slot gingen bijvoorbeeld? Sommige musea laten werken enkel reizen indien ze vergezeld worden door een medewerker van de eigen instelling, maar die moeten dan eerst in quarantaine gaan. We stelden de tentoonstelling noodgedwongen al eens uit, maar zijn enorm blij dat we de fenomenale kinderportretten nu aan het grote publiek kunnen laten zien.”
Vroegmoderne vorstenportretten zijn doorgaans een toonbeeld van image building, maar de portretten van prinsenkinderen doorprikken dat propagandistische karakter vaak, zegt Mareel: “Ik deed wel al onderzoek naar toneelstukken die geschreven werden bij de geboorte van Margaretha van Oostenrijk, Karel V en andere jonge Habsburgers, maar ik tastte in het duister over hoe die mensen er als kind uitzagen, of hoe hun opvoeding verliep. Tot ik een prachtig klein werkje uit de Britse Royal Collection te zien kreeg waarop de latere keizer Karel amper tien jaar oud is en dat bracht een historische sensatie teweeg. Weg is plots de staatspropaganda. Hier komt een historisch figuur tot leven. Dat gevoel willen we ook in de tentoonstelling overbrengen, en Mechelen biedt daarvoor het ideale kader.”
Voor de Bourgondische en Habsburgse vorsten was Mechelen namelijk een opvoedkundig centrum. Nadat Filips de Schone in 1506 overleed en zijn vrouw Johanna de Waanzinnige ontoerekeningsvatbaar werd verklaard, moest een oplossing gevonden worden voor hun vier jonge kinderen: Eleonora (van Oostenrijk), Karel (V), Maria (van Hongarije) en Isabella (van Oostenrijk). Hun tante, Margaretha van Oostenrijk, werd naar Mechelen gehaald om de opvoeding van de kinderen in goede banen te leiden. Keizer Maximiliaan, Karels opa, had toen immers al een masterplan opgevat om alle erfenissen uit de Spaans-Oostenrijkse alliantie te laten samenvallen in de persoon van de jonge Karel, dus zijn opvoeding was van vitaal belang. In het Mechelse Hof van Kamerijk, op de locatie van de huidige stadsschouwburg, werd alles uit de kast gehaald om de kinderen voor te bereiden op hun toekomstige rol. Ook de kleine stad Mechelen deed een duit in het zakje en probeerde het de kinderen naar hun zin te maken door evenementen op de markt te organiseren, waardoor de stadsbewoners prinsenkinderen te zien kregen, en door rederijkers aan het hof te laten spelen.