OKV2020.6
Hugo Meert (1964) is een curieuze vogel in het Belgische keramieklandschap. Hij doet al jaren zijn eigen ding, los van commerciële overwegingen. Op het snijpunt van gebruiksgoed en beeldende kunst schept hij een consistent oeuvre waarin de rode draad onderhuids slingert. Aan de vooravond van zijn eerste grote overzichtstentoonstelling is het tijd om achterom en vooruit te blikken.
Hugo Meert
Je begon in 1982 met een opleiding interieurarchitectuur aan Sint-Lucas Brussel. Maar in 1985 vat je de opleiding Keramiek aan de Academie voor Schone Kunsten in Anderlecht aan. Waarom veranderde je het geweer van schouder?
Omdat ik me sinds jeugdige leeftijd sterk aangetrokken voel tot de materie klei. Het laat zich super gemakkelijk bewerken. Het kan heel simpel gaan, maar ook zeer technisch worden. Klei is een uniek materiaal, met niets anders te vergelijken. Je kan er alle vormen mee creëren. Het heeft een haast sensuele plasticiteit. Bovendien was ik verliefd op een studente van de keramiekafdeling.
Sinds 2009 ben je aan de slag als docent keramiek aan diverse kunstacademies. Valt het mee om een haast voltijdse baan als docent keramiek te combineren met je eigen creatieve momenten?
Ik heb mijn driekwart baan in het onderwijs nooit als te zwaar beschouwd zodat het mijn eigen werk zou lamleggen. Eigenlijk vind ik het een luxejob die mij toelaat om eigen werk te creëren zonder commerciële compromissen. Tevens ben ik iemand die graag geeft. Als docent kan ik mijn studenten dus verder helpen met de technische kanten van de keramiek. Toch stel ik creativiteit boven techniek. Ik zeg vaak aan mijn studenten dat ik liever een gescheurd of vervormd werk heb dat creativiteit uitstraalt, dan wel een technisch verfijnd stuk dat me verder koud laat.