OKV2023.1
In alle Belgische reisgidsen prijkt de kathedraal van Doornik als een onweerstaanbaar monument. Wat ook zo is. Minder bekend is het Musée des Beaux-Arts, dat alleen al omwille van de architectuur van Victor Horta meer dan een ommetje waard is. En nog minder bekend is dat beide gebouwen rijk voorzien zijn van Vlaamse kunst. Enkele hoogtepunten uit hun aanbod doen ons reeds watertanden om de stad te verkennen op een exclusieve tweedaagse reis met OKV.
Anoniem Brussels tapissiersatelier, Ecce Homo, ca. 1520-1530, wol, zijde en zilverdraad, 112 x 87,5 cm
Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, Doornik
Pilatus ging weer naar buiten en zei tot hen: Ziehier, ik breng Hem naar buiten om u te doen weten, dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind. Jezus kwam dus naar buiten, terwijl Hij nog de doornenkroon en de purperen mantel droeg. Pilatus zei tot hen: Ziehier de mens. Maar toen de hogepriesters en hun dienaars Hem zagen, schreeuwden ze: Kruisigen, kruisigen! Pilatus zei hun: Neemt gij Hem dan en kruisigt Hem, want ik vind geen schuld in Hem. Johannes 19:4-6
In de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal vergaapt elke bezoeker zich aan de romaans-gotische architectuur en het monumentale koordoksaal van de Antwerpse renaissance grootmeester Cornelis Floris de Vriendt (1514-1575). Maar het kleine devotiewandtapijt Ecce Homo blijft vaak onopgemerkt. Ten onrechte. Vanop het bordes van zijn paleis toont de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus de getergde Christus, getooid met een doornenkroon, aan de joelende menigte die buiten beeld blijft. Drie van zijn soldaten staan hem bij.
Oorspronkelijk hing dit kleine wandtapijt boven het grafmonument van Nicolas Pottier in de kathedraal van Doornik. Pottier, kanunnik van het kapittel van de kathedraal, werd hier begraven in 1534. Het wandtapijt is gemaakt in zijn opdracht, zoals blijkt uit zijn wapenschilden die links en rechts boven in de hoeken en midden onder in de florale boord prijken. Het gaat hier niet om apart geweven wapenschilden die op een reeds bestaande tapisserie zijn aangebracht. De prille renaissancestijl, verfijnde tekening en de rijkelijk aangewende zilverdraad wijzen op een creatie in een Brussels atelier omstreeks 1520-1530.
De compositie gaat terug op enkele schilderijen van de Antwerpse schilder Quinten Massys (1466-1530) die het thema van de Ecce Homo meermaals heeft geschilderd. Hij introduceert aan het begin van de zestiende eeuw een gebalde voorstelling van de passiescène waar Pilatus de gefolterde Christus aan de omstaanders presenteert. Hier gaat alle aandacht naar de gelaten Christus omringd door slechts enkele figuren. Origineel is wel dat de ontwerper van het wandkleed in de onderste hoeken van de boord de hoofden van een waakzame soldaat links en een misprijzend kijkende burger rechts heeft geplaatst. Een dergelijke close-up is uitermate geschikt voor een intieme aanbidding van nabij. Christus kijkt ons recht aan en wekt zo onmiddellijk
ons mede-lijden op. Zijn nakende dood wordt aangekondigd in de verre achtergrond. Op de berg Golgotha hangen twee half verrotte lichamen aan houten kruisen. Kannunik Pottier heeft wellicht meermaals zijn eigen sterfelijkheid overdacht biddend voor zijn wandtapijt. Mogelijk hing het wandtapijt oorspronkelijk in een besloten gebedsruimte in de privéwoning van de kanunnik.