OKV2020.1
Na een restauratie van tien jaar schittert het interieur van de Leuvense Sint-Pieterskerk terug in volle gotische glorie. Zowel het kerkgebouw als een reeks waardevolle kunstwerken in situ zijn meticuleus onder handen genomen. Museum M grijpt de gelegenheid aan om uit te pakken met een innovatieve permanente tentoonstelling in de kerk: Tussen Hemel en Aarde.
Naar Rogier van Der Weyden, Triptiek met de kruisafneming en schenkersportretten van Willem Edelheere en Aleydis Cappuyns, 1443
Sint-Pieterskerk, Leuven - M – Museum Leuven
© www.lukasweb.be - Art in Flanders,
De Leuvense Sint-Pieterskerk heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Archeologische vondsten suggereren dat er in de vroege elfde eeuw al een romaanse kerk gebouwd werd op de site. Tussen 1400 en 1420 startte de bouw van de gotische Sint-Pieterskerk. Over de exacte data en de eerste bouwmeester is weinig eensgezindheid. Vast staat dat met architecten als Sulpitius van Vorst (de Leuvense bouwmeester die verantwoordelijk was voor het plaatselijke stadhuis in flamboyant gotische stijl) en Jan II Keldermans (ontwerper van de Mechelse Sint-Romboutstoren) de kerk kon rekenen op de aandacht van enkele grootmeesters van de Brabantse gotiek.
Als oudste religieuze instelling in Leuven speelde de kerk een grote rol in de vroegste geschiedenis van de stad. Oorspronkelijk vergaderde de schepenbank in een gebouw aan het Sint-Pieterskerkhof en in de veertiende eeuw bevatte de kerk een archiefruimte voor de stadsprivileges en stadszegels. De stedelijke dimensie van de Sint-Pieterskerk verklaart wellicht de ambitieuze plannen voor het gebouw. In het laatgotische ontwerp fungeerde de centrale toren in de westbouw als belfort van de stad. Een zestiende-eeuwse maquette onthult dat er oorspronkelijk drie torens voorzien waren: twee zijtorens van 136 meter en een centrale toren van niet minder dan 168 meter. De torens zouden de Leuvense skyline nooit sieren. Financiële en bouwkundige perikelen staakten de werken aan dit Brabantse Babel. Een instabiele ondergrond zorgde voor een gedeeltelijke instorting in 1570 waardoor uiteindelijk beslist werd om de onafgewerkte centrale toren op het huidige niveau te behouden.