OKV2020.2
Dendermonde en het Ros Beiaard. Hoe vaak worden ze niet in één adem genoemd. De sage van het mythische paard met de Vier Heemskinderen op zijn rug leeft nergens sterker dan in deze stad. Na tien jaar gaat zondag 24 mei de Ros Beiaardommegang opnieuw uit, gebaseerd op het verhaal van de vier zonen van Aymon van Dordone en het onoverwinnelijke paard Beiaard in de strijd tegen Karel de Grote. Voor deze editie van de ommegang zijn de broers Cassiman uitgekozen om de ridders Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout tot leven te wekken. Maar hoe word je een écht Heemskind? Dat vroegen wij ons af, en gingen daarom te rade bij de voorgangers.
De aftelpaal naar de ommegang (op 14 februari gingen de laatste honderd dagen in)
“Het begon meteen bij mijn geboorte,” vertelt Dean Coppieters, de jongste van de Heemskinderen uit 2000. “Terwijl de vroedvrouwen mijn moeder feliciteerden, maakten ze allusie op het feit dat ze nu vier zonen had.” De aanstelling van de Vier Heemskinderen verloopt volgens strikte criteria die zijn vastgelegd in het Ros Beiaardhandvest. De heemskinderen zijn vier opeenvolgende broers, geboren en getogen in Dendermonde, die op de dag van de ommegang tussen 7 en 21 jaar oud zijn en waarvan ook beide ouders geboren zijn in Dendermonde. Bij de selectie spant het erom wie van de kandidaat-gezinnen doorheen hun familiegeschiedenis het nauwst verwant is met Dendermonde. Op de selectie volgt meteen een ware overrompeling van media-aandacht en activiteiten. “Wij vonden dat tof,” vertelt Gert, de oudste van de broers Veldeman die in 1990 op het Ros zaten. “Er ging geen week voorbij zonder een plechtigheid of een paar interviews. We leerden alle vier de legende uit het hoofd want we wilden niet afgaan. Maar je bent jong en soms zeg je uit onwetendheid dingen die de mensen je kwalijk nemen. Als je dat vandaag doet, staan de sociale media er bol van.” Ook Dean genoot van al die plotse belangstelling. “Ineens waren we lokale ‘sterren’. Al die gillende meisjes, dat gaf wel een kick.”
Al snel na de aanstelling volgt een eerste pasbeurt van de middeleeuwse harnassen. “Een bijzondere gebeurtenis,” vindt Dean. “Een televisieploeg en de hele klas waren erbij aanwezig. Toen ik het harnas paste, voelde ik een zekere fierheid over mij komen.” “Ik voelde mij even een echte ridder,” beaamt Gert, “en dat was goed want het maakte mijn rol meer tastbaar. Je moeten weten, wij hadden nog nooit een ommegang meegemaakt en hadden daar dan ook geen beeld van. Het enige wat we hadden, waren een paar oude foto’s over de ommegang van 1975. Het was pas toen we met de pijnders gingen oefenen, dat we echt voeling kregen.”