OKV2014.4
De Belgische militaire begraafplaats van Sint-Margriete-Houtem met graven van gesneuvelden bij de Getelinie - Foto: L. Loeckx
Bij de Groote Oorlog denken we spontaan aan Flanders Fields, met talloze kerkhoven, monumenten en musea, in de Westhoek. ‘De IJzer’ is nochtans slechts een klein stukje van het 750 kilometer lange Westfront dat zich tot aan Zwitserland in de ‘tranchées’ had ingegraven. En dan was er nog 1.200 kilometer beweeglijk Oostfront waar de Centralen en Rusland slag na slag leverden. Voor het overgrote deel van de Belgen was de Eerste Wereldoorlog een zwarte tijd van bezetting, met voedselschaarste en werkloosheid, plunderingen en opeisingen, dwangmaatregelen en repressie.
De verwoesting van Leuven, Belgische propaganda-affiche uitgegeven in september 1914 door
de Vlaamsche Volksuitgaven in het nog niet bezette Antwerpen, kleurenlithografie door Willem Seghers
Zo ook in Vlaams-Brabant. Die verhalen vertelt het Belevingscentrum ‘14-‘18 in het Ursulinenklooster in Tildonk, destijds een school en pensionaat, opgericht in het eerste kwart van de negentiende eeuw, waar de Duitse Generale Staf in september 1914 haar intrek nam.
In augustus en september 1914 is er in Vlaams-Brabant strijd geleverd tegen het oprukkende Duitse leger. De Getevallei in het oosten van de provincie was een van de eerste slagvelden van de Groote Oorlog. Als wraak voor dit oponthoud op hun doortocht naar Frankrijk, koelden Duitse troepen hun woede op burgers en hun bezittingen. De ‘Martelaarssteden’ Aarschot en Leuven werden bijzonder zwaar getroffen. Het beeld van de brandende universiteitsbibliotheek ging de wereld rond als symbool van de cultuurbarbarij.