OKV2022.4
Collagekunst is een springlevende eeuwelinge, al werd ze vaak in het hoekje als het ietwat kleine broertje van schilderkunst en beeldhouwkunst geplaatst. Het dichtst komt ze misschien bij de assemblagekunst. De gebruikte materialen zijn zelden edel, de techniek lijkt schijnbaar simpel en iedereen nam op school wel eens een schaar en papier vast om een collage te maken. Het is een laagdrempelig medium waar het niet altijd even duidelijk is waar de hobby eindigt en de kunst begint. De collagemaker bezweert de beeldenstorm die hem omringt en de opkomst van de collage loopt parallel met die van de dag- en weekbladpers. Maar ook de idee dat iedereen een kunstenaar is,
zoals Joseph Beuys (1921-1986) stelde, speelt mee.
Wanneer Pablo Picasso (1881-1973) in 1948 een van zijn collages uit 1914 terugziet reageert hij vol spijt en nostalgie: “We zijn toch gek geweest, of laf dat we dit hebben opgegeven! Kijk hoe mooi dit is! We hadden zo’n prachtig instrument, maar toch keerden we terug naar de schilderkunst en de beeldhouwkunst.”
Ons land telt heel wat kunstenaars die zich aan collagekunst wagen met fraai resultaat. Dit nummer gaat dieper in op het ontstaan van het medium, internationaal en in België. We nemen een kijk in de depots van onze belangrijkste musea op zoek naar collages. We staan stil bij het oeuvre van Paul Joostens (1889-1960), E.L.T.Mesens (1903-1971), Frans Neels (°1935) en anderen.
De collage staat meestal op zichzelf maar helpt vele kunstenaars ook op weg naar iets anders. Het is een hulpmiddel bij de creatie, het brengt orde in hun eigen inspirerende verzamelingen. Zoals auteur Xavier Canonne (°1960) het stelt komen er in de collagekunst twee takken van dezelfde boom samen, die steeds meer met elkaar vergroeien: “Je hebt die van het gelijmd papier waarbij het voornamelijk gaat om het materiaal of de kleur. En die van de collage zelf, waarin inhoudelijke elementen worden weggeknipt, geïsoleerd en aan elkaar gekleefd, net als in de assemblage die hieruit voortvloeit.”
Een themanummer over collages zou onvolledig zijn zonder aandacht te hebben voor de figuur van verzamelaar Geert Verbeke. Hij is een van de weinigen die consequent collages verzamelt, ze ook tentoonstelt in zijn Verbeke Foundation en er onderzoek naar doet. Met meer dan 6.500 werken heeft hij vermoedelijk een van de grootste collageverzamelingen in Europa. Zijn belangrijke bijdrage komt ook uitvoerig aan bod.
Vandaag experimenteren vele nieuwsgierige kunstenaars met het medium, als voorontwerp, als zoektocht in hun creatief proces, tot een zelfstandig kunstwerk. Ze vinden hun inspiratie en collega’s bij COUPEE, een jonge organisatie die de collage regelmatig in de kijker zet met expo’s, oproepen en inspirerende acties. Zij brengen verslag uit van de nieuwe generatie collagemakers die Vlaanderen rijk is.