OKV2026.1
Begin twintigste eeuw diende een indrukwekkende maquette als schaalmodel voor de bouw van het Chinees Paleis in Laken. Vervolgens raakte de maquette 120 jaar in de vergetelheid. Dankzij een oplettende conservatrice, een bevlogen barones, enkele gretige restauratoren en een beetje geluk is ze in ere hersteld.
Chinees Paleis.
Wie Brussel binnenrijdt via de afrit Laken/Strombeek- Bever en vervolgens op de Van Praetlaan terechtkomt, ziet links het Chinees Paleis en rechts, achter de muur rond het koninklijk domein, de Japanse Toren. Beide bouwwerken werden aan het begin van de twintigste eeuw door Leopold II besteld bij de Franse architect Alexandre Marcel (1860-1928). De koning zag diens Tour du Monde op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1900, een reis rond de wereld aan de hand van architecturale parels. Leopold wreef in zijn baard, wees naar een Japanse pagode en een Chinees paviljoen en besliste: “Die neem ik mee naar huis.” Vandaag prijkt zijn portret nog altijd boven de toegangsdeur.
De grootheidswaan van Leopold II leidde tot onmenselijkheden in Congo en zette hem ook aan om banden te smeden met machtige buitenlandse mogendheden. Het Chinees Paleis moest een privéclub voor prominenten worden, met luisterrijke feestjes in een praalzuchtig interieur, een prestigeproject bedoeld voor de incrowd. Dat plan werd nooit gerealiseerd; Leopold stierf voor het afronden van de bouw.