40 jaar geleden organiseerde Jan Hoet (1936-2014) de legendarische tentoonstelling Chambres d’Amis. 51 kunstenaars, bekende en vooral internationale namen, realiseerden werken in Gentse privéwoningen. Wat in 1986 vernieuwend en radicaal was, blijkt in 2026 problematisch. De controverses van toen zijn vandaag net de relevante aspecten voor een herdenking.

40 jaar Chambres d’Amis Van radicaal experiment tot referentiepunt

Heike Pallanca, Auftauchen, verschwinden...und wieder auftauchen (maquette), 2026, gegalvaniseerde schappen, 150 x 80 x 30 cm (elk), print op Aludibond (documentatie van de installatie tijdens Chambres d’Amis (1986) van Augen-Blicke- Einladung zum Dinner)

In 1986 maakte Jan Hoet de stad tot museum en bracht actuele kunst bij de mensen thuis om die toegankelijk en bespreekbaar te maken. Maar de tijdsgeest veranderde op veertig jaar fundamenteel: wat betekent privé nog in een tijd waarin mensen hun leven online delen? En hoe toon je in-situwerk in een museum wanneer de oorspronkelijke plaats verdwenen is? Curatoren Philippe Van Cauteren en Thibaut Verhoeven zochten dan ook naar een betekenisvolle manier om de tentoonstelling te herdenken.

Chambres d’Amis zette Gent als kunststad internationaal op de kaart met een van de meest vernieuwende tentoonstellingsmodellen van die tijd. De latere stadstentoonstellingen Over The Edges (2000) en TRACK (2012) van het S.M.A.K. bouwden daarop voort. “Ze boden een antwoord op Chambres d’Amis”, zegt Van Cauteren. “We ontwikkelden als museum expertise in grootschalige extra muros-projecten” vult Verhoeven aan. Dat tijdsgewricht is voorbij: citymarketing verzadigt het culturele landschap. Hoe relevant blijft een stadstentoonstelling vandaag nog?

De pijnpunten van 1986 bieden nu interessante inzichten. Uit interviews met bewoners blijkt dat bezoekers vaak meer interesse toonden in het interieur dan in de kunst.“Volgens hen was de verhouding 60 procent kunst en 40 procent voyeurisme”, aldus Verhoeven. “Vandaag leven we in extreem voyeuristische tijden.”

De sociale homogeniteit van toen, met veelal witte bewoners uit de middenklasse, staat in schril contrast met het Gent van vandaag. In 1986 uitte Robin Winters al kritiek omdat slechts vier vrouwen deelnamen. Daniel Buren leverde met Le Décor et son Double (1986) dan weer scherpe institutionele kritiek. Het ene deel bevond zich in de gastenkamer van Herbert Foundation, het andere stond toen in het MSK. Buren stelde dat het museum de werkelijkheid nooit kan vatten en dat de kopie in het museum gelijkwaardig is aan het model in de woning. Zelfs wanneer een tentoonstelling het museum verlaat, bepaalt het institutionele kader nog steeds hoe je kijkt.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.