OKV1998.4
Wie een museum bezoekt, wil graag boeiende, verrijkende en aangename ervaringen opdoen. Men verwacht er op een directe manier in contact te komen met de tentoongestelde objecten, die in de beste toestand worden gepresenteerd. Het museum als uitstalkast van het verleden en het heden, plaats voor bewondering en verwondering; de natuur, de mens en zijn voortbrengselen vlekkeloos geëtaleerd.
De geschiedenis geordend en zonder spatjes, het heden bevattelijk en mooi gekaderd. Kortom: de dingen afgestoft en op hun zondags. In deze wereld past geen Rubens met een kras, doorgeroeste old-timer of opgezette viervoeter met maar drie poten. Daarom is al dat zeldzaams, leerrijks- en kostbaars toch aan musea toevertrouwd; die moeten er voor instaan dat het nog een eeuwigheid mee kan gaan. Of niet soms?
Heilige Rochus, eind 16de eeuw. Beeldsnijwerk uit lindenhout, resten polychromie. Aangetast door houtworm. Foto: T. Schouteden
Uw zienswijze is volkomen terecht, lezer. Het natuurlijke en culturele erfgoed bewaren, beveiligen en behoeden tegen verval vormt één van de belangrijkste kerntaken van het museum. Het is een permanente opdracht, een taak die je nooit meer loslaat! Voor de bezoeker is het vanzelfsprekend dat de museumobjecten er piekfijn bijstaan en -hangen. Wordt een museum het slachtoffer van een diefstal, vandalenstreek of natuurramp, dan haalt het hiermee de pers en is de publieke verontwaardiging groot. Deze catastrofen doen zich gelukkig niet dagelijks voor; alhoewel: recent nog kregen enkele van de beroemdste musea in Londen en Parijs te maken met brand in huis en jaarlijks wordt er wereldwijd voor 120 miljard aan kunst geroofd. Cijfers die tot nadenken stemmen. Toch kan er met ons erfgoed zoveel meer verkeerd gaan dat de publieke aandacht niet haalt.
Objecten zijn voortdurend onderhevig aan aftakeling. Dit is een natuurlijk proces dat langzaam of snel kan verlopen, door fysische, biologische of chemische veranderingen. Die uiten zich niet meteen op een spectaculaire manier. Materialen ondergaan zichtbare en tastbare veranderingen en verliezen hun sterkte. Het kan een kwestie van dagen of weken zijn voor dit aan het licht treedt, maar vaak gaan er jaren, zelfs eeuwen overheen voor men het merkt. En één zaak is zeker: niets blijft eeuwig in dezelfde toestand bewaard.
Hoe objecten veranderen en aftakelen hangt af van de materialen waaruit ze zijn vervaardigd. De snelheid van deze processen wordt in belangrijke mate bepaald door de omstandigheden waarin de objecten bewaard worden. Het creëren en in stand houden van de optimale bewaaromstandigheden voor elk object is bijgevolg de permanente opdracht van het museum. Zij vergt inzicht in de aard en samenstelling van de materialen en in de processen van alteratie; zij vraagt kennis van de factoren die aftakeling veroorzaken of bespoedigen, en vooral: zij eist aanhoudende waakzaamheid. Kennis en inzicht zijn noodzakelijk, maar zonder het nemen van de gepaste maatregelen is men nog geen stap verder. Het geheel van acties gericht op de beveiliging van de museumcollectie tegen brand, diefstal en vandalisme en het nemen van maatregelen om de best mogelijke bewaarcondities te verzekeren, noemt men preventieve conservatie.