OKV2004.2
De tentoonstelling De uitvinding van het landschap belicht het ontstaan en de ontwikkeling van de Zuid-Nederlandse landschapsschilderkunst van ongeveer 1520 tot 1650, van Patinir tot Rubens.
P. Bril en P.P. Rubens, Landschap met Psyche en Jupiter
Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen brengt een uitgelezen keuze van zeventig schilderijen en dertig tekeningen en prenten die ons een kijk bieden op zowel bucolische als allegorische landschappen. De tentoonstelling opent met panoramische landschappen van Joachim Patinir en Henri met de Bles. Kenmerkend voor deze wereldlandschappen is hun gezichtspunt. Ze leiden de blik langs een stroom of langs bergen naar de ijle licht-blauwe horizon. Meer nog dan vensters op de wereld worden ze, met hun atmosferische kleuren en pulserend licht, spiegels waarin de nietigheid van de menselijke figuur - reiziger of pelgrim - verzinkt in de weidse panorama's. Het landschap is een wereld in het klein met een rijke variatie aan wouden, stromen en vaak utopische, fantastische rotsformaties. Bij Paulus Bril is het landschap en het zeezicht vaak angstaanjagend: in de topografie van de ziel heerst onrust en de mens is een speelbal van de natuurkrachten. Storm met het offer van Jonas is er een voorbeeld van.