Inleiding

Regionale Schilderscholen, schilders in de natuur, Auguste 0leffe, Oude vrouw op de kaai, pastel,

Boven: Schilders in de natuur, Collectie Heemkring Heidebloemke, Genk

Onder: Auguste 0leffe, Oude vrouw op de kaai, pastel, 85 x 70 cm, Musée des Beaux-Arts, Doornik

Op artistiek gebied was de negentiende eeuw minder doctrinair dan de twintigste. Men gebruikte toen de term 'school' zowel voor volgelingen van een grote kunstenaar als voor kunstenaars die op een bepaalde plaats werkten, min of meer in dezelfde geest, maar wel met dezelfde onderwerpen. Men heeft lange tijd neergekeken op 'regionaal'. De 'grote' kunst was immers iets van en voor de grote (lees: hoge) wereld. Het is de universele kunst, van een paar wijken in de wereld. Vroeger sprak men van hofkunst, nu van recentere paleizen en residenties en oppermachtig lijkende galerieën en veilinghuizen. Het werk van regionale kunstenaars past uiteraard niet in dat plaatje vol glitter.

Het is niet altijd zo geweest. In de Franse kunstgeschiedenis staat de hofkunst eerder centraal. Er was ook maar een enkel hof. In landen als Duitsland en Italië waren er tientallen hoven. Maar zelfs in Frankrijk heeft men er nooit veel moeite mee gehad om het bestaan van regionale, lokale scholen te erkennen. Die vielen vaak niet eens samen met de administratieve grenzen van een politieke entiteit. Frankrijk toont echter evengoed aan dat de hoofdstad de plaats bij uitstek blijft om indruk te maken in de culturele wereld. In Duitsland en Italië is dat centralisme veel zwakker, met een lappendeken van kleinere centra, kunstenaarsdorpen enz. als gevolg. Die bestaat ook in het Verenigd Koninkrijk.

In België is de toestand misschien nog meer ingewikkeld. De hofkunst (Bourgondiers, Habsburgers) is hier zeer belangrijk geweest. En die staat nu eenmaal bekend als Vlaamse school met als centra, Brugge, Gent, Brussel en Antwerpen. Die Vlaamse school is de grondslag geweest van de Belgische school, die men na 1830, met alle middelen, in het leven heeft geroepen. Hoewel taal op zichzelf niet veel te maken heeft met houtskool, olieverf, marmer en brons, is een talenkwestie hier de motor geweest van een nieuwe verdeling, ditmaal tussen de cultuurgemeenschappen. Men heeft nu de Nederlandse (vroeger: Vlaamse) en Franstalige cultuur (en dus schilderkunst, film enz.) Maar dat heeft niet geleid tot begrippen als 'School van de Vlaamse Gemeenschap'. Of nog niet?

De oppervlakte die de Belgische cultuurgemeenschappen beslaan is zo klein dat men ze gemakkelijk als een artistieke regio zou kunnen beschouwen. Er bestaat echter een zo grote (en historische) densiteit aan kunstcreatie, dat men dat kleine gebied niet alleen gemakkelijk maar ook zinvol kan opdelen in 'scholen', die elk hun eigen wortels en ontwikkeling hebben. Men overstijgt zo het traditionele beeld van de kunstenaarsdorpen. Die hebben een vaste plaats in onze kunstgeschiedenis. Maar ook daarbuiten is er zoveel gebeurd.

Wat meer licht werpen op die artistieke densiteit van vele streken is de bedoeling van deze bijdrage. Het betreft hier de negentiende en de twintigste eeuw. Sommige streken hebben in die periode geweldige veranderingen gekend, zoals de Kempen en Limburg. Wat heeft het Sint-Martens-Latem van vandaag gemeen met het dorpje op de 'verre' buiten van 120 jaar geleden?

In de verschillende besproken regio's, 'scholen', gaat het erom de aandacht te vestigen op de vele en zeer verscheiden kunstenaars die er gewerkt hebben. Kan men daaruit besluiten dat er in elke regio ook een bepaalde regionale kunst bestaat? Het is wellicht juister te spreken van een zekere geest, esprit, die de kunstenaars, soms door de eeuwen heen, verbindt. Neem nu het heuvelland ten zuiden van Brussel, dat de Breughels inspireerde en waarvan men ook iets terugvindt in het werk van Roel d'Haese. 

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.