OKV1999.4
De tentoonstelling Indian Summer. De eerste Naties van Noord-Amerika is zeker een familie-uitstap waard. Als bezoeker zal je al vlug merken dat het beeld dat we met zijn allen van de Indiaan hebben, een bouwsel van stereotiepen is. Want 'de' Indiaan blijkt niet te bestaan, evenmin als 'de' Indiaanse cultuur.
Boven: Buffelschedel, waarschijnlijk Navajo, ca. 1860.
Onder: Mannenhemd, waarschijnlijk Sioux, 1840-1885.
Bevestiging van je bang vermoeden krijg je in de laatste afdeling van de expo waarin je genadeloos, en in het veelvoud, het lachwekkende beeld dat je voor echt hield in het gelaat geslingerd krijgt: de gevederde Indianen als uithangbord voor tabak, schoenen, lucifers, motorfietsen, chocolade, in de vorm van speelgoed, verzamelplaatjes of stripverhalen. Nu kunnen we er zelf meewarig om schokschouderen. Dit is uiteraard enkel de grappige uitsmijter van een voor het overige ambitieuse tentoonstelling: met medewerking van de Eerste Naties, de aboriginals van het Noord-Amerikaanse continent, geeft ze een globaal beeld van het historisch verleden (15.000 jaar blijkt nu) en van de hedendaagse realiteit van de Indiaanse volkeren vanaf het Poolgebied tot aan de grens met Latijns-Amerika.
Globaal gezien gaat het om tien gebieden, waarbinnen vaak nog grote culturele, en zeker taalkundige, verschillen bestaan. Een enorme opgave die, in zoverre het een eerste kennismaking betreft, voldoende diepgang heeft om toch te overtuigen. Binnen elk gebied willen de makers ons heel wat laten zien en beleven: 'de Indianen en hun gewoonten, godsdienst, sociale organisatie, dagelijks leven, kunst, enzovoort' (einde citaat uit de persmap). Dit gebeurt aan de hand van ruim zeshonderd archeologische en etnografische stukken. De enzovoort slaat waarschijnlijk op de goed voorziene shop, op het restaurant met specialiteiten als 'gefileerd bizonvlees met jeneverbessen' of 'zachte bieten met acaciahoning', op tal van demonstraties gaande van borduren met stekelvarkensnaalden tot het kappen van een totempaal.
De statische verzamelingen werden in een scenografie ingepast waarbij het spectaculaire nog eens werd beklemtoond. De Noord-Amerikaanse inslag van deze voorstellingswijze zal niet iedereen gelukkig maken. Wie authenticiteit heel letterlijk opvat zal het er misschien moeilijk mee hebben. Toch vind ik dat de reconstructie van een longhouse uit schors van berkenhout mij op een verantwoorde wijze iets bijbrengt over die bouwtechniek. Toegegeven, er staat slechts een half longhouse (nog wel in de lengte gehalveerd) en de binnenruimte zal wellicht bij grote toeloop niet meer echt de illusie van de oorspronkelijke bestemming kunnen hooghouden. Maar ik heb er meer aan dan aan een maquette onder beduimeld glas.