OKV1997.4
Dit nummer van Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen verschijnt op het moment dat het MUHKA, het MUseum van Hedendaagse Kunst te Antwerpen, tien jaar bestaat.
Het MUHKA werd in 1987 opgericht met als doel internationale en nationale hedendaagse kunst aan te kopen, te conserveren en tentoonstellingen te creëren. In 1993 werd het museum verbouwd; de tentoonstellingsoppervlakte werd verdrievoudigd. Het museum vervult een belangrijke rol; zowel qua ligging als qua werking. Op het Zuid zijn zich na de oprichting van het MUHKA tal van kunstgalerijen en horeca-zaken komen vestigen. We kunnen dan ook spreken van een echte heropleving van de wijk.
Ook op het gebied van hedendaagse kunst fungeert het MUHKA als motor; naast het organiseren van tentoonstellingen en het publiceren van wetenschappelijke catalogi, is het MUHKA eveneens in het bezit van een geautomatiseerde consultatiebibliotheek en een sterk uitgebouwde educatieve werking. In tien jaar is het museum uitgegroeid tot een klein bedrijf met bijna veertig personeelsleden (administratief, technisch, artistiek). Als Voorzitter van de Raad van Beheer van het museum sinds 1990 is het mijn taak om kunst en management zo goed mogelijk met elkaar te verzoenen, meer bepaald om ervoor te zorgen dat de gecreëerde artistieke producten financieel haalbaar blijven.
Naast een visie op het verzamelbeleid door directeur Florent Bex, biedt deze uitgave een informatieve tekst over de Verzameling, de vaste collectie van het museum. Tevens is er in dit OKV-nummer een artikel over onze publiekswerking en een Kinderpagina, een speciale bijlage voor de jeugd die zo op een speelse wijze in contact wordt gebracht met hedendaagse kunst. Voor dit nummer hebben wij ook een tweetal buitenstaanders uitgenodigd om hun visie te geven, zowel op de museumarchitectuur als op het artistieke beleid. Het resultaat hiervan is een kritische doorlichting die ons nieuwe stimulansen geeft voor de toekomst.
Het is mijn wens dat u als lezer door dit OKV-nummer zo geboeid zal worden dat u de stap zet naar een werkelijk museumbezoek! Graag wil ik mijn dank betuigen voor de steun die het MUHKA krijgt van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, de Nationale Loterij, onze structurele sponsors Degussa, Corsendonk en Philip Morris Belgium en de ereleden en partners van de 'Bedrijvenclub' en de Vrienden van het MUHKA vzw.
Links: MUHKA en omgeving. Foto: Guido Coolens, Antwerpen
Rechts: Gezicht op de buitengevel. Foto: Syb'l S.-Pictures
Het Museum van Hedendaagse Kunst in Antwerpen heeft als gebouw een eigenaardige reputatie. Terwijl de leek zich als Alice in Wonderland laat meevoeren door de witte spelonken en glaciale grotten, laat het MUHKA terzelfdertijd de museumkenner en vooral de architectuurcriticus totaal koud. Tentoonstellingsmakers als Bart Cassiman zouden het gebouw niet liever gebruikt zien worden dan als een showroom voor auto's. Toch moeten de sceptici hun visie op het museum soms herzien, wanneer kunstenaars als Guillaume Bijl of Ann Veronica Janssen erin slagen om met hun installaties, in weerwil van de architectuur, toch ruimtelijkheid te scheppen.
Dit neemt niet weg dat er een heus klasseverschil bestaat wanneer het MUHKA vergeleken wordt met musea van hedendaagse kunst van kleinere of vergelijkbare steden als Mönchen Gladbach (Duitsland), Nismes (Frankrijk) of Tilburg (Nederland) met de Pont Stichting, of Davos (Zwitserland) met het Kirchnermuseum.
De architectuur van het MUHKA kan dus niet los worden gezien van de context waarin het is ontstaan. In de jaren tachtig, de periode waarin het MUHKA werd opgericht, kende Europa een ware museumboom.
Met het bouwen van musea leken vele Europese steden de kroon te zetten op een halve eeuw naoorlogse heropbouw. Internationaal werd heel wat belang gehecht aan de culturele betekenis van museumgebouwen. Niet voor niets werden musea geregeld 'tempels van cultuur' of 'kathedralen van de beeldende kunst' genoemd. Meer zelfs, zoals kathedralen in de Middeleeuwen door de gemeenschap en geruggensteund door een gemeenschappelijk geloof werden gebouwd, zo zagen de Franse, Duitse, Nederlandse, Spaanse en andere Europese overheden de architectuur en de bouw van musea als een expressiemiddel van hedendaagse cultuur. In de overtuiging dat hedendaagse architectuur een meerwaarde kan bieden aan elk programma van een gebouw, organiseerden zij internationale architectuurwedstrijden. Voor het MUHKA werd afgezien van een wedstrijd.
Marcel Van Jole, voorzitter van de raad van beheer van het MUHKA en kabinetsmedewerker van Minister van Cultuur Karel Poma, stelde bij de opening van het museum dat 'wij het in deze crisisperiode, moeten stellen met verbouwing en uitbreidingsmogelijkheden in opeenvolgende fases. Natuurlijk hadden wij graag een wedstrijd uitgeschreven voor de bouw van een museum van hedendaagse kunst. Met de beperkte middelen van de Vlaamse Gemeenschap was dat niet denkbaar en, hadden we zulks beproefd, zou er nog steeds geen Museum van Hedendaagse Kunst in Antwerpen gekomen zijn. Bovendien, indien dit architectuurconcours had plaatsgevonden dan was vermoedelijk een buitenlandse bouwkundige met de opdracht gaan lopen... (...).