OKV1997.1
Links: Paul Delvaux. "Les squelettes" ( 1944). Gemengde techniek op paneel. 85 x 90cm. Privé collectie
Rechts: Paul Delvaux. "Le musée Spitzner" ( 1943). Olieverf op doek, 200 x 240cm. Communauté Française de Belgique, inv.A.P.C.49, in depot in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel.
Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Paul Delvaux (1897-1994) organiseren de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel een omvangrijke overzichtstentoonstelling. Met deze retrospectieve wil men een zo volledig mogelijk panorama geven van de artistieke productie van Delvaux en hem als scheppend kunstenaar situeren in de internationale stromingen van zijn tijd.
Pau! Delvaux wordt geboren in Antheit in de provincie Luik op 2 3 september 1897, als zoon van een briljant advocaat. De jonge Delvaux is van plan rechten te studeren, maar als tijdens de oorlog de universiteiten worden gesloten, aarzelt hij. De muziek trekt hem aan, hij is een uitstekend pianist. Maar toevallig ontmoet hij de schilder Franz Courtens die hem adviseert zich aan de schilderkunst te wijden. Hij gaat les volgen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel. Een van zijn leraars is Constant Montald. Hij wekt zijn interesse voor antieke motieven, grote formaten en een matte schildertechniek. Vanaf 1925 begint Paul Delvaux regelmatig te exposeren. Zijn werk is sterk beïnvloed door de Vlaamse expressionisten.
Als vurig bewonderaar van Constant Permeke en Gustave Van de Woestyne schildert hij composities waarin de thema's dood en liefde centraal staan. Maar de jonge schilder raakt in een impasse. Het keerpunt komt als hij kennis maakt met de surrealistische schilderijen van Rene Magritte en diep onder de indruk komt van de metafysische werken van Giorgio de Chiroco. Van Magritte leert hij zich los te maken van een natuurgetrouwe picturale weergave, van de Chiroco leert hij niet langer uit te drukken wat hij ziet, maar wat hij is.
De surrealisten Breton en Eduard bewonderen het werk van Delvaux. In 1938 neemt hij deel aan de "Exposition internationale du Surrealisme" in Parijs. Alhoewel hij zich nauw verwant voelt met Magritte, de Chiroco en zelfs Ernst, sluit hij niet aan bij de surrealisten. Hij is geen man voor een beweging of een groep. Delvaux is een eenling die zich niet interesseert voor het sociale of politieke leven. Na 1945 komt zijn talent pas goed tot bloei, hij wordt bekend en gevierd. Zijn techniek wordt steeds perfecter. Hij schildert fresco's en muurschilderingen van indrukwekkende afmetingen in het Kursaal van Oostende (1952), het Congrespaleis te Brussel (1959), de Universiteit van Luik (1960), het casino te Chaudfontaine (1974) en het metrostation Beurs te Brussel (1978).
Het universum van Delvaux staat buiten de tijd en buiten de werkelijkheid. In een dromerige toestand dwalen de meestal naakte vrouwen door een omgeving van Griekse tempels, Italiaanse paleizen, treinstations of desolate pleinen. Een eenzaam klein meisje in een station staart wezenloos in de door het koude maanlicht getekende nacht. Menselijke skeletten zijn verwikkeld in dagelijkse activiteiten voorbehouden aan de levenden. In zichzelf gekeerde mannen met bolhoed of versies van Jules Verne's professor Lidenbrock wandelen ongestoord door deze vreemde wereld.
Dat de naam Paul Delvaux altijd een grote internationale weerklank heeft gekend, bewijzen de talrijke buitenlandse tentoonstellingen van zijn werk. In eigen land was de waardering voor de ere-stationschef van het station van Louvain-la-Neuve geringer. De laatste grote Delvaux-tentoonstelling had plaats in 1977 in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel. In dezelfde zalen zullen nu zo'n 120 schilderijen en 130 tekeningen te zien zijn, ongeveer een derde van het totale oeuvre van Delvaux. De tentoonstelling wordt opgesteld rond de geliefde thema's van de kunstenaar zoals de oudheid, het skelet, de stations en de treinen, de vriendinnen, de voorstad, de ontmoeting, de droom en de wetenschap, de eenzaamheid, de courtisanes, de stad ... De werken worden vergezeld van archiefdocumenten die de relatie tussen het oeuvre en de denkwereld van de kunstenaar belichten.
Zo zijn voor het eerst de 21 schetsboeken te zien die Delvaux aan de Koninklijke Museum voor Schone Kunsten schonk. De retrospectieve Paul Delvaux wordt gerealiseerd met de medewerking van diverse binnen- en buitenlandse musea en de Stichting Paul Delvaux. Deze stichting beheert het Paul Delvaux-museum dat in 1982 in Sint-Idesbald werd geopend. Ter gelegenheid van de tentoonstelling wordt op 29 maart in het museum een nieuwe zaal geopend.