OKV1997.4
In Ename, vlakbij Oudenaarde en zowat 20 km van Gent, ligt één van de grootste archeologische opgravingsplaatsen in België. OKV maakte hierop reeds attent in de editie "Archeologie in België"
(OKV/96/4).
Zo zie je de abdijkerk door de TimeFrame, de figuren op de voorgrond zijn er werkelijk en bewegen in het beeld.
Van 974 tot 1050 speelde de plaats een rol in tenminste drie Europese staten: Duitsland, Frankrijk en België. Van de drie burchten die de Duitse keizer Otto II in de 10de eeuw bouwde, was Ename de belangrijkste (voor Antwerpen en Valenciennes). Uit de prestedelijke fase en uit de abdijperiode is een gevarieerd monumentenbestand bewaard gebleven. Dit omvat drie elementen: een archeologische site van 8 ha in de Scheldemeersen, de Sint-Laurentiuskerk en het historisch landschap Bos 't Ename. Ook het historisch bronnenmateriaal is goed bewaard gebleven, zodat materiële relicten concreet in hun context kunnen geplaatst worden.
De opgravingen in Ename (door het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium) en het onderzoek van de Sint-Laurentiuskerk getuigen van een vernieuwende aanpak door de integratie van het natuurwetenschappelijk onderzoek op een schaal die in Europa nog niet was gezien: dateringstechnieken, biomoleculair onderzoek, paleopathologisch onderzoek van dierlijke resten, fysica-chemische analyse van artefacten, ...
Ename wordt op die manier een expertise centrum en een knooppunt van wetenschappelijke uitwisseling binnen een Europees netwerk. Maar ook het publiek wil zijn deel en terecht. Het probleem met archeologische sites is dat er zo weinig kan getoond worden aan "wie de sporen niet kan lezen", m.a.w. wie geen archeologische opleiding heeft genoten. De presentatie is bijgevolg een belangrijke factor bij de ontsluiting van dit erfgoed. Om hieraan tegemoet te komen werd het project Ename 974 ontwikkeld. Dit project voorziet in de uitbouw van een (Oostvlaams) provinciaal "Museum 't Ename" dat het dagelijkse leven van de Enaamse gemeenschap gedurende 1000 jaar zal belichten op een hoogtechnologische manier.
Op de site zelf worden de abdijgrondvesten verstevigd en voor de toekomst beveiligd. De kloostertuinen worden heraangelegd en de grachtenstelsels (met water) worden hersteld. Dit alles onder de wetenschappelijk supervisie van het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, in samenwerking met verschillende universiteiten en in opdracht van de Provincie Oost-Vlaanderen.