Deze zomer houdt het Museum voor Schone Kunsten Gent een collectiepresentatie van kunstschilder Gustave Van de Woestyne (1881-1947). Uit zalen en reserves werden rond de vijftig werken bij elkaar gebracht, waaronder het handschrift van zijn Memento, in menig opzicht een merkwaardig document.

Links: Gustave Van de Woestyne, Zelfportret, 1899-1900, olieverf op paneel, 51,9 x 12 cm Schenking van Huguette Van de Woestyne-Vanagt in 2020

Gustave Van de Woestyne, Zelfportret, 1899-1900, olieverf op paneel, 51,9 x 12 cm Schenking van Huguette Van de Woestyne-Vanagt in 2020

Balans van een eeuw verzamelen

Curator Johan De Smet: “Het museum heeft in de loop van de jaren een interessante collectie van Van de Woestyne weten op te bouwen. De vroegste aankoop dateert al van 1913, met het mooie portret van zijn echtgenote Prudence de Schepper, en de meest recente aanwinsten dragen een inventarisnummer van het jaar 2020.”

Het museum kan terecht pronken met een aantal eersterangs werken, die ook diverse aspecten van zijn artistieke interesse illustreren: de boeren van Sint-Martens-Latem, religieus geïnspireerde taferelen, de liefde voor de muziek. Tot aan de eeuwwisseling werden vooral schilderijen en tekeningen aangekocht, na 2000 kwamen ook andere facetten aan bod: illustraties en overige grafiek

Johan De Smet: “Schenkingen en bruiklenen zijn buitenkansen. En de jongste jaren zijn wij op dat vlak echt verwend geweest, met werk dat zelden of nooit te zien is geweest. Dan denk ik aan het vroegste zelfportret van Van de Woestyne. Het is een klein werkje, olie op paneel, uit 1899 of 1900. Dat is zijn academietijd of vlak daarna; uit die periode is bitter weinig werk bewaard gebleven omdat hij het allemaal zelf vernietigd heeft.” Het contrasteert mooi met het verfijnde portret dat Léon De Smet van hem maakte tijdens de oorlogsjaren in Wales; ook een recente aanwinst.

Léon De Smet, Portret van Gustave Van de Woestyne, 1916, potlood op papier, 413 x 395 mm

Léon De Smet, Portret van Gustave Van de Woestyne, 1916, potlood op papier, 413 x 395 mm

Het portret van landbouwer Deeske Cnudde uit 1902 is een vroeg voorbeeld uit zijn Latemse periode. Het is zeer illustratief voor zijn opvattingen over het boerenleven. Waar hij bij portretten de achtergrond doorgaans onbestemd laat, worden hier de landerijen, de bomen, de boerderijtjes met dezelfde zorg als het hoofpersonage uitgebeeld, als beklemtoning van de haast mystieke band tussen de landbouwer en het land dat hij bewerkt.

Gustave Van de Woestyne, ontwerp voor het wandtapijt De jager, potlood en aquarel

Gustave Van de Woestyne, ontwerp voor het wandtapijt De jager, potlood en aquarel

Johan De Smet: “Die werken in eigen bezit vormen nu een geheel dat ons in staat stelt een coherent beeld van Van de Woestynes werk op te hangen. Acht zalen telkens rond een thema. Het werkt wonderwel en het toont zijn diversiteit, zoals hij in zijn leven ook telkens de focus verlegde. Dus wordt de chronologie ook grotendeels gevolgd.”

Een herontdekt illustrator

De tentoonstelling is zeker geen doorslag van de grote retrospectieve van tien jaar terug. Het plezier dat men er beleeft is subtiel. In elke zaal is er telkens wel een werk waarmee het publiek vertrouwd is, maar het wordt aangevuld met tekeningen en ontwerpen die nog nooit gezien werden. Zo is er het illustratiemateriaal voor de moderne bewerking van het middeleeuwse epos Van den Vos Reynaerde door Stijn Streuvels. De vignetten verraden een weinig gekend aspect van zijn persoonlijkheid: zijn zin voor humor

Gustave Van de Woestyne, Hoe Bruin met Reinaert uitgaat waar hij dacht honing te eten en hoe hij bij kop en poten gevangen wordt en verdere rampspoed ondergaat (illustratie bij de bewerking van Van den Vos Reynaerde door Stijn Streuvels), pen en penseel in Oost-Indische inkt op papier, sporen van witte inkt, annotatie in potlood en kleurpotlood, 220 x 278 mm

Gustave Van de Woestyne, Hoe Bruin met Reinaert uitgaat waar hij dacht honing te eten en hoe hij bij kop en poten gevangen wordt en verdere rampspoed ondergaat (illustratie bij de bewerking van Van den Vos Reynaerde door Stijn Streuvels), pen en penseel in Oost-Indische inkt op papier, sporen van witte inkt, annotatie in potlood en kleurpotlood, 220 x 278 mm

Johan De Smet: “Zo’n overzicht doet ons ook wel verder nadenken over het werk. Het roept vraagtekens op. Wij zien hier schetsen, voorstudies van zeer bekend werk, terwijl wij ervan uitgingen dat hij vooral rechtstreeks op het doek schetste. Er is hier ook een uitgewerkte tekening op millimeterpapier, duidelijk bestemd voor een wandtapijt, maar voor zover we weten is dat nooit uitgevoerd. Je kan je ook afvragen hoe het komt dat hij quasi geen werk van broer Karel heeft geïllustreerd; er is de kaft van een dichtbundel, meer niet. Gek toch, ze stonden zo dicht bij elkaar.”

Inderdaad keek Gustave Van de Woestyne op naar zijn oudere broer, dichter Karel van de Woestijne (1878-1929). Als tastbare blijk hiervan is er het schitterend portret dat hij van hem tekende in 1910. Karel was zijn mentor, het klankbord van zijn artistieke ambities, een verwante ziel, artistiek en familiaal. Die speciale band heeft hij in een autobiografische tekst vastgelegd, een Memento dat deel uitmaakte van een recente schenking door de familie. Pagina’s van dit merkwaardig document hangen dicht naast elkaar, telkens aan dezelfde wand van elke zaal en trekken zo een rode draad door de tentoonstelling

Gustave Van de Woestyne, Hoe Bruin met de boodschap naar Reinaert gezonden wordt en hoe hij hem aanspreekt (illustratie bij de bewerking van Van den Vos Reynaerde door Stijn Streuvels), pen en penseel in Oost-Indische inkt op papier, annotatie in potlood en kleurpotlood, 228 x 302 mm

Gustave Van de Woestyne, Hoe Bruin met de boodschap naar Reinaert gezonden wordt en hoe hij hem aanspreekt (illustratie bij de bewerking van Van den Vos Reynaerde door Stijn Streuvels), pen en penseel in Oost-Indische inkt op papier, annotatie in potlood en kleurpotlood, 228 x 302 mm

Een herontdekte tekst

De tekst was al vroeger bekend en werd onder de titel Karel en ik in 1979 gepubliceerd. Spijtig genoeg gebeurde dat op een eerder slordige en onwetenschappelijke manier. Een en ander wordt nu rechtgezet door een kritische uitgave. De onofficiële titel Karel en ik blijft behouden, maar krijgt een verklarende ondertitel: Memento van Gustave Van de Woestyne.

Johan De Smet: “Eigenlijk is het een onafgewerkt document dat zelfs geen titel draagt. Het bestaat uit drie delen met elk een werktitel: Memento van Sint-Lievensstraat tot Sint-MartensLaethem, Memento van Sint-Martens-Laethem tot wanneer Karel Van de Woestyne trouwde, Memento van April 1904 tot Oogst 1929. Het is duidelijk dat het woord Memento van bijzonder belang was voor hem en dat hebben wij dus als titel aangehouden. Verder hebben wij het origineel handschrift zo getrouw mogelijk weergegeven. Op vraag van de uitgever hebben we wel een hedendaagse spelling gehanteerd en de punctuatie op punt gesteld.”

Gustave Van de Woestyne, Portret van Karel van de Woestijne, 1910, potlood op papier, 293 x 263 mm Aangekocht in 2008

Gustave Van de Woestyne, Portret van Karel van de Woestijne, 1910, potlood op papier, 293 x 263 mm Aangekocht in 2008

Zo blijft de frisheid van dit merkwaardig document bewaard. Door de moderne spelling heen klinkt de sterk Gents getinte taal door. Op sappige wijze, met humor en met de nodige zin voor detail hangt Van de Woestyne een treffend beeld op van het artistieke avontuur dat hij met zijn oudere broer beleeft De beschrijving van het kunstenaarsleven in Sint-MartensLatem is een kostbaar tijdsdocument. Figuren als Valerius De Saedeleer en George Minne komen echt tot leven in anekdotes en dialogen uit het leven gegrepen. In de beschrijvingen van het dorp en haar bewoners is hij op zijn best. Hier is een schilder aan het woord; hetgeen hij beschrijft is haast letterlijk terug te vinden in zijn schilderijen

Gustave Van de Woestyne, Portret van Prudence De Schepper, de vrouw van de kunstenaar, 1910, aquarel en olieverf over potlood op papier, 998 x 680 mm Aangekocht op de Wereldtentoonstelling van Gent, 1913

Gustave Van de Woestyne, Portret van Prudence De Schepper, de vrouw van de kunstenaar, 1910, aquarel en olieverf over potlood op papier, 998 x 680 mm Aangekocht op de Wereldtentoonstelling van Gent, 1913

Een onvoltooid egodocument

Het feit dat het document nooit werd afgewerkt moet je er als lezer bijnemen. Gustave Van de Woestyne begon aan zijn tekst na de dood van broer Karel. Het was initieel bedoeld als een hulde aan de bewonderde broer met wie hij zoveel beleefd heeft. Volgens hem was Karel de enige die zijn werk echt begreep. Hij begint eraan ergens rond 1930, maar werkt er niet aan door. Meer dan eens noteert hij dat een passage nog moet aangevuld of uitgewerkt worden. Delen zijn uitgetypt, andere bestaan enkel in handschrift. Overal staan annotaties en schrappingen. Die worden uiteraard in het boek gesignaleerd en geduid.

Het derde deel zou de periode van 1904 tot aan de dood van Karel in 1929 verslaan. In feite stopt het abrupt in 1919, het tijdstip waarop de twee broers elkaar terugzien na vijf jaar scheiding. Karel woonde in Brussel en Gustave was gevlucht naar Wales. Heeft de fysieke scheiding ook tot een vervreemding geleid? Zij denken beiden van niet, maar zijn niet zeker. Het moment van het weerzien wordt niet beschreven. Gustave schrijft enkel dat het erg emotioneel was en daarop stopt de tekst.

Gustave Van de Woestyne, Deeske Cnudde, 1902, olieverf, 50,5 x 31 cm Legaat in 2016 van de erfgenamen van Dernand en Jozef De Blieck

Gustave Van de Woestyne, Deeske Cnudde, 1902, olieverf, 50,5 x 31 cm Legaat in 2016 van de erfgenamen van Dernand en Jozef De Blieck

Opvallend is ook dat bepaalde belangrijke gebeurtenissen helemaal niet aan bod komen, zoals het bezoek aan de grote tentoonstelling van de Vlaamse primitieven te Brugge in 1902, het intreden van Gustave in het klooster van Keizersberg in Leuven en zijn al even plots uittreden enkele weken later. De oorlogsjaren en de ballingschap worden summier in een bladzijde afgehandeld.

Deze boeiende, maar moeilijk te classificeren tekst is deels een huldeschrift voor Karel, deels een kroniek en af en toe een apologie. De Smet noemt hem terecht een egodocument. Het is voor ons een buitenkans om mee over de schouder van de auteur mee te kijken en zo de mythe van Sint-Martens-Latem in een ander daglicht te zien. Het is even opkijken als wij lezen dat de kunstenaars-dorpsbewoners die ondanks alle ronkende – en wellicht oprecht gemeende – verklaringen de wufte stad de rug toegekeerd hebben toch uitgelaten blij zijn als hun moeder af en toe eens langskomt met een rijke lading aan gezonde mondvoorraad en een paar goede flessen wijn. Want zoals moeder Van de Woestyne het stelt: de bohémien uithangen is in orde, maar ze mogen ook niet overdrijven!

Tentoonstelling

Gustave Van de Woestyne - Collectiepresentatie – Nog t.e.m. 4 oktober 2020 – Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur – Gesloten: maandag –MSK Gent – Fernand Scribedreef 1, 9000 Gent – Best vooraf reserveren: T 09 210 10 75 – Het dragen van een mondmasker is verplicht

Website

Literatuurlijst

  • Het boek Karel en ik. Memento van Gustave Van de Woestyne is een editie bezorgd door Johan De Smet, Leo Jansen, Peter Theunynck en Hans Vendevoorde, uitgegeven door Davidsfonds.

Download hier de pdf

Gustave Van de Woestyne