Sinds 2014 wordt de verzameling kunst uit de belle époque van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten Brussel tentoongesteld in het Fin-de-Siècle Museum. Door samenwerkingen met andere prominente Belgische instellingen kan het museum regelmatig uitpakken met bijzondere stukken uit die rijke periode. Een recente ontdekking in de Koninklijke Bibliotheek en een aankoop door de Koning Boudewijnstichting vormen hiervan het bewijs.

Begin februari ontdekten onderzoekers tijdens opzoekingen voor de nieuwe presentatie in het Fin-de-Siècle Museum een onbekende tekening van de symbolist Jean Delville (1867-1953) in het prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek. Het werk was niet eerder gecatalogiseerd, omdat het door de buitengewone afmetingen (98 x 118 cm) niet meteen als Delville werd herkend.

De teruggevonden tekening van Jean Deville.

De teruggevonden tekening van Jean Deville.

Idealisme

Delville, aan wie het Musée Félicien Rops in Namen een tentoonstelling wijdde in 2014, wist bekendheid te verwerven als schilder en dichter. De tekening is een vroeg werk uit 1888 en combineert pastel- en gouachetechnieken met vet potlood. Het werk nam een speciale plaats in zijn oeuvre in. Hij plaatste zich hiermee in de traditie van disegno, waarin de tekening gezien wordt als de basis van de kunst, als uitdrukking van een idee.

Delville was de voortrekker van de idealistische beweging in de Belgische kunst. Het idealisme als stroming vindt haar oorsprong in het geloof dat kunst uitdrukking geeft aan een hogere spirituele schoonheid en waarheid. Hij geloofde in een klassieke artistieke opleiding, maar vond technische perfectie ondergeschikt aan het overbrengen van een universeel en subliem gevoel.

De vogels van Stymphalos

Jean Delville vond inspiratie in de pathos van de Griekse mythen. Het is niet duidelijk wie in de ontdekte tekening afgebeeld is, maar eigen aan het symbolisme is het lijdende naakte lichaam van het hoofdpersonage en het occulte karakter. De vogels die in het lichaam pikken suggereren een afbeelding van Prometheus wiens lever wordt uitgepikt. Misschien zinspeelt Delville op de vogels van het meer Stymphalos, die mensenvlees aten en door Hercules werden gedood. Evengoed kan het om een abstracte verbeelding gaan, bijvoorbeeld van de poort naar de hel.

De opdracht aan Maurice Siville (detail).

De opdracht aan Maurice Siville (detail): "A Maurice Siville, ce témoignage d'amitié sincère et souvenir de son premier LIVRE. [Novem]bre 1888. JEAN DELVILLE."

Aan Maurice Siville

De tekening is gedateerd en opgedragen aan een vriend van de kunstenaar, de schrijver en kunstcriticus Maurice Siville, “ter ere van zijn eerste boek”. In 1888 publiceerde Siville de bundel Contes pour l’aimée. Het is opvallend dat Delville een gruwelijk tafereel opdroeg aan een boek met dergelijke titel. Ook dit past binnen zijn sublieme gedachtengoed. Het menselijk lichaam - dat hij anatomisch nagenoeg perfect verbeeldde - is de ideale projectie van dat sublieme. De tekening kwam via Sivilles weduwe in de collectie van de KBR terecht.

Alfred Stevens, Claude Lemonnier in het atelier van de kunstenaar.

Alfred Stevens, Claude Lemonnier in het atelier van de kunstenaar

Camille Lemonnier

Een andere kunstcriticus/auteur die sinds kort een werk aan zich gewijd weet in het Fin-de-Siècle Museum is Camille Lemonnier, in de vorm van een portret door Alfred Stevens (1823-1906). De Brusselaar studeerde in Parijs bij Dominique Ingres en bewoog zich in de kringen rond Manet, Courbet en Baudelaire. Op het schilderij zien we Lemonnier in het atelier van de schilder, wat het uitermate geschikt maakt voor de nieuwe zaal gewijd aan het atelier. Het werk is afkomstig uit de prestigieuze collectie van de Parijse antiquair André Fabius - vader van de recent afgetreden Franse minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius. Na zijn dood bleef het werk in privéhanden, tot de Koning Boudewijnstichting het kon verwerven. De stichting gaf het schilderij in bewaring bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, waardoor nu ook het grote publiek het kan bewonderen.