OKV2007.5
Het Museum voor Natuurwetenschappen gezien vanuit het Leopoldpark
Het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel is een van de weinige musea in ons land dat nagenoeg iedereen heeft bezocht. Generaties schoolkinderen keken er met grote ogen naar de vele verzamelingen en herinneren zich vooral de Janletzaal met het indrukwekkende leger dinosauriërs.
Dit themanummer opent met het prille begin van het Musée royal d' Histoire naturelle in 1846, gehuisvest op het Museumplein, en vertelt over belangrijke ontdekkingen van oude fossielen: de mammoet van Lier in 1860, walvisskeletten te Antwerpen tussen 1860 en 1870 en de iguanodons van Bernissart in 1878. Ontelbare andere dieren en planten die onze ondergrond prijsgaf of die avonturiers meebrachten van hun exploratietochten verhuisden naar het museum. Ook de neanderthaler van Spy, gevonden in 1886, kreeg er een plaats.
Het museum barstte uit de voegen en de toenmalige directeur Edouard Dupont verhuisde het in 1891 naar een leegstaand kloosterpand in het Leopoldpark. Dupont gaf onmiddellijk de opdracht voor een bijkomende vleugel. Architect Charles- Emile Janlet tekende voor een gigantische en toch sierlijke zaal met een uitzonderlijke lichtinval. Hier wandelden de bezoekers miljoenen jaren terug in de tijd, van de holenberen en holenleeuwen, oerossen en mammoeten uit het quartair, naar de primitieve paardjes, sabeltandtijgers en walvissen uit het tertiair. Wat verder stond men in het bovenkrijt met reuzenschildpadden en reuze waterhagedissen, om te eindigen bij de iguanodons van het beneden krijt.
De Janletzaal is nu volledig gerenoveerd. De imposante skeletten zijn er nog steeds, geflankeerd door vele interactieve opstellingen die een zo precies mogelijk beeld geven van de lang vergane wereld van de dinosauriërs.
In dit themanummer is er ook een kort bezoek aan de vele andere zalen van het Museum voor Natuurwetenschappen en een blik achter de schermen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, waar het museum deel van uit maakt.