OKV2013.2
Twee maanden na de opening heeft Louvre Lens al 200.000 bezoekers ontvangen. Dat publiek komt voornamelijk uit België, Nederland en Groot-Brittanië. Alles in het nieuwe museum is daarop afgestemd, de teksten zijn overal in drie talen: Frans, Engels en Nederlands.
Museum Louvre Lens, rechts op de voorgrond, tussen de terrils en de arbijderswijken
Tweehonderdduizend bezoekers, dat is tienmaal de bevolking van de stad Lens, of juister van de onordentelijke aaneenschakeling van arbeiderswijken uit de tijd van de koolmijnen, te vergelijken met La Louvière in Henegouwen.
Het museum ligt wat verscholen in het midden van de agglomeratie. Het is gebouwd bovenop een platte terril en de architecten hebben het bestaande reliëf gerespecteerd. Ze hebben ook het ‘licht van het noorden’ overal binnengelaten. Dat licht is zo belangrijk geweest in de oude Vlaamse en vooral Hollandse schilderkunst en het ontstaan van het impressionisme. In de grote galerie, met stukken van de oudheid tot ca. 1800, valt het licht binnen van boven. De wanden in geanodiseerd aluminium weerkaatsen dat. Het effect is fascinerend. Hier geen paleisachtige ruimten zoals in het Louvre in Parijs en ook geen sculptuurarchitectuur genre Bilbao. Een verademing. Wat hier telt zijn de kunstwerken. Met dank aan de Japanse architecten van de groep SANAA.
Het museum is omringd door een groot park van ongeveer twintig hectaren, gedeeltelijk bebost. Vanuit het museum ziet men de twee hoogste terrils die er in Europa overblijven. Er is geen parking voor de deur (maar voldoende in de omgeving), wel een gratis shuttle vanaf het station van Lens. Indien de huidige stroom bezoekers aanhoudt of vergroot, is duidelijk dat voorzieningen als ontvangst, cafetaria, toiletten en in- en uitgangen wat klein zullen blijken.