Het huis Autrique werd Horta's eerste bouwopdracht in de Brusselse gemeente Schaarbeek. Je kunt er dromen over gisteren en morgen, van de kelder tot de zolder. Een wandeling door de vele lagen van de tijd.

De weg van de intimiteit en de schoonheid

Autrique huis

Sinds de renovatie in december 2004 van het huis Autrique kwamen al zo'n 10.000 bezoekers over de vloer. Dat is meer dan een behoorlijk cijfer. Gangmakers om het gebouw van zijn ondergang te redden zijn de kunstenaars en stripmakers François Schuiten en Benoît Peeters. Zij trokken het gemeentebestuur van Schaarbeek hard aan de mouw om dit uniek stukje Horta-patrimonium alsnog voor de toekomst te bewaren. Twee en een half jaar werd koortsachtig gewerkt aan de restauratie van het pand.

Het resultaat mag gezien worden omdat je nauwelijks merkt dat hier werd ingegrepen. De originele kleuren kwamen weer boven water en wonder boven wonder ook de art nouveau mozaïekvloer in de gang van de gelijkvloerse verdieping. Het huis heeft sinds de bouw in 1893 verschillende veranderingen ondergaan. "Geen ervan was radicaal," schrijft Bernard Royen, architect van de gemeente Schaarbeek in het boek Metamorfosen van een Art Nouveau-huis gewijd aan het huis Autrique. Toch leek het alsof het huis bedekt was met een fijne opaalkleurige, monochrome film die alles verborg en alledaags maakte wat deze woning ooit aantrekkelijk had gemaakt.

Het huis Autrique

In vergelijking met het Horta-museum en het herenhuis Tassel ziet het Autrique-huis er eerder gewoontjes uit, een doorsnee Brussels herenhuis zoals er in de onmiddellijke omgeving wel meer zijn. In zijn Mémoires, die Horta in 1939 begint te redigeren, spreekt de architect over de grote vreugde die hij voelde toen Eugène Autrique hem de bouw van zijn huis toevertrouwde. De twee mannen kenden elkaar door hun lidmaatschap van de vrijmetselaarsloge Les Amis Philanthropes waar Horta in 1888 geïnitieerd werd. Beiden waren - Autrique was ingenieur - bovendien docent aan de Polytechnische School van de ULB. Horta doceerde er vanaf 1893 als opvolger van Ernest-Jean Hendrickx, de meest getalenteerde volgeling van Viollet-le-Duc.

Binnen het milieu van de vrijmetselarij en de universiteit vindt Horta zijn eerste klanten en trouwe vrienden, mannen, zo schrijft hij van wie "het karakter de weg van de intimiteit en de schoonheid bewandelt". Horta moet met het huis Autrique bijna tegelijkertijd een andere opdracht ontvangen hebben die zijn carrière definitief een andere wending gaf, namelijk de bouw van het huis Tassel. De bouwaanvraag werd twee maanden na Autrique ingediend. In deze korte tijdspanne doorbrak Horta resoluut de traditionele regels van de Brusselse burgerwoning. Feit is dat het talent van de gevierde architect in 1893 'ontploft'. "Twaalf jaar van mijn carrière, tweeëndertig jaar van mijn leven zijn verstreken. Ik heb enorm veel gewerkt, nu is het tijd voor beloning," getuigt de gefêteerde architect. Als Autrique en Tassel hem de opdracht geven voor hun woningen geven ze de jonge architect een vrijheid die voor hem totaal nieuw is.

Autique huis

Nieuwe huis

Voor Autrique is de opdracht eenvoudig schrijft Horta in zijn memoires "geen enkele luxe, geen enkele extravagantie: een bewoonbaar souterrain, een waardige vestibule en trappenhuis, de salon en de eetkamer prettig samen, een eerste etage met bad en toilet (nog niet gebruikelijk in die periode) en een tweede mansarde-verdieping voor kinderen en personeel." Feit is dat uit deze opdeling een uitgesproken burgerlijke woonlogica blijkt.

De kelder met keuken en wasplaats onderscheidden zich van de theatrale voorkant. Het archaïsche huis daarentegen heeft geen voor- en achterkant, het heeft een centrum waar het leven wordt doorgegeven. Er wordt gekookt en er worden kinderen verwekt. De burgerlijke woonlogica, ook die van Horta, gaat hier regelrecht tegen in. Het werk wordt verdrongen naar plekken die zich aan het oog onttrekken.

Daarentegen heeft het traditionele huis geen semi-publieke of theatrale ontvangstruimten, geen voor- of achterkant. De traditionele woning is essentieel gesloten en privaat. Vreemden komen daar niet binnen, gastvrijheid houdt in dat de genodigde wordt opgenomen in de besloten kring van de familie. Het 'nieuwe huis' verdringt met de opmars van de industrialisatie de oude landelijke architectuur in de nieuw aangesneden suburbane gebieden. Ook Schaarbeek behoort daartoe.

Het huis Autrique breekt met het verleden omdat het een burgerlijk stedelijk model volgt dat in essentiële aspecten ingaat tegen de domestieke waarden van het oude, landelijke wonen. De verburgerlijking houdt in dat het huis ontdubbelt in een representatieve voorzijde en een verborgen achterzijde.

Van dorp naar stad

Autrique huis

Het gekozen terrein voor het huis Autrique bevindt zich aan de Haachtsesteenweg 236 (vandaag nummer 266), een tamelijk bescheiden perceel maar met een vrij zicht langs de achterzijde en de mogelijkheid mooie wandelingen in het Josaphatpark te maken via de nabijgelegen Louis Betrandlaan. Het Schaarbeek van vandaag lijkt in niets meer op het landelijke dorp uit vroegere tijden. De Haachtsesteenweg was vanouds een verbindingsweg en wordt al in 1459 verhard. Hij vormt een belangrijke as tussen stad en platteland. Schaarbeek blijft een dorp tot in het begin van de negentiende eeuw met een bevolking van circa 1.150 inwoners.

Omstreeks 1860 is Schaarbeek een wijk in volle expansie, met stedelijke constructies die oprukken en oude gebouwen doen verdwijnen. Molens en boerderijen beperken hun activiteiten en verdwijnen samen met de vele ezels die als vervoermiddel golden geleidelijk van het toneel. De aanwezigheid van spoorwegstations - het Noordstation, het station van Schaarbeek - trekt verschillende industrieën aan: stokerijen, speelkaartenfabrieken, ijzer- en kopergieterijen, lijmfabrieken, marmerslijperijen, vernisfabrieken en noem maar op. Kortom de verstedelijking is niet meer te stuiten en Schaarbeek ziet met de aanleg van de Louis-Bertrandlaan tevens de geboorte van een heuse art nouveau-wijk.

Deze veertig meter brede laan verbindt de Haachtsesteenweg met het nabijgelegen Josaphatpark. Horta is met de bouw van het huis Autrique de eerste van een lange reeks architecten die hun hart aan deze wijk hebben verpand. Anderen zouden hem volgen: Henri Jacobs, Gustave Strauven, Franz Hemelsoet, A. Dankelman.

Autrique huis

Herinnering

Horta is ervan overtuigd dat de artistieke inspanning niet mag afhangen van de grootte van de werf. Hij staat er op voor de gevel natuursteen te gebruiken in plaats van bezette bakstenen. De deur van het Autrique-huis is voorzien van een enkele nobele omlijsting in subtiele welving in een stijl die nog duidelijk de sporen draagt van de neogotiek. De omlijsting springt uit de vlakke gevel. Dankzij een spel van gietijzeren pijlers op de gelijkvloerse verdieping en zuiltjes op de eerste etage kan Horta de gevel voorzien van grote vensteropeningen. Licht is een belangrijk vormgevend element. Tevoren sloot de burgerij zich op in onverluchte huizen. Horta maakt hier een belangrijk breekpunt van en verlucht het huis Autrique met roosters die aan de buitenkant uitmonden in een sierlijk ornament. Binnen oogt de indeling nog vrij klassiek en is de latere Horta nog niet voor honderd procent op dreef. Maar toch: in het trappenhuis vindt men al de vernieuwende decoratieve toepassingen van de art nouveau-stijl. De glasramen op de tussenverdieping verwijzen naar de natuur en vormen een prelude van hetgeen we bij Horta in zijn latere creatie nog veelvuldig zullen tegenkomen.

Ongetwijfeld is de herinnering de sleutel tot het scenografische programma om het Autrique-huis te reanimeren. François Schuiten en Benoît Peeters zijn er de bedenkers van. Wie het huis Autrique bezoekt ontmoet een verhaal, een verhaal dat ieder voor zich kan bedenken en construeren. Het is alsof je een reis onderneemt doorheen de verschillende lagen van tijd en ruimte. Elke kamer is het theater van een kleine enscenering, van een gebeurtenis die iets te maken heeft met haar functie: van de vrijwel intacte keuken in de kelder waar het linnengoed nog hangt te drogen tot de compleet heringerichte zolder vol exotische rommel. De enscenering van het Autriquehuis evoceert een op zijn minst poëtische ervaring. De vormelijke uitvoering refereert aan hedendaagse kunstinstallaties zoals de video-installatie in de badkamer en verbindt daardoor het huis niet alleen met het verleden maar ook met de toekomst hoe imaginair die ook is.

Praktische informatie

Download hier de pdf

OKV2005.4 Het huis Autrigue.pdf