Nieuw museum oor hedendaagse kunst in Wallonië opent haar deuren.

De Waalse tegenhanger van Jan Hoet is ongetwijfeld Laurent Busine. Vanuit zijn Paleis voor Schone Kunsten in Charleroi schonk hij ons de laatste decennia een reeks schitterende tentoonstellingen. Bij elke Europalia haalde hij er de beste tentoonstelling uit zoals de onvergetelijke Egon Schiele bij Europalia Oostenrijk en de Japanse etsen bij Japan. Bij elke tentoonstelling hoorde een mooi uitgegeven catalogus die telkens hetzelfde formaat hadden en waarmee je in je bibliotheek een hele plank kon vullen: Rodin, De Chirico, etc...

Maar er was één frustratie. De man die als Belgisch commissaris voor de Biënnale van Venetië (100ste verjaardag  - 1995) jonge Belgische talenten kansen gaf, bezat géén eigen verzameling.

Zonder partijkaart geen museum?

Weliswaar bezit Luik een museum voor Moderne Kunst met zelfs de enige Picasso in openbaar bezit in dit land, maar echt fier kan Franstalig België op dit ouderwets en fel gepolitiseerd museum niet zijn. Want in dat bedje zijn vele musea in Wallonië ziek. Hun conservators worden niet altijd aangesteld op basis van capaciteiten, maar op basis van de juiste partijkaart en dat geldt in Wallonië trouwens voor vele kunstdisciplines.
Tegelijkertijd worstelt Franstalig België met een industrieel verleden en met de bijhorende, soms schitterende, sites die dikwijls in verpauperde buurten liggen. Een nieuw museum voor hedendaagse kunst op zo'n site zou dus twee vliegen in één klap slaan: een re-engineeringsproces voor een buurt en de uitbouw van een hedendaags imago gekoppeld aan een rijk verleden.

Terug de mijn in

Het nieuwe Museum voor Hedendaagse Kunst  in Franstalig België ligt op één van de mooiste industrieel archeologische domeinen van Noord-Europa: de vroegere steenkoolmijn van Le Grand-Hornu.
Het deels gerenoveerde en deels nieuw opgetrokken museumgebouw heeft ingangen op verscheidene plaatsen van het domein, dat dankzij het werk van de vereniging "Grand-Hornu Images" sinds de jaren '90 een toeristische, culturele en wetenschappelijke groeipool is geworden. Die vereniging hield er de laatste jaren opvallende tentoonstellingen rond vormgeving. De gebouwen zijn ontworpen door Pierre Hebbelinck, een jonge Luikse architect en stedenbouwkundige.

Oud gebouw met eigen tafels

De geklasseerde gewezen steenkoolmijn van Le Grand- Hornu is representatief voor de industrialisering van de 19de eeuw. De neoklassieke architectuur van het domein integreert industrie met woningbouw en verwijst naar het utopische principe van de ideale arbeidersstad dat in Frankrijk door Nicolas Ledoux was ontwikkeld . De gebouwen verzoenen op harmonieuze wijze een hedendaagse creativiteit met de herwaardering van het erfgoed.

De hedendaagse kunst wordt niet opgesloten in het patrimonium, dat op zijn beurt niet door de hedendaagse kunst wordt uitgehold . Oude en moderne architectuur komen allebei volledig tot hun recht. De glasramen lijken op de oude vensters aangebracht. Aan de bakstenen muren is niets veranderd . De tentoonstellingswanden vormen een tweede huid, parallel met de ongelijkmatige muur.

De natuurlijke verlichting van de geëxposeerde werken is één van de fundamentele opties va n de museagrafie va n het MAC's. De verlichting van de zalen werd in het laboratorium bestudeerd. Voor het interieur en meer in het bijzonder het restaurant, heeft het museum een beroep gedaan op Belgische creativiteit: de tafels werden door een Belgische meubelmaker speciaal voor het MAC's ontworpen. Ze komen binnenkort onder het label "Table MAC's" op de markt.

Kunst voor het volk

Als echo van het verleden, heeft Laurent Busine het MAC's een eigen karakter gegeven, een weerspiegeling van zijn sociale visie, namelijk de hedendaagse kunst voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk maken. De eerste resultaten van dit opzet zijn reeds zichtbaar in de streek, die tot voor kort als de kansarmste van het land werd beschouwd maar op benijdenswaardige wijze in haar reconversie slaagt. De voordrachten over hedendaagse kunst die Laurent Busine in middelbare scholen geeft, zijn besprekingen van kunstwerken in de huisjes van de oude mijnwerkerswijk, zijn streven om leken aan te trekken en de kunst door middel van didactische en pedagogische instrumenten begrijpelijk en toegankelijk te maken. Zo is er bijvoorbeeld een vulgariserend tijdschrift voor hedendaagse kunst, DITS.

Minimac

Het nieuwe tijdschrift van het Musée des Arts Contemporains, dat tweemaal per jaar zal verschijnen, zal zich op specifieke thema's richten, om te ontsnappen aan de dwang van een steeds meer evenement­gerichte actualiteit.
In plaats van zijn achtergrondartikels,volgens een programma te kiezen, zal het blad voor elk nummer een thema ontwikkelen dat het meest relevant lijkt voor de huidige stand van zaken in de hedendaagse kunst. Verder is er een krant voor kinderen, ouders en leerkrachten - de MINI MAC's. Elk nummer is volledig gewijd aan een werk uit de collectie van het museum en de kunstenaar die het heeft gemaakt. MINI MAC's verschijnt tweemaal per jaar.
Nummer 5 (september 20 02) is gewijd aan de Belgische plastische kunstenares Ann Veronica Janssens.

Busine laat zich gaan

Het splinternieuwe museum opent met de tentoonstelling het Herbarium en de Hemel. Laurent Busine volgt in deze eerste expositie twee grote richtingen, die elk op hun eigen manier worden ontwikkeld : de opsomming van beelden van mensen in hun leven en hun dood, in de herinnering en het geheugen.

Ten tweede de inventaris van de beelden van de wereld in de natuur en de bouwsels van de mens, de mogelijkheid om ze te klasseren, de onmogelijkheid om ze te vatten.

"Om  voltooid te worden, moet het museum door de blikken van zijn bezoekers worden gebouwd. Een museum - en  zeker een museum voor hedendaagse kunst - is een plaats waar ontmoetingen ontstaan tussen de bezoeker en de werken die zich aanbieden om  te worden ondervraagd. Het mag in geen geval een plaats zijn waar een gevestigde cultuur of kennis wordt verspreid. In dat geval zou men het echte doel van het museum over het hoofd zien: rijkdom en diversiteit leren ontdekken door de kennismaking met beelden en objecten die mensen samenbrengen. Het Museum van  ledereen is het Museum van Elkeen.", aldus een bevlogen Busine.       

Praktische informatie

Download hier de pdf

OKV2002.3 MAC_0.pdf