Een stad aan een stroom met een haven

MAS/Museum aan de Stroom

MAS - Museum aan de Stroom

Antwerpen is een stad apart: levendig en gedreven, eigenzinnig en creatief. Het is een wereldstad in zakformaat. Ze telt meer dan 160 verschillende nationaliteiten onder haar inwoners, organiseerde drie wereldtentoonstellingen en de Olympische Spelen in 1920 en kende de eerste wolkenkrabber op Europees vasteland. Het is de stad waar de wieg stond van de internationale kunsthandel en het is de stad van Peter Paul Rubens en Luc Tuymans, van Jan Fabre en dEUS, van Dries Van Noten en internationaal creatief talent. Het is de stad waar 85 % van alle diamanten passeert . Deze eigenzinnige metropool aan een stroom bezit een wereldhaven, de tweede grootste van Europa. Deze stad opent nu een nieuw, eigenzinnig museum: het MAS of Museum aan de Stroom.

Een eerste eigenzinnigheid van het MAS is de brede focus. Het MAS zal werken met zowel maritieme, volkskundige, stadshistorische als etnografische collecties. Dat in Antwerpen niet enkel erfgoed over de stad en de eigen haven is bewaard, maar ook heel wat erfgoed uit de rest van de wereld, is geen toeval. Dat heeft alles te maken met de Antwerpse haven, die altijd een kruispunt is geweest van goederen, mensen en ideeën uit de hele wereld. Het MAS zet in op die lange geschiedenis van uitwisseling tussen de stad en de wereld. Met de sporen van die uitwisseling zal het MAS nieuwe verhalen vertellen. ‘Over de stad, de stroom en de haven. Over de wereld in al zijn verscheidenheid. Over de eeuwenlange verbondenheid van Antwerpen met de wereld. Maak kennis met Antwerpen in de wereld, en met de wereld in Antwerpen’, zo luidt de missie van het MAS. 

Een tweede eigenzinnigheid van het MAS is de locatie. Niet in het klassieke toeristische district van Antwerpen, wel in de oude haven. Het Eilandje, de oude havenwijk, beleeft vandaag een opvallende renaissance. Mensen komen er wonen, bedrijven vestigen er zich, toeristen en Antwerpenaren komen er genieten van de stad en haar stroom. Het MAS is de motor en het nieuwe icoon van dit bruisend nieuwe stadsdeel.

Op de plek waar nu het MAS staat, stond tot aan het einde van de negentiende eeuw het Hanzehuis. Het is een symbolische plek, die steeds heden met toekomst verbond, en dat zal blijven doen. Het stapelhuis van weleer heeft nu plaats gemaakt voor een stapelhuis van verhalen.

Inhoud

  • MAS - Een stapelhuis vol verhalen
  • Het MAS als een museum+ - Ontmoetingsplek en totaalbelevenis
  • In en rond het MAS - De Visie van Neutelings Riedijk Architecten
MAS/Museum aan de Stroom, Antwerpia in Brabancia, Anoniem, ca, olieverf op paneel,

Antwerpia in Brabancia, Anoniem, ca, olieverf op paneel, Breedte  183 cm, Hoogte 108 cm

De Hanze in Antwerpen

Het Hanzehuis in Antwerpen, MAS

Het Hanzehuis in Antwerpen Tussen 1885 en 1893 

In de zestiende eeuw ging het Antwerpen voor de wind op economisch gebied: meer en meer kooplieden uit Engeland en Duitsland vestigden zich in de Scheldestad. De Iberische specerijenhandel volgde en snel werd Antwerpen het commerciële centrum van Europa. In 1553 verhuisde het Hanzekantoor van Brugge naar Antwerpen, en de Duitse handelaars hadden nood aan een groter gebouw. Antwerpen stelde gronden ter beschikking en Cornelis Floris, de architect van het Antwerpse stadhuis, werd aangesteld tot bouwmeester. Men bouwde vijf jaar aan dit gigantische complex. Het was ook vanaf deze plek – het latere Eilandje – dat de moderne haven werd uitgebouwd. De eerste dokken werden omzichtig omheen het Hanzehuis uitgegraven en de haven kleefde toen als het ware tegen de stad aan. In de nacht van 9 op 10 december 1893 brandde het gebouw helemaal af. 

MAS, Houten sarcofaag van Nesi-Chonsoe,

Houten sarcofaag van Nesi-Chonsoe, Thebe, westoever, 21ste dynastie (ca. 1000 v.Chr.)  Hout van de vijgenmoerbei, verf, vernis en bladgoud. Breedte 103 cm, Lengte 203 cm, Hoogte 125 cm,  Schenking L. Meeùs, 1888 

Van Museum voor Oudheden tot MAS

Op 14 augustus 1864 opende het Museum voor Oudheden in het Steen zijn deuren. Een tijdgenoot noteerde: “Dit lokt eenen grooten toeloop volks uit, een bewijs van de belangstelling welke dit gesticht bij onze stadsgenooten opwekt. Verscheidene van wege ingezetenen gedane giften zijn de verzamelingen komen vermeerderen, hoe onvolledig dezelve ook nog zijn, toch zijn zij reeds merkwaardig over het geheel.” De collectie Antwerpen had aanvankelijk vooral betrekking op Antwerpen en de omgeving. Toegepaste kunsten benam naast archeologica een voorname plaats, terwijl aankopen en schenkingen elkaar snel bleven opvolgen. In 1874 kocht de Bestuurlijke Commissie het prachtige retabel van Averbode dat men onmiddellijk liet restaureren, en er verschenen catalogi, zelfs één in het Engels. De collectie telde – munten en penningen niet meegerekend – 882 objecten. 

In 1879 ontving de Bestuurlijke Commissie uit handen van het stadsbestuur de grote verzameling Egyptologica, gekocht van de Fransman Eugène Allemant. In de daaropvolgende jaren werd de collectie, die vanaf 1913 in het Vleeshuis werd gepresenteerd, steeds 'exotischer'. Dat moet niet verbazen in een havenstad als Antwerpen waar de wereld elke dag binnenvaart. Zo kocht de stad Antwerpen in 1920 1.572 Afrikaanse voorwerpen van kunsthandelaar Henri Pareyn, om het publiek vertrouwd te maken met de kolonie Congo. In de twintigste eeuw werd deze stedelijke collectie geleidelijk verspreid. Naast het Museum Vleeshuis, ontstonden het Volkskundemuseum (1907), het Museum voor Handel en Scheepvaart, later Nationaal Scheepvaartmuseum (1927) en het Etnografisch museum (1988) . [zin over collectieverhuis geschrapt] Deze collecties, die samen om en bij 470 000 objecten tellen, komen opnieuw samen in het MAS. Daar zullen bij de opening ruim 2.400 objecten worden getoond in de museumzalen, terwijl er nog eens 3.600 zichtbaar worden gesteld in het kijkdepot en 160 in een tijdelijke tentoonstelling.

MAS, Museum aan de Stroom,
Indeling van de MAS-verdiepingen,

Indeling van de MAS-verdiepingen, B-architecten 2009

MAS - Een stapelhuis vol verhalen

B-architecten uit Antwerpen kreeg de opdracht om de scenografie van het MAS te ontwerpen. Het bureau werkte eerder het masterplan voor de scenografie uit en ging bij het ontwerpen uit van hoe het MAS het museum wordt van, voor en door Antwerpen en hoe het gebouw een boeiend inhoudelijk en museaal verhaal kan brengen. In de scenografie van B-architecten wordt het MAS thematisch verteld. Elk thema krijgt zijn eigen verdieping. Alle themaverdiepingen kennen dezelfde indeling: de wake-upruimte, de introruimte, de focusruimte, de wauw-ruimte, de concentratieruimte, kennisruimte en sporenruimte. Dit grid bepaalt de dramaturgie van het thema, en bijgevolg van het MAS. Het grafisch ontwerp bij de scenografie is van de hand van studio Tom Hautekiet.

Het Kijkdepot, de schatkamer van het MAS

+2: Het kijkdepot - De schatkamer van het MAS

MAS/Museum aan de Stroom

Het kijkdepot geeft de bezoeker eerst en vooral een unieke blik achter de schermen. Van achter een gaaswand kan het publiek kijken naar de niet-tentoongestelde objecten van het MAS. In het eerste niet-toegankelijke deel van het kijkdepot staan rekken, kasten en wanden die tot de nok gevuld zijn met gelabelde voorwerpen. Museummedewerkers registreren en controleren er objecten, pakken er bruiklenen in en uit.

Het tweede en toegankelijke deel van het kijkdepot vertelt het verhaal van een rijk verzamelverleden. De MAS collectie werd bij elkaar gebracht door bijzonder interessante en uiteenlopende verzamelaars [ZIN WEG]. Een bezoek aan dit kijkdepot zal een kennismaking zijn met de gedrevenheid van verzamelaars en met de verzamelcultuur van de late negentiende en de vroege twintigste eeuw. Bezoekers zien onder meer de archeologische voorwerpen van Georges Hasse (1880-1956), de volkse objecten van Max Elskamp (1862-1931), de scheepsmodellen van Emiel Beuckeleers (1854-1945), en etnografica uit de voormalige Belgische kolonie Congo uit de collectie van Henri Pareyn (1869-1928). 

MAS/Museum aan de Stroom

Max Elskamp (1862-1931)

De bankierszoon, vrijzinnige jurist en Franstalige Antwerpenaar Max Elskamp wijdde zijn leven aan twee liefdes: volkskunde en kunst. De Antwerpse volkscultuur fascineerde hem mateloos, en hij schreef en dichtte erover in het Frans. Elskamp schuimde Antwerpse volkswinkeltjes af. Hij noteerde wat hij zag, hoorde en kocht, en verwerkte dat in zijn poëzie en grafische kunst. Elskamp verzamelde zowel ‘exotische’ voorwerpen uit de lokale volkscultuur als objecten uit Japan, 

India en Afrika. Hij kocht met kennis van zaken, maar ook vanuit verwondering en een buikgevoel. Haar enorme diversiteit maakt zijn collectie uniek. In 1900 richtte Elskamp met vrienden het 'Conservatoire de la tradition populaire - Vereeniging tot Bewaring der Vlaamsche Volksoverlevering' op. Hun doel: een volkskundig museum. In 1904 trok zijn 'huiscollectie' de aandacht van burgemeester Van Rijswijck. Elskamp schonk haar aan de stad. Die opende in 1907 het Musée de Folklore, het eerste volkskundemuseum in Vlaanderen. Elskamps collectie vormde er de basis van.

Verschillende collecties met een verschillende aanpak

De collectie van het MAS is heel gevarieerd: onder meer maskers, textiel en speren uit het Etnografisch museum, scheepsmodellen en nautische instrumenten uit het Nationaal Scheepvaartmuseum, speelgoed en religieuze objecten uit het Volkskundemuseum,... Aan de verhuis van deze zeer uiteenlopende deelcollecties gingen enkele jaren van registreren, labelen, fotograferen, reinigen, restaureren en inpakken vooraf. Het was een logistieke operatie die in Antwerpen nooit eerder zijn gelijke heeft gekend. De manier van registreren, verpakken en plaatsing in het depot werd door de medewerkers van de stedelijke dienst Collectiebeleid/Behoud en Beheer vooraf bepaald. Papier, textiel en kleinere objecten werden bijvoorbeeld in zuurvrije kartonnen dozen of plastiek bakken met museumartfoam verpakt. Voor de scheepsmodellen werden er speciale, makkelijk demonteerbare framekisten gemaakt. 

Voor een deel van het in- en uitpakken en voor het volledige transport werd een gespecialiseerde kunsttransportfirma onder de arm genomen. Alle objecten krijgen een nieuwe thuishaven in de aangepaste rekken, compactussen of verrijdbare ladekasten in het MAS of in de twee nieuwe museumdepots in de stad. Waar ze in de beste klimatologische omstandigheden voor het nageslacht kunnen worden bewaard en bereikbaar gesteld voor bezoekers of onderzoekers.

De registratie met barcodelabels, ondersteund door speciaal daarvoor ontwikkelde software, zorgde er voor dat het verhuistraject van elk object duidelijk kon gevolgd worden. In de registratiedatabank werd elke verandering automatisch geregistreerd. Zo wist het verhuisteam onmiddellijk in welke fase een voorwerp zat: inpakken, transporteren, uitpakken, of op zijn plaats. Deze vernieuwende manier van werken, werd voor het eerst in België in het MAS toegepast.

MAS/Museum aan de Stroom
MAS, Kalpetran, Vaast Colson, 2003

Kalpetran, Vaast Colson, 2003

+3: Tijdelijke expo

Meesterwerken in het MAS. Vijf eeuwen beeld in Antwerpen is de openingstentoonstelling in het MAS. In de zestiende en zeventiende eeuw was Antwerpen een wereldcentrum voor de ontwikkeling van het beeld. Tot op vandaag is de beeldende kunst uit de Scheldestad internationaal toonaangevend. Aanvankelijk ging de inhoud van het westerse beeld over het ongrijpbare en het bovenmenselijke. God of gezagsdragers werden met kostbare materialen vereeuwigd. Nu worden we overspoeld door vluchtige beelden die uitingen zijn van de materialistische maatschappij. Antwerpen speelde een belangrijke rol in deze evolutie. 

De Vlaamse primitieven vervingen het bladgoud op de achtergrond door een realistische weergave van hun leefwereld. Alle details in de schilderijen droegen een symbolische betekenis. De kritische geest van de vroegmoderne maatschappij hersmeedde vaste waarden. Dit leidde tot een beeldenstorm. Oude waarden bleken niet zo zeker, en nieuwe kennis vroeg om ordening. De anonieme kunstmarkt verdrong langzaam de directe relatie tussen kunstenaar en opdrachtgever. Er ontstonden nieuwe categorieën van schilderijen: stillevens, landschappen en boerentaferelen. Standaardisering van panelen en doeken vereenvoudigde de productie en verkoop.

MAS, Madonna bij de fontein Jon Van Eyck

Madonna bij de fontein, Jan Van Eyck, 1439

Niets democratiseerde het beeld echter meer dan de prentkunst. Antwerpen had in het Spaanse wereldrijk het monopolie voor het drukken van boeken. Deze prenten overspoelden overzeese gebieden en verspreidden zo ‘onze’ kennis. De Antwerpse grafiek vormde een fundament van de wereldwijde beeldvorming zoals wij die vandaag kennen. Vijfhonderd jaar later zoeken kunstenaars in deze regio opnieuw naar betekenis in het ogenschijnlijk toevallige. Kunstenaars experimenteren met mogelijkheden om de grootsheid van het kleine en haast pietluttige uit te drukken. Schoonheid ontdekken zij in textuur, in randen en geringe afwijkingen, maar ook in het alledaagse of in een intense ervaring. Ze maken het kleine monumentaal. De complexe beelden van hedendaagse kunstenaars zijn ontstaan door de radicale keuzes van de voorgangers.

De openingstentoonstelling Meesterwerken in het MAS. Vijf eeuwen beeld in Antwerpen is een samenwerking tussen het MAS en drie andere prominente Antwerpse musea: het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), het Museum van Hedendaagse Kunst (M HKA) en het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet. Ze confronteert topstukken van oude meesters met werken van hedendaagse kunstenaars. 

MAS,
MAS, Boog- en pijlhouder, uit hout gesneden en fijn versierde boog- en pijldragers waren voor de Luba uiterst sacrale tekens van leider­schap en macht.

Boog- en pijlhouder, uit hout gesneden en fijn versierde boog- en pijldragers waren voor de Luba uiterst sacrale tekens van leider­schap en macht. Lubo, Democratische Repu­bliek Congo, 19de eeuw, Hout, patina en metaal, Aankoop H. Pareyn, 1920, Lengte 59,5 cm, Breedte 25,5 cm, Diepte 5 cm 

+4: Machtsvertoon over prestige en symbolen

Van +4 tot en met +8 ontdekt de bezoeker vier grote thema’s over vijf verdiepingen. Op +4 is het thema ‘Machtsvertoon’.

Macht en het verwerven van macht is van alle tijden, bij uitstek op economisch of politiek belangrijke plekken zoals Antwerpen. Macht is verleidelijk, overal. Belangrijke leidersfiguren, maar ook mensen in hun dagelijks leven, overtuigen anderen ervan dat zij macht verdienen door te verleiden en ontzag te wekken, door overtuigingskracht en handige strategieën, met rijkdom en uiterlijk vertoon. In alle culturen spelen mooie, vaak sacrale statussymbolen een belangrijke rol. En als macht onder druk komt te staan, worden deze symbolen het eerst vernietigd, ontheiligd of ontvreemd. De MAS collectie herbergt duizenden van deze statusobjecten, uit de hele wereld. Dat moet niet verwonderen. Door de exclusiviteit belanden deze statusobjecten vlugger dan erfgoed in museale verzamelingen en in de internationale kunsthandel.. ‘Machtsvertoon’ confronteert bezoekers met de fascinerende verhalen achter deze exclusieve voorwerpen. 

Verhalen over macht dichtbij en verder af, vroeger en nu. Van macht en imago van de wisselende machthebbers in Antwerpen tijdens de Opstand (1568-1648),tot Japan, waar het besef van rangorde steeds opduikt in de geschiedenis en verhoudingen tussen ‘hoog’ en ‘laag’ ook in de opvoeding duidelijk aanwezig zijn. Van het prestige van Afrikaanse leiders van de 16de tot de 19de eeuw tot een collectie Indonesische wapens uit de koloniale tijd en de visie van Maori kunstenaar George Nuku op Polynesisch erfgoed in Westerse musea.

MAS, Een poppentrap als deze wordt in Japan sinds de l9de eeuw opgesteld bij het Meisjesfeest. Het keizerlijk paar staat bovenaan. Tokubei Yamada, Yashitoku Co.Ltd.   Tokyo, Japan, 1930, Hout, metaal, textiel, gips, lakwerk en pigmenten

Een poppentrap als deze wordt in Japan sinds de l9de eeuw opgesteld bij het Meisjesfeest. Het keizerlijk paar staat bovenaan. Tokubei Yamada, Yashitoku Co.Ltd.   Tokyo, Japan, 1930, Hout, metaal, textiel, gips, lakwerk en pigmenten 

Allegorie van de heropbloei van Antwerpen na de overwin­ning van Alexander Farnese.  Vorstelijke deugden omgeven Filips II en Alexander Farnese en links vooraan vluchten ondeugden. Hans Vredeman de Vries Antwerpen, 1585, Olieverf op doek,George Nuku, MAS,

Links: Allegorie van de heropbloei van Antwerpen na de overwin­ning van Alexander Farnese.  Vorstelijke deugden omgeven Filips II en Alexander Farnese en links vooraan vluchten ondeugden. Hans Vredeman de Vries Antwerpen, 1585, Olieverf op doek, Hoogte 176 cm, Breedte 237cm - @ Hugo Maertens

Rechts: George Nuku, 2011, @ Michel Wuyts en Bart Huysmans 

 

George Nuku

In de museumzaal Machtsvertoon op de vierde verdieping werkt Nieuw-Zeelands kunstenaar George Nuku momenteel aan een installatie die geïnspireerd is op een Maori-ontmoetingshuis. Nuku, sculpteert in de aloude Maori-traditie maar werkt vernieuwend door het gebruik van eigentijdse materialen zoals piepschuim en plexiglas. Een traditioneel Maori-ontmoetingshuis verbindt mensen met hun voorouders. De installatie stelt het lichaam van een voorouder voor. Ze toont Polynesische museumstukken die in Polynesië beladen zijn met een goddelijke kracht mana en toebehoren aan leiders. Nuku, zelf ook chef (rangatira) bij de Ngate-Kahungunu-stam van Nieuw-Zeeland daagt het MAS uit. Hij plaatst het Polynesische erfgoed opnieuw in een sacraal kader. Tegelijkertijd maakt Nuku in deze installatie een knipoog naar Reus Antigoon.

MAS, De rede van Antwerpen, bekeken vanaf het Vlaams Hoofd. Jean Baptiste Bonnecroy, 1658, Olieverf op doek,

Rechtsboven: De rede van Antwerpen, bekeken vanaf het Vlaams Hoofd. Dit panorama werd besteld door het Antwerpse stads­bestuur. Jean Baptiste Bonnecroy, 1658, Olieverf op doek, Breedte 330 cm, Hoogte 175 cm @ Bart Huysmans

MAS, De Belgische afdeling in de centrale galerij op de Antwerpse wereldexpo in 1894

De Belgische afdeling in de centrale galerij op de Antwerpse wereldexpo in 1894, Antwerpen   

+ 5: Wereldstad, over hier en elders

Een stad leeft nu, is gebouwd op haar verleden en kijkt naar de toekomst. Ze krijgt vorm in gebouwen en gebeurtenissen, in portretten en verhalen. [Zin weg] Hoe portretteert Antwerpen zich zelf sinds zowat vijfhonderd jaar? Als een stad met vele gezichten. Maar altijd opnieuw ook als een stad aan de stroom en als een stad in de wereld. In de zestiende eeuw groeit ze uit tot een trotse handelsmetropool van wereldformaat. De Antwerpse ‘ommegangen’ dragen die trots uit en evolueren van religieuze processies tot steeds profanere odes aan de stad en de haven. In de negentiende eeuw bloeien haven en economie opnieuw, en pakt Antwerpen op drie wereldtentoonstellingen uit met zijn geloof in de toekomst. Ook vandaag blijft de stad dankzij haar internationale uitstraling en veelkleurige bevolking een stad die in de wereld staat.

Globalisering heeft Antwerpen gemaakt tot wat het is. Hoe vinden mensen elders in de wereld hun plaats? De tijdelijke presentatie HOME CALL over wonen en globalisering in noordelijk Ghana verruimt de horizon.

MAS, Hoofd van de reus Druoon Antigoon

Hoofd van de reus Druoon Antigoon, 1534-1535, de reus uit de ontstaanslegende van Ant­werpen en in de l 6de eeuw de ommegangsreus van de stad. Ontwerp Pieter Coecke van Aelst, Papier-maché, metaal, touw en haar, Hoogte 197 cm, Breedte 87 cm, Lengte ( dwz Diepte) 191 cm 

MAS, De 'Hypsos-kaart'  toont Antwer­pen en de haven kort voor de Eerste Wereldoorlog.

De 'Hypsos-kaart'  toont Antwer­pen en de haven kort voor de Eerste Wereldoorlog. Etablissements Hypsomé­triques, Antwerpen, 1913, Aquarel op papier, Hoogte 191 cm, Breedte 902,5 cm 

MAS,  Affiche voor de wereldtentoonstelling van 1894, Toegeschreven aan Raphaël Lagye,  Aardglobe, Kopie naar Petrus Plancius

Links: Affiche voor de wereldtentoonstelling van 1894, Toegeschreven aan Raphaël Lagye,  Antwerpen 1894 @ Stadsarchief Antwerpen

Rechts: Aardglobe, Kopie naar Petrus Plancius (Platevoet; 1552-1622) Amsterdam 16de eeuw Koper en eikenhout, Hoogte 38 cm, Diameter 28 cm 

De wereld tentoongesteld

In 1885 vond de eerste Belgische wereldtentoonstelling plaats in Antwerpen. Hier ontwikkelde zich immers een wereldhaven: een knooppunt van internationale handel en een draaischijf voor de Belgische industrie. Al in 1894 werd dit initiatief herhaald. De initiatiefnemers van 1894 waren ervan overtuigd dat de havenstad kon uitgroeien tot de evenknie van metropolen als Londen en Parijs. Zoals op alle wereldtentoonstellingen, waren de hoofdingrediënten: industrie, vooruitgangsoptimisme en handel - ook vanuit de kolonies. Antwerpen zelf en de vele deelnemende landen toonden er hun producten en innoverende technologie.

Ook spectaculaire shows en exotisch vermaak behoorden tot het overzicht van de wereldactualiteit. In de meest populaire attractie van de wereldtentoonstelling wekte Antwerpen zijn eigen grootse verleden als zestiende-eeuwse metropool opnieuw tot leven. 

MAS | Museum aan de Stroom
MAS, Model van het containerschip MSC Danit, metaal,

Model van het containerschip MSC Danit, schaal 1: 150 Daewoo Shipbuilding & Marine engineering Co. Ltd, Zuid-Korea 2009, Metaal  Schenking van Mediterranean Shipping Company , Hoogte 68 cm, Lengte 273 cm, Breedte 60,3 cm 

+ 6: Wereldhaven, over handel en scheepvaart

Waar water en land elkaar tegenkomen, ontstaan havens. Het zijn kruispunten en ontmoetingsplekken. Mensen van over de hele wereld varen er af en aan. Ze verhandelen er goederen, komen in een andere wereld, doen er nieuwe indrukken, dromen en ideeën op.

Model van het Belgische poolschip Belgica, Hout,

Model van het Belgische poolschip Belgica, Hout, Schenking van Henry De Vos, 1957, Hoogte 141 cm, Lengte 110 cm, Breedte 53 cm 

Antwerpen heeft veel aan de Schelde en de haven te danken. Dat verhaal begint in de middeleeuwen, en het is er één van groei en expansie, tot op heden. Dankzij de haven vaart sinds eeuwen de wereld Antwerpen binnen, en vaart Antwerpen de wereld tegemoet. De Oost-Indiëvaart en de intense contacten met Congo, België’s voormalige kolonie, zijn twee bijzondere episodes.

Bij Wereldhaven wordt dat verhaal chronologisch gebracht. Bezoekers leren de haven kennen als kleine nederzetting en zien ze, met ups and downs, uitgroeien tot één van de grootste internationale kruispunten van de wereld. Unieke scheepsmodellen, filmbeelden, verhalen, oude kaarten en werktuigen tonen de expansie van de haven, de handel en de scheepvaart en de mensen die dat realiseerden.

De baai van Nagasaki, met de Nederlandse factorij Deshima 

De baai van Nagasaki, met de Nederlandse factorij Deshima  Te zien zijn de Vasco da Gama van de Gentse reder De Cock en de Johanna Elisabeth van de Antwerpse reder Joostens. Anoniem 1825, Gouache op papier  Schenking van de Vrienden van het Nationaal Scheepvaartmuseum, 1964  Hoogte 83 cm, Breedte 105 cm 

Den Oost

De val van Antwerpen tijdens De Opstand in 1585 betekent niet het einde van de vaart op de Schelde, maar wel het einde van de vrije vaart. De welstand van een groot deel van de Antwerpse bevolking gaat sterk achteruit. De rijke burgerij, die enorme kapitalen had vergaard, blijft echter investeren in de overzeese handel met het Oosten. In de achttiende eeuw bekostigt ze bijvoorbeeld expedities vanuit Oostende naar China en Bengalen. In het begin van de negentiende eeuw voeren Vlaamse koopvaarders ook naar Indonesië en Japan. Thee, porselein, zijde en katoen werden belangrijke handelsgoederen.

MAS
Masker vaar de initiatie (n'khanda) van jongens Yaka, Pesachschotel voor de seder­maaltijd ,Retabel van Averbode , MAS,

Links boven: Masker vaar de initiatie (n'khanda) van jongens Yaka, Democratische Republiek Congo, Begin 20ste eeuw, Hout, raffia en pigmenten, Aankoop Breckpot, 1930, Hoogte 70,5 cm, Breedte 25 cm, Diepte 25 cm @MAS

Links onder: Pesachschotel voor de seder­maaltijd. Deze luxeschotel heeft drie lagen voor de matses, snelge­bakken en ongegist brood dat herinnert aan de overhaaste vlucht uit Egypte. Antwerpen, Ca. 2000, Hout en zilver, Hoogte 20 cm, Diameter 38 cm @ Bart Huysmans en Michel Wuyts

Rechts: Retabel van Averbode (frag­ment) Beeldsnijder: Jacob van Cathem; schilder: onbekend Antwerpen, 1514, Eikenhout en olieverf, Aankoop Abdij van Averbode, 1874, Hoogte 161 cm, Breedte (met luiken open) 340 cm @ Bart Huysmans en Michel Wuyts

+7: Leven en dood, over mensen en goden

Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Wat gebeurt er na de dood? Mythes en religies, filosofen en wetenschappers gaan sinds eeuwen op zoek naar antwoorden op deze vragen. De antwoorden verschillen sterk, maar er zijn ook verrassende gelijkenissen. Zo verbinden de meeste culturen de dood met nieuw leven. Dat weerspiegelen de kunstvoorwerpen, rituele voorwerpen, verhalen en muziek in box 7 en 8. 

In ‘Leven en dood, over mensen en goden’, ervaren bezoekers de wereldwijde verscheidenheid aan zingeving, maar ook de intense behoefte aan beleving. Ze maken een reis van het dodenritueel in het oude Egypte naar voorouderbeleving in Afrika. Van de idee dat dood doet leven in Melanesië, naar de wedergeboorte gedachte van het hindoeïsme, jaïnisme en boeddhisme. En tot slot naar het geloof in het eeuwige leven in de drie religies van het boek: jodendom, christendom en islam.

Bezoekers kunnen overal op deze verdieping vaststellen dat in Antwerpen, smeltkroes van culturen, de religieuze en filosofische diversiteit groot is. Voor Antwerpenaren vandaag is het geloof in het hiernamaals of het niet geloven in het hiernamaals een erg persoonlijke zaak. Dat vertellen de persoonlijke getuigen, die bezoekers tussen de grote verhalen door kunnen horen. 

Karma en wedergeboorte

Kunstvoorwerpen, film en muziek uit het hindoeïsme, jaïnisme en boeddhisme belichten de ideeën rond karma en wedergeboorte en maken duidelijk hoe ze worden beleefd. Ook vandaag, in Antwerpen. Hindoes vereren tijdens hun leven veel goden, maar die verpersoonlijken één absolute kracht: de al-ziel. Voor boeddhisten en jains is er geen god-schepper. Zij volgen verlichte leermeesters die een weg naar de verlossing tonen. Boeddhisten moeten vooral bewust zijn van de vergankelijkheid van het leven. Jains houden vast aan een strenge ethiek van geweldloosheid.

De Indiase diamantairs in Antwerpen, zowat 1.300 mensen, beoefenen het jainisme. Zij kwamen vooral sinds de jaren 1970 naar Antwerpen. Recent lieten ze een grote tempel bouwen in Wilrijk. Het MAS bezit een unieke collectie objecten en filmbeelden van de jains en werkt samen met de gemeenschap. 

MAS, De Jaïntempel in Wilrijk,

Links: De Boeddha ontmoet een oude man. een zieke, een dode en een asceet. Schildering uit de reeks Sarvavid Vairochana-mandala, een leidraad bij de meditatie, meegebracht door de Vlaamse pater-scheutist Rafaël Verbois in 1923. Wangzimiao, Jehol, China, Tweede helft 18de eeuw, Gouache op papier, 27cm x 27 cm @ Hugo Maertens

Midden: Mukha-lingam, voorstelling van Shiva als fallus, Post-Gupta-stijl, Noord-India Ca.800  Zandsteen, Schenking Vrienden van het Etnografisch Museum Antwer­pen, 1990,  Hoogte 42 cm, Breedte 19,2 cm, Diepte 28 cm @ Hugo Maertens

Rechts: De Jaïntempel in Wilrijk, ingewijd in 2010 @ Bart Huysmans en Michel Wuyts

MAS
MAS, Detail van een kom met een afbeelding van de dansende maïsgod. Maya-cultuur,

Detail van een kom met een afbeelding van de dansende maïsgod. Maya-cultuur, noordelijk Guatemala, 250-900, Aardewerk, Coll. Paul en Dora Janssen-Arts; bruikleen Vlaamse Gemeenschap,  Hoogte 20,5 cm, Diameter 18,2 cm 

+ 8: Leven en dood, over boven- en onderwereld

Na de verscheidenheid van verdieping 7, illustreert ‘Leven en dood. Over boven- en onderwereld’ de band tussen leven en dood bij mensen die in nauw contact met de natuur leven of leefden. Voor hen is de dood geen einde, maar een overgang naar een andere wereld, zoals de zon die opkomt en ondergaat of de planten die afsterven en weer opbloeien. In deze culturen spelen overal ter wereld sjamanen een belangrijke rol. Zij kunnen zich in andere werelden begeven: de onderwereld van de dood en de bovenwereld van goden of voorouders. Sjamanisme is eeuwenoud, maar het is niet verdwenen. Tegenwoordig komt het voor in afgelegen natuurgebieden zoals bij de Kayapo uit het Braziliaanse regenwoud, maar ook in grootsteden in de context van alternatieve geneeswijzen of psychotherapie. Bezoekers kunnen dat actuele sjamanisme verkennen bij het begin van de box. Na deze actuele aanhef volgt de presentatie van de collectie dr. Paul en Dora Janssen-Arts, die tastbaar maakt wat sjamanisme en leven en dood betekenden in het precolumbiaanse Amerika.

MAS,  Hangers in de vorm van een basiliskhagedis, Coclé-regio, Panama, goud,  Beeldengroep van een krijger met twee honden, Veracruz-cultuur, noordelijke Golfkust, Mexico 400-900, aardewerk,

Links: Hangers in de vorm van een basiliskhagedis, Coclé-regio, Panama, 700-1520 , goud, Hoogte 9 cm, Breedte 8,2 cm, Diepte 7 cm 

Rechts: Beeldengroep van een krijger met twee honden, Veracruz-cultuur, noordelijke Golfkust, Mexico 400-900, aardewerk, Maximale hoogte I100cm, maximale breedte 67 cm, 

 

Leven en dood in precolumbiaans Amerika: de collectie Dr. Paul en Dora Janssen-Arts

De collectie dr. Paul en Dora Janssen-Arts illustreert op indringende wijze dat, niettegenstaande regionale verschillen, in heel Amerika de idee leefde dat mensen na hun dood overgingen naar andere werelden. Sjamanen en priesters waren bijzondere mensen: zij konden al tijdens hun leven die nieuwe bestemmingen betreden. Muziek, dans of geestverruimende middelen brachten hen in een trance waarin ze zichzelf veranderden in dieren en naar de boven-of onderwereld reisden. Die transformaties van mens naar dier komen heel vaak terug op gouden juwelen.

Natuur en bovennatuur, leven en dood, waren nauw verbonden. Daarom verwijzen zoveel precolumbiaanse kunstvoorwerpen naar vruchtbaarheid. Mais was in Amerika het belangrijkste gewas. De maïsgod werd dan ook vaak afgebeeld, net als de mythe waarin hij sterft en herboren wordt. Die wedergeboorte betekende dat de maïsplanten opnieuw zouden groeien. De dood bracht nieuw leven.

Op de achtste verdieping wordt collectie dr. Paul en Dora Janssen-Arts ook als verzameling voorgesteld. Sinds 2006 is de collectie eigendom van de Vlaamse Gemeenschap. Het MAS beheert de collectie, die zowat 420 objecten telt. Na de 'ontdekking' van Amerika door Colombus in 1492 kwamen Europeanen voor het eerst in aanraking met precolumbiaanse voorwerpen. Alles uit het nieuwe continent was exotisch en werd gretig verzameld. Verzamelaars toen en nu stellen de esthetische kwaliteit van dit erfgoed op prijs. De schoonheid van deze objecten en de bijzondere materialen waarin ze gemaakt zijn, vormden ook voor Dora Janssen-Arts belangrijke criteria bij het verzamelen van precolumbiaanse voorwerpen.

MAS

Het MAS als een Museum+ Ontmoetingsplek en totaalbelevenis

Het MAS is meer dan een museum. Het is ook het museumplein met de mozaïek van Luc Tuymans, het is de wandelbouvard voor een verticale stadsverkenning, het zijn de paviljoenen van haven, diamant en zilver, het is ‘s werelds grootste museale havencollectie langs de Scheldekaai en het zorgt voor de ondersteuning van honderden erfgoedzorgers in Antwerpen...

MAS, Dead Skull, Luc Tuymans,

Dead Skull, Luc Tuymans, 2002, 114 x 91 cm, The Buddy Taub Foundation, Jill and Dennis Roach, Directors

Luc Tuymans' mozaïek 'Dead Skull'

Het MAS wil behalve museum, ook een ontmoetingsplek zijn. De plaats bij uitstek hiervoor is het museumplein met het 1.600 m² grote mozaïek Dead Skull van Luc Tuymans. Het mozaïek grijpt terug naar Tuymans’ gelijknamige schilderij uit 2002, waarvoor de hedendaags kunstenaar zich baseerde op de gedenkplaat voor Antwerps schilder Quinten Metsys op de gevel van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Tuymans verbindt met Dead Skull het heden met het verleden, net als het MAS. Het is het eerste publieke werk van Luc Tuymans dat permanent zichtbaar is. 

Op een innovatieve manier verbindt de kunstenaar zijn eigen kennis van het geschilderde beeld aan het proces van werken met natuursteen op een nooit gezien formaat. In een eerste fase werd een nieuw beeld opgebouwd naar het voorbeeld van het schilderij uit 2002, dat alle subtiele nuances en schilderkunstige kwaliteiten vertaalt naar een grid van 488 bij 488 pixels. Met behulp van dit beeld en een speciaal voor dit project ontworpen digitale omzetting, ontstond het finale architecturale ontwerp voor het mozaïek, dat gebruik maakt van vier verschillende formaten en een palet van elf natuurlijke steensoorten.

De uitvoering van het mozaïek begon in volle vrieskou tijdens de winter van 2009, en de finale afwerking is voorzien in de zomer van 2011. 

MAS, 'Dead Skull' mozaïek in cijfers.

'Dead Skull' mozaïek in cijfers. Grootte: 40 meter x 40 meter,  Aantal: 96 569 stenen,  Elf verschillende kleuren, Vier verschillende formaten: 80 x 80 mm, 163 x 163 mm, 246 x 264 mm en 329 x 329mm. Duurtijd van creatie tot aanleg: 2,5 jaar 

Panoramazichten vanaf het dak van het MAS

Panoramazichten vanaf het dak van het MAS 

Een verticale stadswandeling in het MAS: de wandelboulevard

Een bezoek aan het MAS wordt een totaalbelevenis. Een bezoeker hoeft zelfs het museum niet in om ervan te genieten! Een wandelboulevard laat de bezoeker genieten van verre gezichten op stad, stroom en haven. Je maakte er een heuse ‘verticale stadswandeling’. Reusachtige roltrappen brengen u naar boven en ondertussen ziet men door de glaspartijen een steeds grootser en wisselend panorama op de stad, de stroom en de haven. De MAS-boulevard is gratis toegankelijk voor iedereen, ook wie de museumzalen zelf niet bezoekt.

Om het MAS een eigentijdse toets te geven, werkt het nieuwe museum samen met hedendaagse kunstenaars Anne-Mie Van Kerckhoven en George Nuku, Tom Hautekiet en Tom Lanoye, Luc Tuymans, en er werd zelfs een heuse huiscomponist aangesteld: Eric Sleichim. Eric Sleichim creëert klanksculpturen voor verschillende presentaties. Onder meer in de museumzaal ‘Leven en Dood’ op de zevende verdieping zal een compositie te horen zijn bij de opstelling over de drie monotheïstische religies en bij de opstelling over boeddhisme. Ook het thema rond sjamanisme zal opgeluisterd worden door muziek van Eric Sleichim.

Hedendaags kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven kreeg een dubbele opdracht van het MAS. Enerzijds werkt zij aan een ontwerp voor de lichtwanden in de MAS Wandelboulevard, anderzijds begeleidt ze het jongerenproject ‘Vitrinetraject’ van MAS in Jonge Handen.

Ze zegt hier zelf over: “Het MAS is een toren die uitkijkt naar de vier windrichtingen. Op de acht verdiepingen krijgt de bezoeker acht verschillende horizonten te zien die zich uitstrekken naar landen en streken waar Antwerpen in het verleden, nu en in de toekomst mee te maken had, heeft en zal hebben. In de 16de eeuw, de bloeiperiode van het oude Antwerpen, was het onderscheid tussen verbeelding en realiteit niet zo absoluut als nu. Ik besloot een keuze aan prenten die ik in het archief van het Museum Plantin-Moretus | Prentenkabinet vond, te linken aan deze hedendaagse horizonten en aan de hoofdthema's die in de tentoonstellingsruimten van het MAS aangeboord worden. Op deze manier maak ik nieuwe allegorieën die in hun totaliteit als een hedendaagse ommegang gaan functioneren.”

In de MAS Wandelboulevard is ook ruimte vrijgemaakt voor MAS in Jonge Handen, het jongerenproject van het MAS. Voor zijn ‘Vitrinetraject’ is het op zoek gegaan naar jong creatief talent. Het MAS daagt jongeren uit om de vitrines in de MAS Wandelboulevard artistiek onder handen te nemen. Negen jongerengroepen krijgen de kans om rond het thema ‘Over de grenzen heen’ te werken. Ze doen dit onder het toeziend oog van de kunsteducatieve organisaties Piazza dell’Arte en De Veerman. Kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven geeft artistiek advies. Het werk van de jongeren zal vanaf de opening in mei 2011 één jaar lang te bewonderen zijn. Een samenwerking die belooft alle zintuigen te prikkelen.

En dan is er nog het MAS-restaurant ‘t Zilte, met terras, dat een indrukwekkend uitzicht biedt. De panoramazaal, ook met een weids uitzicht, wordt gebruikt voor recepties, avondbezoeken, vernissages, lezingen, debatten, (pers)conferenties, vergaderingen… Het MAS-panorama of dakterras is gratis toegankelijk voor iedereen, ook wie de museumzalen of het restaurant niet bezoekt. U ziet de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, het omliggende havengebied, de oude stad en natuurlijk de Schelde. Je ontdekt en leest er de stad, geniet van een schitterende zonsondergang… En café STORM is gesitueerd op het gelijkvloers, met een terras aan de voet van het plein van Tuymans.

De havenkranen van het MAS aan de Scheldekaaien

De havenkranen van het MAS aan de Scheldekaaien 

Aan de Scheldekaai: de grootste museale kranencollectie ter wereld

Het MAS is het eerste museum in Antwerpen dat voluit aandacht heeft voor industrieel erfgoed. Aan de Scheldekaai staan 11 van de 17 museumkranen van het MAS, de grootste museale collectie havenkranen ter wereld. De oudste kraan aan de Scheldekaaien is van 1907. De jongste kraan is van 1963. Zij zijn van 10 verschillende befaamde constructeurs uit binnen- en buitenland, en tonen op een schitterende manier de snelle technologische evolutie in de havenactiviteiten van de vorige eeuw. Deze historische kranen zijn dringend aan restauratie toe. In de eerste jaren na de overdracht aan het Nationaal Scheepvaartmuseum werden de kranen nog verder onderhouden door het Havenbedrijf. Toen dit een autonoom bedrijf werd, was het onderhoud niet meer vanzelfsprekend en stond het Scheepvaartmuseum voor een onmogelijke opdracht. Gelukkig werden de kranen einde 2002 allemaal als monument beschermd, op de twee meest recente na. De oudste kraan uit de collectie van het MAS is een 10tons handkraan van de Duitse constructeur Stuckenholz. De stad Antwerpen kocht deze kraan in 1884 voor het behandelen van zware lasten en het monteren van walkranen. Deze kraan staat nu opgesteld vlakbij de ingang van MAS.

MAS

Panoramazichten vanaf het dak van het MAS 

De collectie Antwerpen

Verspreid over alle Antwerpse districten vertellen de vele kleine en grote musea, archieven, kerken, heemkringen,… het verhaal van de stad, de stroom, de haven. Samen vormen deze erfgoedbewaarders en hun rijk geschakeerde verzamelingen de Collectie Antwerpen. Het MAS wil deze Collectie Antwerpen mee helpen zichtbaar maken en ontwikkelt daartoe ontdekkingstochten naar andere erfgoedcollecties en verborgen parels van de stad.

Mas, binnenzicht havenpaviljoen en zilverpaviljoen

Links: Binnenzicht havenpaviljoen @ Toon Grobet

Rechts: Binnenzicht zilverpaviljoen @ Crepain Binst Architecture nv

De paviljoenen van het MAS

Met het MAS Havenpaviljoen door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen keert de haven terug naar de stad. Het Eilandje wordt letterlijk en figuurlijk de verbinding tussen Antwerpen en zijn haven. Nergens anders komt u zoveel te weten over onze haven. Op de zesde verdieping van het MAS ontdekt men onder meer de geschiedenis van de haven. Op het panoramadak stelt de bezoeker zelf zijn eigen, unieke panorama samen van het havengebied. Het MAS Havenpaviljoen is een multimediaal infocentrum. Het cilinderscherm is geïnspireerd op de talloze silo’s die je bij de chemiebedrijven in de haven ziet. Het 360° scherm laat de haven langs alle kanten op de bezoeker afkomen: Die unieke interactieve ervaring verrast, intrigeert en inspireert.

MAS - Museum aan de Stroom

In en rond het MAS - De visie van Neutelings Riedijk Architecten

Wie voor het eerst het Museum aan de Stroom of het MAS bezoekt, doet er goed aan het gebouw met een omtrekkende beweging te benaderen. Zo zal je de vele aspecten van het bouwwerk al beter leren kennen. De draaibeweging zit er immers ingebouwd. En het ligt er tenslotte schitterend bij als een baken, een lantaarn vol licht.

Intelligent ontwerp

Toen in 1999 besloten werd om een wedstrijd uit te schrijven voor het nieuw te creëren museum op ’t Eilandje schreven zich daar 55 kandidaten op in. Uiteindelijk werden vijf bouwmeesters uitgenodigd om een ontwerp voor te leggen. Ze brachten allen een uitgebreid bezoek aan de bouwlocatie en dienden hun ontwerp in. Het waren niet van de minsten: de Franse architecten Jean Marc Ibos en Myrto Vitart, de Nederlanders Willem Jan Neutelings en Michiel Riedijk, de Zwitser Bernard Tschumi, de Japanner Tadao Ando en de Vlaming Xaveer de Geyter. Het waren de Nederlanders die het haalden. Zij waren de enigen die een ontwerp in de hoogte presenteerden en daardoor ook heel wat bewegingsruimte rond het gebouw creëerden. Daarenboven sloot hun ontwerp zeer nauw aan bij de geschiedenis van de plek. Ze presenteerden noch min noch meer een stapelhuis, een toren van een zestigtal meter die bestond uit architecturale containers.

MAS

De architecten waren geen onbekenden in Vlaanderen. Ze hadden zich eerder al laten opmerken door hun origineel bouwproject voor sociale woningen te Gent (1993-1998) en een appartementsgebouw langs de Scheldekaaien te Antwerpen (1988-1992). Ook hun intelligente uitbreiding en verbouwing van het STUC te Leuven (1998-2002) wordt alom geprezen. Uiteraard konden ze ook in Nederland al heel wat realisaties de hunne noemen. Het ‘stapelhuis’ van Neutelings Riedijk Architecten is wonderwel geschikt voor die locatie in Antwerpen. Het staat op een plek die historisch ook een stapelfunctie had en de opeenstapeling van een tiental stenen koffers tot een toren van zestig meter zorgt ervoor dat het gebouw een echte signaalfunctie krijgt. De beperkte hoogte is dan weer zo dat de toren niet in concurrentie treedt met de historische skyline van de stad. Wie de toren beklimt ziet de stad en de haven zich op een spectaculaire wijze voor zijn ogen ontvouwen.

De intelligente ingreep van de ontwerpers om de containers telkens een kwartslag te laten draaien is werkelijk meesterlijk. Op die manier hebben ze de zogenaamde MAS-boulevard gecreëerd. Het publiek maakt in feite een draaiende beweging binnen het gebouw en krijgt zo stilaan een weergaloos panorama van de stad geoffreerd. Het is ontroerend hoe de geschiedenis van een stad op die manier naar voren treedt, niet alleen binnen het gebouw aan de hand van de verzamelingen, maar ook daarbuiten zichtbaar van binnenuit. Buiten is immers op een ongemeen duidelijke wijze te zien hoe de stad gegroeid is aan de stroom. De boulevard eindigt op het bovenste terras waar je dan als beloning de volle 360° nog eens ononderbroken kunt bekijken. Dit is gewoonweg schitterend! En het is zonder meer een daad van degelijk bestuur dat beslist is om dat parcours tot publiek domein te verklaren zodat het voor iedereen gratis toegankelijk is.

Warm, licht en huiselijk

Het museum staat vlakbij het water en is zo vanuit alle windrichtingen gemakkelijk waar te nemen. Wat opvalt zijn uiteraard de rode steen en de ruime glaspartijen. De rode zandsteen is afkomstig uit Noord-India uit de streek van Agra. Het beroemde Rode Fort van Agra is ermee gebouwd, net als tal van paviljoenen en paleizen in die regio. De steen is gebruikt voor de gevels maar eveneens voor de vloeren, de wanden en het plafond in de inkompartij en de MAS-boulevard, voor de paviljoenen in laagbouw bezijden het museum en voor de aanleg van het plein. Het is een warme steen in een viertal tinten van rozerood naar bruinrood. De vier beschikbare kleurschakeringen werden door een computerprogramma over het hele gebouw verspreid zodat er een levendige afwisseling is in de wanden.

Heel opvallend zijn de speciaal ontworpen golvende glaspartijen. Ze waren in het oorspronkelijke ontwerp niet voorzien, daar waren gewoon rechte ramen gepland. In dat geval zou het brede zicht op de buitenwereld gestoord worden door uitgesproken raamkozijnen. Met de golvende vensters kon men een onverstoord zicht naar buiten verzekeren en toch een grote stevigheid garanderen. Van op afstand gezien verleent de ritmiek van de golvende ramen een accent van verticaliteit aan het gebouw. Ze verlichten als het ware de druk van de containers. Het verticale element wordt ook geaccentueerd door de krans van smalle rechthoekige ramen in de bovenste verdieping evenals op het gelijkvloers en de eerste etage. Voor de rest is er slechts hier en daar een verzonken raam in de gevel alwaar de noodzaak zich voordeed.

MAS

Bezijden het gebouw bevinden zich een reeks van paviljoenen in een laagbouw die de verticaliteit van het torengebouw des te meer accentueert. Ze bieden onderdak aan de museumwinkel en geven enkele van de founders gelegenheid om zich te presenteren. Aan de torengevel hangen tientallen handjes, het zijn er meer dan drieduizend. Bedrijven en particulieren konden en kunnen intekenen voor een handje bij wijze van sponsoring en steun voor de bouw van het MAS. Het is een goed idee en het siert de gevel op een discrete wijze. De inkompartij van het gebouw wordt gemarkeerd door een geritmeerde houten omkadering van de toegangsdeuren die de verbinding van buiten naar binnen maakt. Hier kom je in de inkomhal en meteen bij het begin van de MAS-boulevard. De kassa’s bevinden zich rechts met daarna de lockers en de toiletten en een doorgang naar het café met een gelijkvloers terras op het Hanzestedenplein dat ook van op het plein rechtstreeks toegankelijk is. De liften in de inkomhal zijn in principe enkel voor mensen met een fysieke beperking.

In de inkomhal kan je zien hoe dik de rode zandsteen eigenlijk wel is. De stenen zijn met de hand gekapt en dat geeft een heel mooi resultaat. Heel wat van de stenen zijn in het midden doorboord om er lampen, sprinklers, verluchtingsbuizen en wat al meer in te verwerken. Die ronde, functionele openingen geven ook nu weer een ritmiek aan die op een bijzonder originele wijze wordt verder gezet door een medaillon, ontworpen door de jonge vormgever Tom Hautekiet, dat over de hele boulevard is verspreid. Het medaillon geeft een plattegrond weer van de ideale stad uit de renaissance (eigenlijk de Italiaanse stad Palmanova, ontstaan in 1583) en een kringdicht van Tom Lanoye. De gewone bezoeker neemt nu de roltrap naar de eerste verdieping. Er is in de inkomhal ook een vaste trap, die leidt naar een tussenverdieping met lokaal voor workshops en dergelijke en verder naar de eerste etage waar zich de kantoren bevinden. De kantoren zijn niet voor het publiek bestemd maar mogen ook best gezien worden. Ze zijn ruim en efficiënt opgevat en worden gekenmerkt door een aantal vergaderboxen die als dozen in de ruimte staan en die ruimte op die manier ook afscheiden van de circulatieweg.

Vanaf de tweede verdieping komt men in de publieksgedeelten waar geëxposeerd wordt. Die tweede etage is het kijkdepot waar de bezoeker een kijkje achter de schermen kan nemen, gevolgd door de tijdelijke tentoonstellingen in de container van de derde verdieping en de vaste collecties in de daaropvolgende containers. De vloeren zijn er telkens in eikenhout en de wanden in beton waarin de bekisting te herkennen is. Het geeft een wat huiselijk, warm gevoel. In elke container is ook de stalen draagstructuur waar het gebouw aan ophangt evident aanwezig. Er zijn verder geen hinderlijke pijlers, er is slechts vrij beschikbare en op alle mogelijke wijzen indeelbare ruimte. De boulevard leidt de wandelaar langs roltrappen naar boven waar hij uiteindelijk op het terras belandt. Een ruim terras met glazen scherm waar ook de noodtrappen in duplo op uitmonden. Op het terras vast verbonden met een railsysteem staat de kraan voor de schuit van de glazenwassers die aan dit gebouw enige werkzekerheid overhouden. Op de hoogste verdieping onder het dakterras is een restaurant met een eigen kleiner terras voor de meer kapitaalkrachtige bezoeker en een panoramazaal voor diverse activiteiten. Maar eender wie op het dakterras kan zich koning te rijk voelen, want dat zicht vergeet je niet.

MAS

Het MAS: een korte geschiedenis

1998

Het college van burgemeester en schepenen besluit dat aan de Hanzestedenplaats op ‘t Eilandje een nieuw museum voor stad, haven en scheepvaart gebouwd zal worden. De collecties van het Volkskundemuseum, het Nationaal Scheepvaartmuseum, en het Vleeshuis (deels) worden er ondergebracht. De naam MAS | Museum aan de Stroom valt voor het eerst. In 1999 wordt een internationale architectuurwedstrijd uitgeschreven en uit de 55 inzendingen worden 5 laureaten gekozen. Het winnende concept wordt in 2000 bekendgemaakt: het ‘Stapelhuis’ van Neutelings Riedijk Architecten.

2001

De overeenkomsten met de architecten worden gefinaliseerd, werkgroepen opgericht en het voorontwerp goedgekeurd. Minister Bert Anciaux kent de Vlaamse architectuurprijs toe aan schepen Eric Antonis, die van de minister vier schetsen van het MAS ontvangt. Minister Anciaux geeft een persconferentie rond de culturele infrastructuur 2002-2004. In dit plan staat 850 miljoen Belgische Franken of 21,07 miljoen euro voor het MAS ingeschreven

2002

Minister Bert Anciaux bevestigt het bedrag van 21,07 miljoen euro te hebben voorzien in de begroting.

2003

Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht aan het autonoom gemeentebedrijf Vastgoed- en Stadsprojecten Antwerpen (VESPA), dat speciaal werd opgericht om o.a. grote stadsprojecten te begeleiden, de taak van gedelegeerd bouwheerschap op zich te nemen.

2004

Paul Van Grembergen, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken herhaalt en bevestigt zijn engagement en dat van zijn voorganger Bert Anciaux voor het MAS.

Een directeur voor het MAS, alsook een veiligheidscoördinator en een technisch controlebureau wordt aangesteld. Het architectuurontwerp wordt verfijnd ter voorbereiding van de aanbesteding. Het ontwerp wordt gedetailleerd opgemaakt, de bouwaanvraag klaargemaakt en het bouwbudget op punt gesteld. Het dossier ‘Museumplein, stedelijk plein voor de 21ste eeuw’ wordt samengesteld en voor de eerste fase ingediend bij de Vlaamse overheid voor een toelage vanuit het stadsvernieuwingsfonds.

2005

Minister Bert Anciaux bevestigt op 5 januari 2005 zijn engagement voor het MAS in een gesprek met Philip Heylen.

De stad Antwerpen en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen beslissen om de eigendom van de Hanzestedenplaats over te dragen aan de stad Antwerpen. Nadat het bouwvallige ‘International’-magazijn op de Hanzestedenplaats wordt gesloopt, vangt het archeologisch onderzoek naar resten van het Hanzehuis aan. Voor dit onderzoek worden een zestal maanden uitgetrokken.

De bouwvergunning wordt verkregen en in juni keurt het college van burgemeester en schepenen het bestek en de procedure voor de uitvoering van de bouw goed. Na goedkeuring door de gemeenteraad wordt een beperkte aanbesteding op Europees niveau opgestart in twee fasen. Dit neemt in totaal een zestal maanden in beslag. In een eerste fase kunnen aannemers zich kandidaat stellen. In een tweede fase wordt aan een beperkt aantal aannemers gevraagd om een prijs op te maken. Uit deze offertes wordt een finale keuze gemaakt: THV MAS Antwerpen (bestaande uit InterbuildWillemen-Cordeel). 

De Vlaamse overheid bevestigt zijn engagement van 21 miljoen euro. Op 16 december stuurt het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen een brief naar minister Anciaux met het verzoek om de stad of AG Vespa een machtiging te bezorgen voor het afsluiten van de lening zodat de werken volgens planning in januari 2006 gegund kunnen worden. Vanuit het stadsvernieuwingsfonds wordt aan het dossier ‘Museumplein, stedelijk plein voor de 21ste eeuw’ 2,4 miljoen euro toegekend.

2006

Op 14 september wordt de eerste steen van het MAS gelegd. De aannemer (THV MAS) kan met de bouw beginnen.

2007

In februari 2007 wordt gestart met de ruwbouw. In mei 2007 besluit het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen om een ‘verruimd MAS’ te ambiëren, met de integratie van de collecties van het Etnografisch Museum en de collectie Paul en Dora Janssen-Arts, en van de Erfgoedcel Antwerpen. 

2008

In februari 2008 wordt Umicore Founder van het MAS. In september en november van 2008 engageren ook KBC Bank & Verzekering en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen zich als Founder.

4 augustus 2008: het nieuwe Erfgoeddecreet reikt een nieuw instrument aan voor een grensverleggend museum zoals het MAS. Als “Erfgoedforum” zal het MAS een brede werking uitbouwen, die maximaal inzet op innovatieve concepten om diverse erfgoedcollecties en –praktijken (museologie, archiefwetenschap, etnologie, enz.) met elkaar in verbinding te brengen.

Op 2 oktober wordt het hoogste punt van de bouw bereikt. 

2009

Het college van burgemeester en schepenen verklaart zich in juni akkoord met het scenografisch concept (thematische invulling en tentoonstellingsgrid) van meesterscenograaf B-Architecten. In augustus wordt deze eerste opdracht uitgebreid met de scenografie-opdracht ‘uitwerking van het concept voor de museale inrichting van de museumboxen’. Deze opdracht wordt net als de scenografieopdracht voor atelier en depotruimte aan B-Architecten gegund.

In september 2009 wordt SD Worx de vierde Founder van het MAS. In dezelfde maand wordt ook de officiële openingsdatum van het museum bekendgemaakt, m.n. dinsdag 17 mei 2011. 

2010

In mei 2010, drie jaar en acht maanden na de officiële eerstesteenlegging, volgt de voorlopige oplevering van het gebouw.

In mei opent het MAS ook even de deuren voor de buurtbewoners en het grote publiek. Tijdens rondleidingen krijgen zij een glimp van het gebouw en de wandelboulevard. Verder worden er lezingen, films/documentaires en concerten georganiseerd in het MAS-paviljoen.

Ook Schepen voor cultuur en toerisme Philip Heylen geeft in mei een toelichting aan een tweehonderdtal Antwerpenaren over het MAS in een eerste informatiemoment. In het najaar volgt een reeks informatiemomenten in de cultuurcentra.

Hierna begint de inrichting van het museum en de verhuis van de 470.000 collectiestukken. In een gestructureerde verhuisoperatie worden alle stuks zorgvuldig verpakt en geregistreerd. Voor dit intensieve werk van registreren, reiniging, controle, labeling en restauratie is een gespecialiseerd team van de dienst Collectiebeleid | Behoud en Beheer aangesteld.

2011

Op 17 mei opent het MAS zijn deuren. Aan de opening gaat een vierdaags openingsfestival vooraf.

Het MAS in cijfers

  • hoogte: dakopbouw 65m / dakterras 62m
  • zwaarste spant in één stuk geplaatst ca. 60 ton
  • grootste funderingspalen hebben een draagkracht van ca. 750 ton
  • verdiepingen: 10
  • investeringsbudget: 56 miljoen euro
  • bouwbudget: 3,5 miljoen euro
  • totale grondinname: 6 600m2
  • grondinname museum: 1 498m2
  • tentoonstellingsruimte: 5 716m2
  • MAS-boulevard: 2 155m2

Praktische informatie

MAS - Museum aan de stroom - Hanzestedenplaats 1 - 2000 Antwerpen - [email protected]

Download hier de pdf

MAS - Museum aan de Stroom