Op  de centrale grasperkjes van het Leuvense Sint Donatuspark staan voortaan achttien opmerkelijke vensterramen, die zijn ontworpen door de Franse kunstenaar Daniel Buren.  Ze hebben dezelfde vorm, maar verschillen van kleur.  Elk exemplaar bestaat uit acht vakken in glas.

Die weerspiegelen niet alleen de omlig­gende bomen en planten. Gewone en gekleurde raampjes wisselen elkaar af. Wie door het gekleurde glas kijkt, waant zich in een andere omgeving.  Het vijverwater lijkt plots zijn natuurlijke kleur te verliezen en wordt achtereenvolgens oranje en blauw. Herfstbladeren krijgen door de ingreep onverwachte paarse en rode tinten.
Toch zijn de 'frames' niet opdringerig. Omdat ze op de rand van de verschillende plantsoenen werden opgericht,  dwingen ze de wandelaar niet om zijn traject aan te passen. Daniel Buren houdt niet alleen rekening met de oorspronkelijke vorm van het parkland­schap. Hij accentueert zelfs de structuur. Bovendien nodigt hij de bezoeker uit tot onthaasting. Wie zijn tijd neemt kan inderdaad het park vanuit talloze invalshoeken en kleuren waarrnemen. Elk raamwerk staat op zichzelf, maar kan ook als een onderdeel van de hele reeks worden beschouwd. Toch kunnen de achttien vensterramen onmoge­lijk tegelijkertijd in één oogopslag worden geobserveerd. Het Sint Donatuspark is im­mers heuvelachtig en werd door de vroegere ontwerper opgesmukt met rotspartijen.

Het kenmerk van Buren

De 66-jarige Buren heeft het zo druk dat hij niet eens op de vernissage van zijn 'Jardin imaginaire' aanwezig kon zijn. Hij ver­toefde op dat moment in de Hemeltempel in Peking, waar hij - net als op de kaders van de Leuvense parkramen - verticale streepjes aanbracht. Al vier decennia bedenkt hij 'in situ' installaties met herkenbare streep­patronen. De gekleurde verticale banden zijn steeds  8,7 cm breed en worden afgewis­seld met witte strepen.

'Voor het Sint Donatuspark heeft Buren nadat hij het park als de meest geschikte locatie voor een artistiek project had uitgekozen, drie verschillende voorontwerpen ingediend' zegt Michèle Lachowsky, die met Joël Benzakin curator is van deze permanen­te tentoonstelling.  'We hebben uiteindelijk geopteerd voor de ritmische opstelling van deze achttien vensterramen omdat ze een meerwaarde geven aan het park zonder dat ze de spelende kinderen en de wandelaars of rustzoekers hinderen.'
De 'imaginaire tuin' dankt zijn naam aan het magisch karakter: "Door het vernuftig kleurgebruik beeldt de bezoeker zich een park in dat enkel in zijn fantasie bestaat.  Toch overdrijft Buren niet. Enkel wie voor één van zijn 'frames' halt houdt, kan de illusionistische effecten tot zich laten doordringen. Snelle voorbijgangers vangen van de imaginaire taferelen  slechts een korte glimp op. Ze worden echter bij het volgende vensterraam opnieuw met een vreemd kleurenspel geconfronteerd.  Buren vind het niet eens erg als er na verloop van tijd gewenning optreedt.  Ondanks zijn bescheidenheid, beschouwen wij hem toch als één van de meest notoire artiesten van deze tijd.'

Start in New-York

In de jaren zestig vormde hij met Mosset, Parmentier en Toroni nog de kunstenaarsgroep BMPT, die de schilderkunst wilde demythologiseren.  Hij ontvluchtte musea en galeries, maar intervenieerde in openbare ruimtes. Op straten, pleinen en metrostations verfde hij talloze gelijkmatig verdeelde witte strepen. Toen hij in 1971 in het New Yorkse  Guggenheimmuseum de klassieke museumarchitectuur en de lineaire opstel­ling van de geëxposeerde werken hekelde door in de centrale hal een gigantische lap gestreepte stof op te hangen, kreeg hij wel­iswaar veel kritiek van zijn collega's te ver­duren, maar was zijn naam gemaakt.  Nadat hij voor de eretuin van het Palais Royal in Parijs tweehonderdzestig zwart-wit ge­streepte zuilen van verschillende lengte had ontworpen, werd hij overladen met opdrachten. Meestal om openbare ruimtes met zijn minimalistische kunst, die hij 'objectief' en 'neutraal' noemt, op te vrolijken.
De weersomstandigheden laten onvermij­delijk hun sporen na op kunstinstallaties in open lucht. Ook Burens 'imaginaire tuin' ontsnapt niet aan wind, regen, sneeuw en mist. Toen we op een kille morgen door het park liepen was de klammigheid op de ramen af te lezen. "Met de glasfabrikanten onderzoeken we hoe we dit in de toekomst kunnen vermijden' licht Michèle Lachowsky toe. 'De ramen worden alleszins regelmatig door het stadspersoneel gereinigd. Tevens worden herstellers ingeschakeld als de 'frames' door het weer of door bezoekers zijn beschadigd.
Maar vandalenstreken verwachten we niet, want haast alle buurtbewoners houden een oogje in het zeil. Zij zijn de peters en de meters van deze 'jardin imaginaire'. Hun prachtige tuin zullen ze met een evenveel liefde koesteren  als hun petekind. Dat is toch bewonderenswaardig !"

Download hier de pdf

OKV2004.4 Buren.pdf