OKV2023.5
Iedereen heeft wel zijn eigen idee over het platteland en hoe het er bij benadering moet uitzien. Of hoe het ruikt, of riekt. Fotojournalist Jelle Vermeersch legde tweeduizend trage kilometers af met een oude tractor, inclusief een beestenkar als opnamestudio. In de Sint-Pietersabdij in Gent toont hij in Buitenmensen het land buiten de stad, zijn vele verschijningsvormen en zijn bewoners, en evoceert er oude en nieuwe verhalen ontfutseld aan de bodem.
Jelle Vermeersch (1980) doorploegde met zijn rode Massey Ferguson de Westhoek, de Borinage, de Ardennen, Limburg en Zeeland op zoek naar mensen en landschappen. Van de zomer tot en met de daaropvolgende zomer: vijf streken, vijf seizoenen. Geen hoofdwegen, maar wegels, genadeloos dokkerend over kasseien en versleten betonnen platen, tussen zwaluwen en dieselwalmen, varkensgier en onkruidverdelger, bossen en bloemen. Alles passeerde voor zijn lens: de kraakgroene velden van Reningelst, de cités van Mons-Borinage, de bossen van Saint-Hubert, de Baraque de Fraiture, het weidse Limburg en het Verdronken Land van Saeftinghe.
Tijdens het coronajaar 2020 coverde Vermeersch voor De Morgen een eerste etappe van zijn verhaal, getiteld The Flanders Blues. Not a straight story. De queeste op een tractor doet onvermijdelijk denken aan het biografische The Straight Story, een film van David Lynch uit 1999, waarin de bejaarde en slechtziende Alvin Straight zijn zieke broer opzoekt. Zonder rijbewijs ziet hij zich genoodzaakt om vele kilometers af te leggen met een John Deere zitmaaier. Terwijl Straight tuffend zijn einddoel bereikt, veranderen de landschappen en de mensen in de traagste en meest atypische prent van Lynch. Ook voor de fotograaf zullen de indrukken en prikkels anders geweest zijn dan hij mogelijk normalerwijze gewend is. Het landschap en de elementen waaraan zijn geportretteerden dagelijks blootgesteld worden, kropen onder zijn vel. Een citaat van de Amerikaanse persfotograaf William Eugene Smith (1918-1978) typeert de esthetica en de plannen van Vermeersch: “I can’t stand these damn shows on museum walls with neat little frames, where you look at the images as if they were pieces of art. I want them to be pieces of life!”