Tweehonderd jaar Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat laat zich vieren. De periode van 15 jaar tussen 1815 en 1830 is niet zonder betekenis geweest voor het huidige België. Dat is de aanleiding voor een reeks tentoonstellingen en manifestaties, waarvan Design Derby België-Nederland een van de belangrijkste is. Ze kende een ruime belangstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en is nu te zien in het Design Museum Gent.

Koninklijke opdrachten

Het Museum Boijmans Van Beuningen vatte de tentoonstelling op als een wedstrijd tussen Nederland en België. De bezoekers konden met een vragenboekje aan de slag en op het einde van de rondgang een punt toekennen aan een van beide landen. Sommigen deden dat zeer gewetensvol na wikken en wegen, maar ik zag ook Nederlandse stambroeders al vóór ze de rondgang maakten gedecideerd kiezen voor het eigen land. De objecten waren in de opstelling duidelijk gescheiden door een grenslijn. Het Design Museum Gent hanteert die strakke scheidingslijn niet en kiest voor een gemengde presentatie. Het is meer een ontmoeting dan een confrontatie.

Manufacture Royale de Porcelaine Frédéric Faber, bordje uit het Service du Palais Royal, 1829, porselein, polychroom gedecoreerd met vogels, Paleis Het Loo, Apeldoorn. Design,

Manufacture Royale de Porcelaine Frédéric Faber, bordje uit het Service du Palais Royal, 1829, porselein, polychroom gedecoreerd met vogels, Paleis Het Loo, Apeldoorn.

Het is een belangrijke tentoonstelling die ons heel wat leert over ons en onze buren. In die tweehonderd jaar is er heel wat gebeurd en een terugblik af en toe kan bijzonder interessant zijn. Design Derby toont niet enkel objecten uit de diverse periodes, minstens even belangrijk zijn de inleidende commentaren, grafieken en zaalteksten. Voor het Gentse museum is Frank Huygens de curator en een van de medewerkers aan Belgische zijde. Hij vertelt dat er eerst uitgegaan is van een selectie van 750 stuks om uiteindelijk te komen tot een tentoonstelling die ongeveer vijfhonderd objecten omvat. Er zijn enkele inhoudelijke verschillen tussen Rotterdam en Gent, waar iets meer aandacht gaat naar recentere vormgeving.

Het parcours begint bij de beide koningshuizen die elk uit hun verzamelingen voorwerpen in bruikleen geven. Willem I streefde ernaar om de opdrachten aan kunstenaars en manufacturen eerlijk te verdelen over de noordelijke en zuidelijke provincies. Zo is er werk te zien van de porseleinschilder Frederic Faber die door de vorst werd aangezocht om de porseleinproductie in Brussel nieuw leven in te blazen. De kwaliteit van die productie in de manufactuur in Elsene is zodanig dat ze kan staan voor de uitstraling van het Brussels porselein in de negentiende eeuw.

Wanneer in 1831 Leopold van Saksen-Coburg en Gotha koning der Belgen wordt, zal het Belgische hof uiteraard niet achterblijven in het geven van koninklijke opdrachten. Kunstenaars en ontwerpers kunnen zich ook uitleven in de geschenken die aan de vorsten worden gegeven bij bezoeken en blijde intredes.

Design, Frans Zwollo, 1900, zilver en turkoois RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM, Philippe Wolfers, ‘Les Lys’, 1897, brons DESIGN MUSEUM, GENT

Links: Frans Zwollo, 1900, zilver en turkoois RIJKSMUSEUM, AMSTERDAM

Rechts: Philippe Wolfers, ‘Les Lys’, 1897, brons DESIGN MUSEUM, GENT

Negentiende eeuw

Het midden van de negentiende eeuw is natuurlijk ook de periode van de opkomende industrie. Grote fabrieken voor glas en aardewerk zoals die van Val Saint-Lambert en Boch Frères, de katoenweverijen en -drukkerijen die in het Gentse de voornaamste industrie vormen, doen nog niet echt een beroep op geschoolde vormgevers. De producenten nemen ontwerpen uit voorbeelden- en ornamentenboeken of ze kopiëren schaamteloos concurrenten. Ze produceren op grote schaal, wat de producten goedkoper maakt. Daarnaast is er nog heel veel ambachtelijk productie in kleine of iets grotere werkplaatsen. Het is wel zo dat de industrialisering in België duidelijk veel vlotter ging dan in Nederland.

Design, Mart Stam, stoel, uitvoering Thonet, 1931, staal en hout MUSEUM BOIJMANS VAN BEUNINGEN, ROTTERDAM – FOTO: TOM HAARTSEN, Gaston Eysselinck, typistenstoel, 1931, staal en hout DESIGN MUSEUM, GENT

Links: Mart Stam, stoel, uitvoering Thonet, 1931, staal en hout, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam - Foto: Tom Haartsen 

Rechts: Gaston Eysselinck, typistenstoel, 1931, staal en hout, Design Museum, Gent 

De negentiende eeuw is ook de eeuw van het ontstaan van de natiestaten, van tal van revoluties en van een nationaal gevoel. Dat gevoel, dat verbonden is met de Romantiek die dan in volle ontwikkeling is, heeft voor gevolg dat men teruggrijpt naar het roemrijke verleden, voor zover het in het nationale kraam past. Nederland bezingt zijn Gouden Eeuw als natie van zeevaarders en kooplieden. De zeventiendeeeuwse schilderkunst is in volle glorie. België vindt zijn verleden in de gotiek voor de christelijke gebouwen en in de renaissance voor de burgerij, de neostijlen kennen een grote bloei. Dat laat zich ook zien in de meubels en allerlei siervoorwerpen. Als een reactie tegen het industriële product groeit de belangstelling voor kunst en handwerk, mede onder invloed van de Arts and Crafts-beweging in Groot-Brittannië. Het British Empire was zowat het centrum van de wereld en had in 1851 in Londen de Great Exhibition of the Works of Industry of all Nations ingericht. Er namen 512 Belgische en 114 Nederlandse bedrijven met hun producten aan deel. Hier werd de technische kennis van de Britten op overtuigende wijze geïllustreerd en imponeerde Frankrijk vooral door zijn verfijnde smaak en traditie. Dit bracht in heel Europa de discussie over vormgeving op gang. Zo verwijst Design Derby diverse keren naar belangrijke internationale exposities en wereldtentoonstellingen. Daar waar de wereldtentoonstellingen vooral aandacht besteden aan technologische vooruitgang en verworvenheden, zullen de exposities eerder de nadruk leggen op de artistieke kwaliteit van de decoratieve productie. Op de Esposizione internazionale d’arte decorativa moderna in 1902 in Turijn zijn er 101 Belgische en 74 Nederlandse exposanten. De inzendingen van beide landen zijn later tot de iconen gaan behoren van wat wij nu kennen als de laatste fase van de art nouveau.

Na de wereldoorlogen

Na de Eerste Wereldoorlog is er een periode van nieuwe hoop en vooruitgang en een grote behoefte aan decoratieve luxe. Exotische materialen afkomstig uit de kolonies zijn soms overweldigend aanwezig.

In België wordt toch wat onder Franse invloed de art deco ontwikkeld, Nederland gaat zijn eigen weg met de Amsterdamse School. Het is de periode van de grote Exposition des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in 1925 in Parijs. Er komen meer dan vijftien miljoen bezoekers en er zijn meer dan vijftienduizend exposanten. Voor België maakt de bekende zilversmid Philippe Wolfers, vooral bekend van zijn art nouveau productie, er een ware comeback met een geometrisch-kubistisch servies in zilver, kristal en faience. Er is een groot vooruitgangsgevoel, men is niet bang voor de moderniteit, er is vertrouwen in de toekomst. Dat uit zich zowel in de architectuur als in de industriële vormgeving en de massaproductie. Er zijn veel internationale contacten tussen kunstenaars, vormgevers en architecten en dat laat zijn sporen na. Het is de periode waarin de buismeubelen van Mart Stam en Gaston Eysselinck ontstaan.

Het optimisme van het interbellum maakt plaats voor het drama van de Tweede Wereldoorlog en dat heeft uiteraard zijn gevolgen. In Nederland zijn 90.000 woningen totaal verwoest, in België zijn er dat 38.000. Dat betekent dat er na de bevrijding en met de hulp van het Amerikaanse Marshallplan onmiddellijk werk moet gemaakt worden van de wederopbouw. Er worden ook weer volop meubels en gebruiksvoorwerpen geproduceerd en stilaan ontwikkelt zich een elite van smaakmakers die pretenderen te weten wat goed en smaakvol is. De beide landen kennen een toenemende welvaart en de jaren zestig met een steeds stijgende consumptie van goederen kondigen zich aan.

Waac’s Design & Consultancy, Senseo, 2003, uitvoering Philips/Douwe Egberts, Erik Sijmons, Samsonite Cosmolite, 2009

Links: Waac’s Design & Consultancy, Senseo, 2003, uitvoering Philips/Douwe Egberts

Rechts: Erik Sijmons, Samsonite Cosmolite, 2009

Expo 58 in Brussel is van groot belang voor de doorbraak van de ‘moderne’ vormgeving bij een groot publiek.

In het laatste kwart van de twintigste eeuw krijgt design steeds meer publieke aandacht. In België kennen we diverse organisaties die een leidende rol op zich nemen, zoals het Design Center in Brussel, de provinciale comités voor kunstambachten en industriële vormgeving en een beurs als Interieur in Kortrijk. In Nederland gaat de evolutie naar ‘design-denken’ een stuk sneller en breder. Nederlanders weten ook met hun doorwinterde handelsgeest hun design beter in de markt te plaatsen en zowel in binnen- als buitenland met hun producten door te dringen. Ondertussen hebben heel wat Belgische ontwerpers in het begin van het tweede millennium ook erkenning gekregen en internationale prijzen behaald.

Het Design Museum Gent maakt naast de chronologische presentatie ook gebruik van de specifieke mogelijkheden binnen de vaste collectie en het circuit in het Hotel De Coninck met de diverse stijlkamers. Het team van het museum creëerde een aantal belevingssferen met eigentijdse design binnen de bestaande locaties. Zo komt in de Louis XVIII-kamer het element ‘voelen’ aan bod. Het biedt de mogelijkheid om heel wat meer hedendaags design aan het publiek te tonen, in combinatie met stijlen uit het verleden. Dat is zeker een verrijking van de oorspronkelijke tentoonstelling.

Bernadette De Loose zorgde voor een sterk omkaderend programma naast de groepsbezoeken voor scholen en volwassenen. Een reeks van lezingen en aperitiefgesprekken met ontwerpers en curatoren kunnen heel verhelderend werken. Het is duidelijk: iedereen wint in de Design Derby.

Tentoonstelling

Design Derby: België-Nederland (1815-2015) - Nog tot 13 maart 2016 – Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur– Gesloten: maandag  - Design Museum Gent, Jan Breydelstraat 5, 9000 Gent - T 09 267 99 99

Lezingen

  • Aperitiefgesprekken – 10 januari 2016: Mienke Simon Thomas en Frank Huygens, curatoren – 16 februari 2016: Ontwerperduo’s Claire Warnier & Dries Verbruggen, Sofie Lachaert & Luc D’Hanis
  •  Duolezing – 20 januari 2016: De overheid als opdrachtgever met Johan Valcke en Frederike Huygen i.s.m. ontwerpers Stefan Schöning en Bert Dirrix
  • Lezing – 2 maart 2016: Ugly Belgian Houses / Hannes Coudenys 

Download hier de pdf

Iedereen wint in de Design Derby België-Nederland - Meer een ontmoeting dan een confrontatie