Onder de titel Carta canta focussen de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel op werk van Pierre Alechinsky uit eigen bezit. Altijd een genoegen om je door de speelse gedrevenheid van de laatste der Cobra-Mohicanen te laten verrassen.

Jubelzang

Anno 2021 kunnen de KMSKB uitpakken met een representatieve staalkaart uit de productie van Pierre Alechinsky (°1927). De vroegste aankoop dateert al van 1955 en een recente schenking van de meester zelf brengt de Alechinsky-verzameling op een respectabel totaal van ruim tweehonderdzeventig werken. Enkel het Centre Pompidou in Parijs doet het even goed. Uit het honderdtal werken dat we te zien krijgen blijkt overduidelijk dat papier met stip Alechinsky’s favoriete drager is, een ondergrond die hij nog bewerkt, verknipt en opkleeft, kortom waarmee hij naar hartenlust experimenteert. Het resultaat is altijd een jubelzang, vandaar de titel van de expo: Carta canta, het papier zingt.

Pierre Alechinsky, Sorti de la boîte, 1991, Oost-Indische inkt en aquarel op een notitie van 6 september 1763, 198 x 125 mm Schenking van de kunstenaar, 2020 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Pierre Alechinsky, Sorti de la boîte, 1991, Oost-Indische inkt en aquarel op een notitie van 6 september 1763, 198 x 125 mm, Schenking van de kunstenaar, 2020 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Sinds 1947

Alechinsky’s staat van dienst is indrukwekkend en overspant driekwart eeuw. De oorlog is nog niet gedaan als hij zich inschrijft in Ter Kameren, in de afdeling typografie en illustratie. Aanvankelijk beschouwt hij zichzelf niet als een schilder. Toch krijgt hij al in 1947 zijn eerste individuele tentoonstelling. En dan gaat het allemaal razendsnel. De Jeune Peinture Belge laat hij achter zich wanneer hij in 1949 de Cobra-beweging ontdekt. Hij is dadelijk verkocht, in die mate zelfs dat de laatste grote manifestatie van de groep, een tentoonstelling in Luik in 1951, door hem op touw wordt gezet; het laatste nummer van het tijdschrift Cobra verschijnt onder zijn redactie. Christian Dotremont (1922-1979), Asger Jorn (1914-1973), Karel Appel (1921-2006), het zijn contacten die zijn artistiek gezichtsveld blijvend verruimen. Ook de techniek blijft hem boeien. Van 1952 staat hij in contact met de Japanse kunstenaar Shiryu Morita (1912-1998) die zich inzet voor de vernieuwing van de kalligrafie en de erkenning ervan als volwaardige kunstvorm. Ook de Chinese schilder Walasse Ting (1929-2010) die hij in Parijs ontmoet leert hem de knepen van de Oosterse schildertechniek. Ting verbluft iedereen met zijn gedurfde, extreem vitalitische action painting. Zijn populariteit bij het grote publiek dateert van veel later met zoeterig werk waarin wulpse vrouwen, dikke katten en kleurrijke papegaaien een hoofdrol spelen. Als Alechinsky hem in de jaren zestig in Amerika opnieuw ontmoet doet Ting hem de voordelen van schilderen met acrylverf inzien: snelheid van uitvoering, ultrakorte droogtijd.

In 1955 reist Alechinsky naar Japan en draait er een documentaire rond de kalligrafie. De ingesteldheid van de kunstenaars die hij er ontmoet spreekt hem even sterk aan als de gebruikte technieken. Dankzij een niet-aflatende nieuwsgierigheid en experimenteerdrang ontstaat een typisch Alechinsky-idioom, een beeldtaal die onder alle andere herkenbaar is, noch figuratief, noch abstract is, tegelijk exuberant en ingetogen, spontaan en bedachtzaam, jeugdig met belegen trekjes.

Het ambacht heruitgevonden

Een kommetje in de rechterhand, penseel in aanslag in de linker, zo beweegt Alechinsky rond het kreukelig papier op de ateliervloer. Met vlugge, afgemeten bewegingen brengt hij de lijnen aan, herneemt zijn ijsberen tot hij weer enkele toetsen plaatst, rustig, geconcentreerd. Hoe verschillend is zijn techniek van de wilde uitspattingen van Karel Appel of van de ritmische dansbewegingen van Jackson Pollock. Ervaring heeft hem geleerd hoe hij met een minimum aan inspanning het penseel tot een maximaal visueel rendement kan inzetten. Het horizontaal schilderen biedt enkel voordelen: het werken uit de losse pols en het uitblijven van invloed van de zwaartekracht op de vloeibare verf. Nadien is het rechtzetten van het schilderij ook voor de kunstenaar de ware ontdekking van hetgeen hij geschilderd heeft.

Vanuit de vorming die Alechinsky in Ter Kameren genoten heeft zijn de grafische technieken door de jaren een geliefkoosd onderzoeksveld gebleven. Aan Italiaanse drukkers heeft hij een techniek ontleend om met het penseel rechtstreeks op de etsplaat te werken, tot zelfs dripping toe (“Iets met etherische oliën die op de etsgrond inbijten, sorry, keukengeheim!”). Dit geeft aan de etsen van Alechinsky een uniek spontaneïteitsgevoel. Maar hij heeft nog meer pijlen op zijn boog: wrijfafdrukken van riooldeksels stralen een geheimzinnige schoonheid uit, terwijl hun ogenschijnlijk banale opschriften verborgen boodschappen lijken uit te dragen. Oude administratieve documenten, hotelgastenboeken, notariële akten, navigatiekaarten, zakenpaperassen en waardepapieren allerhande krijgen een nieuw leven als drager van nieuwe tekens, waardoor oorspronkelijke boodschappen een dialoog aangaan met de nieuwe en hierdoor hun vermeend belang versterken of hun onzinnigheid.

Pierre Alechinsky, Case par case, 1980, steendruk en kleurets op Japans papier, 1.708 x 925 mm Schenking van de kunstenaar, 1980 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Pierre Alechinsky, Case par case, 1980, steendruk en kleurets op Japans papier, 1.708 x 925 mm, Schenking van de kunstenaar, 1980 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Ongrijpbare figuratie

Als van zelf volgt het kijkende oog het traject dat de kunstenaar uittekent. Bij Alechinsky meer dan bij anderen is dat een wandelende lijn, die zich ontpopt tot een verhalende lijn. Hetgeen Alechinsky ons toont zweeft altijd tussen figuratie en abstractie, verspringt van het ene op het andere. Al werkend viert hij de teugels van zijn fantasie en ontstaan de gekste associaties. Uit het grondplan van Central Park in New York doemt een Cobra-achtig gedrocht op. Spontaan muteert het in een schuimende golf, dan in een bergketen, wordt rivier, slingerpad, reptiel, lavastroom, boomkruin of Inca-hoofdtooi. De rondgang van de Gilles van Binche die hij in 1946 voor het eerst meemaakt, heeft op hem een onuitwisbare indruk gemaakt, zodoende maken de weelderige struisvogelhoeden geregeld hun dansende opwachting in zijn schilderijen.

Een enkel beeld volstaat dan meestal niet om het verhalenpotentieel uit te putten. In de randen verdringen zich kleinere voorstellingen die al dan niet verwijzen naar het centrale thema, maar er hoe dan ook een dialoog mee aangaan. Alechinsky ontleent die werkwijze aan de grafici, meer bepaald de lithografen die in de randen van de steen kleine probeersels aanbrengen. Die pretentieloze kanttekeningen hebben hem naar eigen zeggen altijd gefascineerd. Hij brengt ze aan als een doorlopende fries of als een aaneenschakeling van afgeboorde vakjes: ironische verwijzing naar de rijke traditie van het Belgische stripverhaal. Zij ondersteunen het centrale beeld, zorgen ervoor dat de aandacht van de kijker op het werk geconcentreerd blijft. Niet zelden wordt het contrast nog aangescherpt door het gebruik van een andere techniek, een andere kleur of gewoon monochromie versus polychromie.

Ook de titels dragen bij tot het ‘verleiden’ van de kijker. Op het eerste gezicht hebben zij iets gratuit, surrealistisch. Met welluidende titels, meestal uitgekiend door zijn literaire vrienden, legde René Magritte een bijkomend laagje surrealistische vervreemding op zijn schilderijen. Alechinsky houdt het bij verwijzing, aanvulling of ironiseren van het onderwerp. De titel is een bijkomende stimulans om het werk aandachtig te bekijken, indien gewenst te analyseren.

Pierre Alechinsky, Printemps année vingt, 2020, Oost-Indische inkt, gewassen op een negentiende- eeuwse Spaanse registerpagina, 316 x 216 mm Schenking van de kunstenaar, 2020 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Pierre Alechinsky, Printemps année vingt, 2020, Oost-Indische inkt, gewassen op een negentiende-eeuwse Spaanse registerpagina, 316 x 216 mm, Schenking van de kunstenaar, 2020 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Het gedeelde werk

De omgang van Alechinsky met andere kunstenaars reikt verder dan collegialiteit of camaraderie. Hun aanwezigheid voedt zijn eigen creativiteit en hijzelf is gul in het delen van zijn ervaringen. Dit is een uiting van de zuiverste Cobra-mentaliteit. Zij vindt haar interessantste uitdrukking in gedeelde werken, met Christian Dotremont, met Karel Appel, met Asger Jorn, met Jan Cox, met Hugo Claus, iedereen welkom.

Sommigen hebben zich geërgerd aan die onwankelbare trouw aan Cobra. Maar Alechinsky blijft erbij dat het zijn Cobra-vrienden zijn die hem de meest beklijvende levenslessen hebben bijgebracht. Bij Jorn is dat het wantrouwen voor volmaaktheid die het werk verstikt (“Perfectie is de dood!”). Met Dotremont heeft hij de grenzen van de spontaniteit afgetast, een proces dat meer discipline inhoudt dan meestal gedacht wordt. Dotremont is ook diegene die hem de plasticiteit bijbrengt van het geschreven woord, dat dus ook een getekend woord is. In dat verband blijkt Alechinsky over een extra troef te beschikken: hij is linkshandig. Het feit dat zijn penseelvoering van rechts naar links gebeurt, draagt dus mogelijks bij tot de bevreemding in de meeste werken. Mogelijks, want Alechinsky zet ons graag op het verkeerde been: hij is namelijk even handig met beide handen. Een van zijn geliefkoosde geintjes is het gelijktijdig neerschrijven van een tekst in gewoon schrift en in spiegelschrift, in zuivere symmetrie.

Pierre Alechinsky, Galalabyrinten, 1973, kleurenlithografie, 760 x 540 mm Schenking van de kunstenaar, 1973 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Pierre Alechinsky, Galalabyrinten, 1973, kleurenlithografie, 760 x 540 mm Schenking van de kunstenaar, 1973, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Kinderlijke eenvoud

Carta canta. Het papier van Alechinsky is nog lang niet uitgezongen. Volgens de kunstenaar kan het eigenlijk alleen maar gemakkelijker worden voor hem. Het leven heeft hem geleerd dat hij met de jaren alle ballast overboord moet gooien. Als jongeman, zegt hij, begin je te schilderen met op je schouders de enorme last van al die kunstenaars die je als model werden voorgehouden. Het resultaat is onvermijdelijk oude-mannen-kunst. Met de jaren ga je vereenvoudigen, meer en meer. Als voorbeeld haalt hij Matisse aan die op het einde van zijn leven gewoon silhouetten uit papier knipte en die op een drager kleefde. Dat is het ideaal: schilderen als een kind. Wat zei Cobra alweer?

Wat Alechinsky’s werk zo toegankelijk en fris maakt is die weergaloze mix van gecontroleerde spontaniteit en technisch vernuft. Elk werk is een evenwichtsoefening tussen opwelling en reflexie. Dit zou verlammend kunnen werken, niet zo bij Alechinsky die het probleem niet negeert, wel creatief op de spits drijft. Kernachtig drukt hij het zo uit: “Zich hoeden voor die al te welomschreven inval, die ons afleidt van een nieuwe idee die kan opduiken. Alles gebeurt TIJDENS (dat is een van de geheimen van de schilderkunst). VOORDIEN? Blijkbaar onbelangrijk. NADIEN? Staan wij voor een voldongen feit geklemd in de tijd – dat men een schilderij noemt.”

Eenvoudig toch? Pierre Alechinsky is altijd en exclusief bezig met het moment. Het is niet uit te sluiten dat hij het recept van de eeuwige jeugd gevonden heeft.

Pierre Alechinsky, Wat Binche betreft, 1967, Oost-Indische inkt, gewassen, op oud vergépapier, 245 x 320 mm Schenking van de kunstenaar, 1973 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Pierre Alechinsky, Wat Binche betreft, 1967, Oost-Indische inkt, gewassen, op oud vergépapier, 245 x 320 mm, Schenking van de kunstenaar, 1973 Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Tentoonstelling

Pierre Alechinsky. Carta canta — Nog t.e.m. 1 augustus 2021 — Open: dinsdag t.e.m. vrijdag van 10 tot 17 uur, zaterdag en zondag van 11 tot 18 uur — Gesloten: maandag — Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Regentschapsstraat 3, 1000 Brussel — T 02 508 32 11

Download hier de pdf

20212 Alechinsky.pdf