Hoofdredacteur Matthias Depoorter laat zich beroeren door het leven en de kunst. Dit keer kiest hij voor Tuinen van Jean Brusselmans (1884-1953). 

Brusselmans was niet de graagst geziene schilder van zijn tijd, ook vandaag niet. Een grote retrospectieve in Bozar wil daar verandering in brengen. Rond 1930 bereikte hij zijn artistieke hoogtepunt. In die periode schilderde hij, tien jaar lang, het Pajottenland in Dilbeek, de plaats waar hij zich had gevestigd. Het resultaat was een brusselmansiaanse vertaling van het Vlaamse landschap: lijnrecht en haarfijn uitgedokterd. 

Jean Brusselmans was een abstracte schilder die de figuratie niet kon opgeven, een paradox die de individualist tekent. Zoals Paul Cézanne de Montagne Sainte-Victoire veelvoudig vereeuwigde, zo schilderde hij zijn omgeving: wars van trends, met landschappen als wiskundige modellen.

Brusselmans capteerde het Pajottenland bijna als glas-in-lood: geometrische landbouwpercelen en dito tuinen, egale kleurvlakken en zwaar aangezette contouren, schoorstenen en asbestdaken, wolken uit kindertekeningen en, pontificaal in het midden, een majesteitelijke blinde muur. Treffend, maar ook precies het soort landschap waarvoor ik huiver, zeker wanneer ik weer eens van Zaventem naar Kortrijk trein, net terug uit een land waar natuur nog natuur is.

Tentoonstelling

Openingsbeeld

Jean Brusselmans, Tuinen, 1934, olieverf op doek, 119 x 129 cm, Mu.ZEE, Oostende (collectie Vlaamse Gemeenschap)