OKV2018.4
1918 is het jaar waarin aan de Groote Oorlog eindelijk een einde komt. In Oostenrijk is er veel meer aan de hand: het einde van het keizerrijk en de dood van een aantal vooraanstaande kunstenaars. De meest beroemde onder hen is Gustav Klimt (1862-1918), het boegbeeld van de Weense avant-garde. Is dit een eindpunt of de wissel van de wacht? Ervaar het op Beyond Klimt, de grote herfsttentoonstelling in BOZAR te Brussel.
Egon Schiele, Hurkende mannen (dubbel zelfportret), 1918, olieverf op doek, 100 x 171 cm
De tentoonstelling in BOZAR draagt een dubbele titel: Beyond Klimt. New Horizons in Central Europe 1914-1938. Zij was deze zomer al te zien in Wenen, in het Unteres Belvedere. Daar droeg zij de titel Klimt ist nicht das Ende. Curator Alexander Klee verzekert ons dat buiten de titel, aan de originele tentoonstelling niets veranderd is. Alleen heeft het Weense publiek een zekere voorkennis die bij ons nu eenmaal ontbreekt.
Alexander Klee: “U moet weten dat de Eerste Wereldoorlog voor Oostenrijk een regelrechte catastrofe is geweest. Vooreerst ging het met de krijgsverrichtingen van kwaad naar erger, zeker tot 1916. Daarna herstelt de militaire situatie enigszins, maar dan steken de humanitaire problemen de kop op: de economie stort in en er ontstaat hongersnood. Om alles nog erger te maken breekt de Spaanse griep uit, een pandemie die 25 miljoen doden eist, dus wereldwijd meer slachtoffers maakt dan de oorlog.”