OKV2011.6
Watererfgoed is een vlag die vele ladingen dekt. Vaartuigen, visserij, havens, kanalen, dokken, kranen, watertorens, sluizen, vuurtorens, watertradities, recreatie, waterkunst…Dit nummer laat kennismaken met twee bijzondere musea die interessante verzamelingen ‘nat en droog’ erfgoed koesteren en tonen.
Het ‘NAVIGO-Nationaal Visserijmuseum’, annex een vissershuisje en een visserscafé, ligt midden in het dorpscentrum van Oostduinkerke. Onmiddellijke blikvanger in het museum is het gerestaureerde kustvissersvaartuig OD.1 Martha’, laureaat van de Monumentenprijs 2011 voor West-Vlaanderen, waarrond de geschiedenis van de Vlaamse zee- en kustvisserij is gepresenteerd. Voor dit nummer selecteerde Openbaar Kunstbezit Vlaanderen uit de rijke en gevarieerde museumcollectie de boeiende historie van de strandvisserij, die veel meer te bieden heeft dan de bekende Oostduinkerkse paardenvissers. En er is het verhaal vol heroïek en doffe ellende van de IJslandvaart.
Het Nationaal Visserijmuseum heet sinds september 2011 NAVIGO-Nationaal Visserijmuseum. Het letterwoord betekent in het Latijn ‘ik vaar’ en staat symbool voor de nieuwe, dynamische koers die het museum wil uittekenen, ook op internationaal vlak en in samenwerking met andere maritieme musea wereldwijd.
Het Scheepvaartmuseum Baasrode is de tweede aanlegplaats van dit nummer. Dankzij de prima ligging aan de Schelde kon Baasrode zich eeuwen geleden ontwikkelen tot een haven. Zeker vanaf de zestiende eeuw was er een scheepswerf actief. Tot diep in de twintigste eeuw was het een belangrijke nijverheid in het dorp, met Van Praet-Dansaert en Van Damme als belangrijkste scheepswerven die ook het langst hebben overleefd. Nadat in 1986 een einde kwam aan de scheepsbouw in Baasrode kocht het provinciebestuur Oost-Vlaanderen de hele site en bouwde ze, samen met de stad Dendermonde en een aantal enthousiaste vrijwilligers, uit tot een erfgoedsite voor varend erfgoed.
Honderden vaartuigen lieten de Baasroodse werven doorheen de eeuwen van stapel lopen: grote koopvaardijschepen en zeewaardige zeilschepen, otters en westerlingen, pleiten en heemers, gaffel- en Brabantse schuiten, Walenschepen en Willebroekse boten… Speciale aandacht gaat in dit nummer naar drie types: de ‘Baasroodse botter’, de ‘baquet van Charleroi’ en als laatste de spits.