Ontwapenende eerlijkheid schiet tekort om drommen bezoekers in beweging te zetten.  Maar goedklinkende beeldspraak, eventueel gekruid met een omfloerste toespeling; dat kan wonderen verrichten.  Zegt u nu zelf.  Waar zou uw voorkeur naar uitgaan : naar 'Hoogtepunten uit Abdijbibliotheken in de Provincie Antwerpen' of naar 'Een Zee van Toegelaten Lust '?  Nochtans één en dezelfde tentoonstelling in de Koningin Fabiolazaal in Antwerpen.

Dobberen op een zee van toegelaten lust

De naam Godefridus Bouvaert zegt u waar­schijnlijk niets. De samenstellers van de tentoonstelling kenden hem ook niet, maar tijdens hun opzoekingen hebben zij zijn verdiensten leren waarderen. Hij was ergens in de achttiende eeuw bibliothecaris van de Sint-Bernardusabdij te Hemiksem. Die taak moet hem erg veel voldoening gege­ven hebben. In het document waarin hij de boekenrijkdom van de abdij  beschrijft (een echte catalogus durven wij het niet noemen) laat hij zijn geestdrift de vrije loop. Zijn po­ëtische kwaliteiten zijn maar aan de povere kant en hij rijgt de karamelleverzen moeite­loos aan elkaar.  Toch inspireren de boeken hem tot één genster zuivere poëzie. De bibliotheek omschrijft hij als 'So een plaats verciert met Boeken' die hij vergelijkt met een 'aengenamen schat', nogal onhandig rijmend met 'als dat'. Maar dan komt het:

'ia 'k en vreese niet te seggen, dat zy is soo vol van rust;
dat sy schynt een zee te wesen vol van toegelaten lust

Het ontuchtige 'lust' wordt op merkwaar­dige wijze salonfähig gemaakt door er het epitheton 'toegelaten' aan te koppelen: een prachtige vondst ontstaan in een bibliofiele roes!  De tentoonstelling in spe die het tot dan toe met een werktitel had moeten stellen, had meteen een titel met panache.   Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen ?

Eco achterna?

Het is een reflex geworden.  Telkens het onderwerp bibliotheek ter sprake komt, volgt automatisch de verwijzing naar Umberto Eco's succesboek In de naam van de Roos.  Professor Pierre Delsaert en zijn medewerkers reageren niet echt geprikkeld op mijn opmerking in die zin.  Maar ik ben blijkbaar niet de eerste die hiermee komt aandraven, want zij pareren gevat.  "Bij Eco gaat het om een verborgen bibliotheek, de tentoonstelling stelt gebruiksbibliotheeken in de kijker.  Dat is toch iets anders."

De opdracht van het Antwerpse Provinciebestuur aan de Universiteit Antwerpen was duidelijk omschreven : het valoriseren van het oude boekenbestand van vijf abdijen uit de provincie, met name Averbode, Bornem, Postel, Tongerlo en Westmalle. Stuk voor stuk hebben die abdijen inderdaad een belangrijk patrimonium weten te bewaren.  Nochtans is een dergelijk bezit erg kwetsbaar   Het kan ten prooi vallen aan oorlogen en revoluties,  aan water en vuur, om van de menselijke bekrompenheid maar te zwijgen. 

Het onderzoek heeft het vermoeden meer dan bevestigd.  Wat die bedreigingen betreft, zijn er in onze gewesten twee sleutelmomenten : de godsdienstige strubbelingen in de zestiende eeuw en vooral de Franse Revolutie.  Beeldenstormers handelden eerder in een opwelling die plaatselijk erg radicale gevolgen kon hebben.  Je kon pech hebben, maar het kon ook meevallen.  Daarentegen gingen de Franse Revolutionairen wel systematisch te werk.  Kloosters en al hun bezittingen werden verbeurd verklaard en dat hield meteen ook de inbeslagname van hun boekenbezit in.  Zo kwam de overheid in het bezit van een enorme massa boeken waarvan zij niet altijd wist wat ermee aan te vangen.  Een deel ervan belandde in de Ecoles Centrales, de pronkstukken van het nieuwe onderwijsstelsel.  Zo kwamen bijvoorbeeld de boeken uit Averbode in de Universiteit van Luik terecht.  Wanneer ook de grote openbare bilbiotheken bediend waren, bleef een aanzienlijke massa papier over dat op één of andere manier zijn weg op de markt moest vinden, onder meer via veilingen.

De inbeslagname gebeurde niet altijd met dezelfde doortastendheid.  Niet elke commissaris gaf zich de moeite om na te gaan of alles wel degelijk aan hem was afgedragen.  Kostbare boeken en documenten werden verstopt en doken in meer rustige tijden op in pastorijen of in privé-bezit.

Na 1830 tekent zich een beweging af om een aantal opgeheven kloosters opnieuw tot leven te brengen.  Hierbij hoort de samenstelling van een bibliotheek, want "een klooster zonder bibliotheek is als een fort zonder wapens".  In de mate van het mogelijke wordt het vroegere patrimonium opnieuw samengesteld, maar dat is niet de eerste opdracht.  Het komt er vooral op aan een werkzaam wetenschappelijk instrument uit te bouwen.  Hierbij speelt vaak de persoonlijke belangstelling van bibliofiele abten en bibliothecarissen een rol.  Rond de helft van de negentiende eeuw hebben de abdijen opnieuw een patrimonium samengesteld : de boeken die tijdens de Franse tijd verborgen werden, hebben meestal hun plaats opnieuw ingenomen, aangevuld met gerichte aankopen en milde schenkingen.  Dit is alvast het geval voor de vijf Antwerpse abdijen.

Binnen dat rijtje bekleedt Westmalle een enigszins aparte plaats : het is een creatie uit de negentiende eeuw.  De collectie volgt echter hetzelfde patroon als de andere abdijen die aanzienlijk ouder zijn en reeds een patrimonium hadden. 

Duizend jaar boekgeschiedenis

Het stereotiepe beeld van de abdijbiblio­theek is dat van het scriptorium en een weelde aan handschriften al dan niet met de rijkste miniaturen versierd.  De tentoon­stellingbouwers verzetten zich tegen dat vertekende beeld.  Rijkversierde handschrif­ten waren pronkstukken en geen werkin­strumenten. Op de tentoonstelling zal wel een selectie handschriften te zien zijn, maar deze vertegenwoordigt slechts tien procent van de tentoongestelde voorwerpen.
Het ligt veel meer in de bedoeling een idee te geven van de functie van deze bibliothe­ken. De voorbereiding van de tentoonstel­ling heeft hieromtrent wel duidelijkheid gebracht. Er bestaat geen vast patroon waarop de bibliotheken zijn uitgebouwd, maar de collecties lopen in grote trekken parallel.  De hoofdthema's zijn godsdienst, recht, wetenschappen en geschiedenis. Typerend is ook de belangstelling voor de plaatselijke geschiedenis. Die evenwichtig­heid en diversiteit  gaan wel in dalende lijn in de tweede helft van de negentiende eeuw en in de twintigste eeuw. De collectie spits zich dan meer toe op religieuze werken.
De aanwezigheid van theologische werken, zowel algemeen als betrekking hebbend op de eigen orde is een voorspelbare con­stante.  De juridische werken horen ook tot het normale bezit. Prelaten en abten hebben immers wereldlijke macht ook als politieke mandatarissen, in de Staten van Brabant bijvoorbeeld. Als grootgrondbezit­ters hebben zij belangen te verdedigen, liefst met onweerlegbare argumenten! Bij de wetenschappen valt het aantal werken op in verband met geneeskunde, maar ook mechanica, architectuur, natuurkunde, aard­rijkskunde en kosmografie zijn goed verte­genwoordigd . Linaeus en Diderot staan er broederlijk naast Augustinus en Thomas van Aquino, naast Erasmus en La  Fontaine.
De bibliotheken zijn duidelijk opgevat als werkinstrumenten. Zij waren en zijn er niet enkel voor de persoonlijke geestelijke ver­rijking maar ook voor de ondersteuning van studerende confraters. Voor de duur van hun studies konden hun werken worden uitge­leend.  Die bewegingen zijn traceerbaar.
De wetenschappelijke opsplitsing wordt soms ook fysisch weergegeven, bijvoorbeeld door een vierkante opstelling van de boek­rekken, één wand per discipline. Daar heb je Eco weer! Die diverse aspecten worden op de tentoon­stelling belicht aan de hand van represen­tatieve werken;  verrassingen worden niet geschuwd.  De klemtoon ligt natuurlijk op werken van vóór 1830.  Na die tijd gaat de diversiteit wat verloren. Het voorwerp boek wordt ook minder spectaculair. Vermits de tentoonstelling voor een breed publiek bedoeld is, wordt geopteerd om met een aantal verrassende stukken uit te pakken, naast werken die representatief zijn voor de mo­nastieke spiritualiteit, indruk of in prachtig regelmatig handschrift.
Abdijbibliotheken zijn oorden van studie en rust. Zij vormen een patrimonium dat op discrete manier onderhouden en gekoesterd wordt. Tentoonstellingen zoals deze honore­ren deze lovenswaardige dagelijkse inspan­ning. Hetzelfde thema had natuurlijk ook landelijk of nog breder kunnen behandeld worden, maar dan zou aan de charme van de abdijbibliotheek als een kleine wetenschap­pelijke microkosmos voorbij gegaan zijn.
De gebruikers van die bibliotheken wisten en weten die eigen sfeer, als uitstraling van geestelijke rijkdom naar waarde te schat­ten. Beweerde een geestdriftige lezer in de bibliotheek van de abdij van Tongerlo niet dat deze in rijkdom die van het Vaticaan overtrof? Het zegt alvast meer over de tevre­denheid van die man dan over zijn inschat­tingsvermogen. Klaarblijkelijk zonk hij weg in 'een zee van toegelaten lust'.

Download hier de pdf

OKV2004.4 Dobberen op zee.pdf