Exact 55 jaar geleden verruilde Felix De Boeck (1898-1995) zijn klompen voor zondagse schoenen, zijn blauwe kiel voor een kostuum en verliet zijn boerderij in het toen nog landelijke Drogenbos ten zuiden van Brussel voor een uitstap naar het Museum van Elsene. Het was geen gewone wandeling, hij ging naar het museum op uitnodiging om er tentoon te stellen. Met die tentoonstelling, die wordt beschouwd als een van de beste van haar tijd, krijgt De Boeck erkenning als pionier van het modernisme.

Vandaag is het Museum van Elsene gesloten tot 2023 wegens verbouwingswerken en dat biedt een unieke kans voor het kleinere FeliXart Museum om nauw samen te werken en een grotere expo te brengen met modernistische werken uit het museum van Elsene en de toenmalige expo nog eens over te doen. Een beproefd recept, denken we maar aan de vroegere tentoonstelling Grenoble 1927 in 2012, waarbij het museum een historische remake deed van de beroemde expo uit 1927.

Wie durft

Abstracte kunst in vogelvlucht brengt een hele reeks werken bijeen die de evolutie van het modernisme in ons land schetst, met speciale aandacht voor de abstracte kunst. Er komen niet minder dan vijftig werken, waaronder De duif uit 1927, uit de rijke collectie van het Museum van Elsene, die in dialoog gaan met de werken van Felix De Boeck. Het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten geeft ook enkele werken uit hun interbellumcollectie in bruikleen, die het historisch overzicht vervolledigen.

Felix De Boeck op zijn grote retrospectieve in het Museum van Elsene, 1965 COLLECTIE VLAAMSE GEMEENSCHAP – FELIXART MUSEUM

Felix De Boeck op zijn grote retrospectieve in het Museum van Elsene, 1965 COLLECTIE VLAAMSE GEMEENSCHAP – FELIXART MUSEUM

Pas het jongste decennium is er een toenemende belangstelling in musea voor het modernisme, aangewakkerd door de kunsthandel en de privé-interesse. Het Gentse Museum voor Schone Kunsten bracht in 2013 een mooie overzichtstentoonstelling van de modernistische kunst in België, maar de invalshoek van FeliXart Museum vanuit het perspectief van Felix De Boeck is zeker zo boeiend.

Het verhaal van de tentoonstelling begint in een woelige fin de siècle-sfeer, aan het einde van de negentiende eeuw naar de ontknoping van de twintigste eeuw toe. Een zucht naar vernieuwing en drang naar experimenteren, gecombineerd met de traumaverwerking van oorlogen en crises. Een eerste generatie avant-gardisten breekt met het vroegere realisme en de figuratie en effent het pad voor latere generaties kunstenaars. Wie durft de nieuwe picturale technieken met expressieve vrijheid aan te pakken? Zeker Rik Wouters (1882-1916), maar ook James Ensor (1860-1949), Louis Thevenet (1874- 1930) en Ferdinand Schirren (1872-1944) steken hun nek uit.

Drama's

De Eerste Wereldoorlog dwingt kunstenaars om op een radicaal andere manier de werkelijkheid weer te geven. De eerste abstracte kunstenaars in België zijn Jozef Peeters (1895-1960), Prosper de Troyer (1880-1961), Pierre-Louis Flouquet (1900-1967) en Felix De Boeck. Hun abstracte werken staan voor de visie van het constructivisme: logische composities van eenvoudige geometrische vormen. Deze voorlopers leren elkaar kennen in de kring Doe Stil Voort, toen ze aanvankelijk nog post-impressionistisch werkten. De jaren die volgen zullen ze hun avant-gardistische ideeën verspreiden in de tijdschriften Het Overzicht, 7 Arts en De driehoek. Rond deze periode beleeft Felix De Boeck veel persoonlijke drama’s: na de dood van zijn broer in 1922, verliest hij zijn vader, zijn moeder en vier van zijn vijf kinderen. Dit mondt uit in een reeks Maskers bestaande uit figuratieve geometrie. Van 1935-1936 creëert De Boeck een reeks die een eenvoudige intieme weergave van de natuur verbeeldt die nauw aanleunt bij het Animisme.

Gaston Bertrand, Dunes (Duinen), 1951, olieverf op doek, 65,4 x 80,5 cm COLLECTIE MUSEUM VAN ELSENE

Gaston Bertrand, Dunes (Duinen), 1951, olieverf op doek, 65,4 x 80,5 cm COLLECTIE MUSEUM VAN ELSENE

Twee richtingen

Tijdens het interbellum treedt het avant-gardisme op de achtergrond, om na de Tweede Wereldoorlog de inspiratiebron te zijn voor een tweede generatie kunstenaars die abstractie tot het uiterste doorvoert. In 1944 vindt in de Brusselse galerij Apollo de expo La Jeune Peinture Belge plaats met werken van Gaston Bertrand (1910- 1994), Anne Bonnet (1908-1960), Louis Van Lint (1909- 1986), Jan Cobbaert (1909-1995), Jan Cox (1919-1980), Marc Mendelson (1915-2013) en Luc Peire (1916-1994). De abstracte kunst zal zich na de Tweede Wereldoorlog ontvouwen in twee richtingen: het lyrische op basis van de spontane expressie van de kunstenaar en daarnaast verschijnt ook de geometrische abstractie, gericht op de architectonische constructie van de vormen en kleuren op het doek. In Dunes (1951) van Gaston Bertrand vinden we dezelfde ambiguïteit tussen abstracte vormgeving en figuratieve titels terug, zoals bij De Boeck. Bertrand construeert zijn duinen als scherpe hoeken in zachte verwante tinten, opgeschrikt door een zwarte driehoekige vorm. Zo straalt zijn werk onrustige soberheid uit. Felix De Boeck profileert zich in de periode 1941-1947 als portrettist: hij vervaardigt zowel portretten van familieleden, vrienden en mensen die hij bewondert, als zelfportretten. Het is een zoektocht naar de ziel van de mens en levert een dagboek op van verschillende stemmingen. Daarnaast zal hij van 1952 tot 1955, geïnspireerd door de lichtjes van de Schelde in Antwerpen, de prachtige reeks Nachtlichten schilderen, waarin hij uitblinkt in het decentraliseren en fragmenteren van de lichtbron.

Felix De Boeck, Nachtlichten: land, water en lucht, 1950-1957 COLLECTIE VLAAMSE GEMEENSCHAP – FELIXART MUSEUM

Felix De Boeck, Nachtlichten: land, water en lucht, 1950-1957 COLLECTIE VLAAMSE GEMEENSCHAP – FELIXART MUSEUM

De impuls van de retrospectieve

In 1963, met de publicatie De Abstracte Kunst in Vlaanderen van de gerenommeerde Michel Seuphor (1901-1999), werden de protagonisten van de historische avant-garde voorzien van een eigen historiografie en erkend als baanbrekend. Voor De Boeck brak het moment aan om zijn wens in vervulling te zien gaan met een eerste grote museale overzichtstentoonstelling. Hoewel hij reeds in 1952 in de Galerie Giroux een overzicht kreeg, was het voor De Boeck pas met de retrospectieve in het Museum van Elsene dat hij zich aanvaard voelde.

Jan Walravens (1920-1965), criticus en vriend, nam het initiatief, samen met Jean Coquelet (1928-2015), die van 1957 tot 1988 conservator was van het Museum van Elsene. De tentoonstelling liep van 25 februari tot 4 april 1965 in dit befaamde museum, waar het Brusselse publiek 167 schilderijen en een twintigtal kleine composities, tekeningen en collages kon bewonderen. Walravens, de onversaagde promotor van De Boeck, publiceerde net voor zijn overlijden een lijvige monografie over de kunstenaar en de tentoonstelling kreeg zeer veel aandacht in de media. Dankzij deze retrospectieve groeide de populariteit van Felix De Boeck verder. Hij was toen 67 jaar oud. Na de expo over De Boeck organiseerde Coquelet nog expo’s over René Magritte (1959), Léon Spilliaert (1961), Victor Servranckx (1965), Oscar Jespers (1966), Paul Delvaux (1967) en Félicien Rops (1969). Het illustreert de toenmalige waardering voor de schilder uit Drogenbos. De impuls die de tentoonstelling in Elsene aan de carrière van de kunstenaar gaf, kan niet onderschat worden. Vanaf 1965 volgden de tentoonstellingen en de officiële hulde- en eerbetuigingen elkaar in een versneld tempo op.

Ferdinand Schirren, Les poissons rouges (De goudvissen), z.d., aquarel en Oost-Indische inkt op papier, 25,5 x 34 cm COLLECTIE MUSEUM VAN ELSENE

Ferdinand Schirren, Les poissons rouges (De goudvissen), z.d., aquarel en Oost-Indische inkt op papier, 25,5 x 34 cm COLLECTIE MUSEUM VAN ELSENE

Walter Leblanc, Torsions, 1964, witte katoen- en latexdraad op doek, 100 x 81 cm COLLECTIE MUSEUM VAN ELSENE

Walter Leblanc, Torsions, 1964, witte katoen- en latexdraad op doek, 100 x 81 cm COLLECTIE MUSEUM VAN ELSENE

Een nieuwe golf

Uiteindelijk zal, onder invloed van de internationale Zero-beweging (1958-1966), een nieuwe golf van abstracte modernisten verschijnen, die zal aanleunen bij het minimalisme. Kunstenaars als Guy Vandenbranden (1926-2014), Walter Leblanc (1932-1986), Paul Van Hoeydonck (°1925), Jef Verheyen (1932-1984) en anderen, ontmoeten elkaar in een vernieuwd platform genaamd Groep 1958, of kort G58, die de abstractie nieuw leven wil inblazen. Walter Leblanc (1932-1986) maakt in zijn Torsions gebruik van getorste katoendraden die hij opspant in een monochroom wit vlak. Als pionier keert Felix De Boeck in de jaren 1960-1980 terug naar vlakke composities en herneemt hij thema’s uit de jaren 1920. Zijn synthesereeksen Begin- en eindpunt en Ruimte (1983-1995) vormen de ontknoping van een oeuvre dat het traject van het abstract modernisme in België bloot legt. Zijn minimalisme ligt in het punt waaruit niet alleen alles ontstaat, maar waar alles ook naar terugkeert. Dat punt ligt de komende maanden in het FeliXart Museum. De duif keert terug naar haar kot.

Tentoonstelling

Abstracte kunst in vogelvlucht – Van 18 juni tot en met 2021 – Open: donderdag t.e.m. zondag van 10.30 tot 17.00 uur – Groepsbezoeken zijn ook mogelijk alle andere dagen van de week, mits reservatie – FeliXart - Museum Kuikenstraat 6, 1620 Drogenbos – Tel. 02 377 57 22 – [email protected] - Het museum is rolstoelvriendelijk

Download hier de pdf

Abstracte kunst in vogelvlucht