Wanneer in 1967 de Antwerpse kunstenaar Vic Gentils de laatste elementen van zijn meer dan levensgroot schaakspel heeft afgewerkt, eindigt, volgens zijn eigen woorden, een nachtmerrie. Twee jaar lang heeft hij geworsteld, niet zozeer met het materiaal maar vooral met de vormentaal die hij deze reeks sculpturen wou geven.
Het is aanvankelijk gestart als een spel maar de uitwerking verliep als een gevecht. Op verzoek van zijn kunstgalerij zou Gentils deelnemen aan een tentoonstelling met als thema: het meubel als kunstobject. Hij kreeg als opdracht een stoel te maken en ontwierp een mensstoel. 'Ik ben uitgegaan van een échte stoel, heb er de poten afgeslagen en er de poten van een vleugelpiano voor in de plaats gezet. Op die stoel heb ik dan een figuur opgebouwd ; ik zette er een klokkekast op en dat werd voor mij een soort koningin. Dat was de eerste figuur, de eerste stoel-mens. Toen die klaar was, vroeg ik me af : waarom er geen tweede naast zetten ? Zo is de koning ontstaan, en toen de koning en de koningin er waren, kwam de vraag op : waarom nu geen schaakspel ?'.