In 1946 richtten de filmproducers Albert Lewin en David L. Loew zich tot twaalf surrealistische schilders met het verzoek een werk te maken dat de bekoring van Sint Antonius zou voorstellen. Het schilderij moest figureren in hun film 'Bel Ami', naar een novelle van Guy de Maupassant.
In het oorspronkelijk verhaal speelt een schilderij, 'Christus wandelend op de golven' voorstellend, een belangrijke rol. Maar aangezien de Amerikaanse filmcensuur zich verzet tegen de voorstelling van Christus in een film, werd het thema van de Bekoring ervoor in de plaats gesteld. Men had geoordeeld dat dit onderwerp een geschikte illustratie bood van de strijd tussen goed en kwaad in het œuvre van de Maupassant. Van de twaalf aangezochte schilders stuurden elf een werk in : Ivan le Lorraine Albright, Eugene Berman, Leonora Carrington, Salvador Dali, Paul Delvaux, Max Ernst, Louis Guglielmi, Horace Pippin, Abraham Rattner, Stanley Spencer en Dorothea Tanning. De twaalfde, Leonor Fini, maakte verstek.
De jury, samengesteld uit Alfred H. Barr jr., Marcel Duchamp en Sidney Janis, bekroonde het werk van Max Ernst. Deze beslissing werd niet zonder enige moeite genomen vermits Marcel Duchamp in de cataloog van de wedstrijd preciseerde dat de juryleden het aanvankelijk niet eens werden in hun keus van de eerste, tweede of derde prijs. In het palmares komt het hier besproken werk van Dali op de tweede plaats.
Zoals het geval is met de meeste besluiten van jury's werd ook dit van de prijs Bel Ami aangevochten, door sommigen meer bepaald om het werk van Dali naar voor te schuiven. Men schreef over Dali's Bekoring dat het de zoveelste uiting was van 'de meest overrompelende picturale verbeelding van onze tijd'. Waarbij, zoals dat in het geval Dali wel vaker gebeurt, het werk en de persoonlijkheid van zijn maker als een ondeelbaar geheel wordt gedacht.