Een portret bekijken is een fascinerende bezigheid, omdat wij onszelf kunnen betrappen op een benaderingswijze en inlevingsintensiteit, die een ander schilderij ons gewoonlijk niet in die mate opdringt.
Wanneer een Kruisiging of een Veldslag onze aandacht boeit zien we in de eerste plaats - hoe dramatisch ook - een geschilderd tafereel. We bekijken de scène dus niet als zouden we ze zelf bijwonen, zoals de erop afgebeelde personages doen. Bij een portret ligt het meestal anders, ledereen die een portret bekijkt is bijna automatisch onderhevig aan die merkwaardige geestelijke omschakeling, die 'in het schilderij' in plaats van 'naar het schilderij' doet kijken, en dit door de hypnotische werking van het afgebeelde gezicht.
Een echt portret schilderkunstig bekijken is slechts mogelijk wanneer men in zekere mate abstractie maakt van de afgebeelde persoon. We kunnen nagaan hoe een mond of een oor is geschilderd, hoe ruimtelijkheid of bladschikking is opgelost, hoe kleur en licht zijn behandeld. Ontmoeten we echter de ogen, dan wordt het moeilijk die plotselinge geestelijke verspringing tegen te gaan, die het medium schilderkunst een ogenblik wegcijfert. Dan bekijken we een persoon die we graag een ogenblik zouden zien bewegen. Niet dat er een moment twijfel ontstaat omtrent afbeelding of werkelijkheid, zoals bij een trompe l'œil. Wel laat onze imaginatie zich ertoe verleiden de afgebeelde persoon als echt in te denken en ook te bekijken alsof hij echt was.