Van der Spek doet geen moeite om 'mooi' te schilderen. Dat versterkt het gruwelijk effect van zijn werk aanzienlijk. De schilderwijze onderstreept de inhoud en geeft de toeschouwer geen kans om van de onlustgevoelens, die de voorstelling op zo'n schilderij bij hem veroorzaakt, over te stappen op een verdovende esthetische beleving van de vorm.
Het schilderij 'B.K.R.-Syndroom' verwijst, in tegenstelling tot al het andere werk van Van der Spek, naar een reële politieke situatie. Hij heeft hiermee de Beeldende Kunstenaars Regeling aan de kaak willen stellen, beter bekend als de Kontraprestatieregeling (sociale regeling vanwege de Nederlandse staat ten voordele van de beeldende kunstenaars), zoals die eruit is gaan zien nadat de regering Biesheuvel er allerlei bepalingen aan had toegevoegd, die een beperking van het aantal kunstenaars, dat van de regeling financieel afhankelijk is, tot gevolg moet hebben.
De verscherpte selectie treft vooral de jongste kunstenaars, voor wie het, aldus letterlijk de toelichting op de B.K.R., 'nog best mogelijk is, om zich op ander werk te richten'. De aspiranten voor de regeling zowel als de kunstenaars die er al 'in zitten' zijn overgeleverd aan plaatselijke commissies (o.a. bestaande uit drie plaatselijke kunstenaars die bij voorkeur niet aangewezen zijn op financiële steun van de B.K.R.), die het 'artistiek niveau' van hun werk moeten beoordelen. Dat dit een onmogelijke opgaaf is hoeft geen betoog.
In 'B.K.R.-Syndroom' zien we duidelijk welk soort overdrijvingen Van der Spek gebruikt om zijn bedoelingen duidelijk te maken. Het lichtelijk overtrokken beeld van een commissiezitting laat geen twijfel omtrent zijn visie op dit gebeuren. De commissie bestaat in zijn ogen uit een stelletje sadisten, dat met kennelijk genoegen in opdracht van de overheid de ene kunstenaar na de andere afslacht.
Met het hakenkruis tegen de achterwand maakt hij een vergelijking tussen de B.K.R. en de cultuurkamer, zoals die in de oorlog bestond. Toen Van der Spek, die in de regeling zat, dit schilderij bij de commissie B.K.R. in den Haag inleverde werd hij prompt uit de regeling gezet en aldus, in termen van zijn eigen schilderij aan de stapel lijken van de commissietafel toegevoegd.