Wat is er op het hier afgebeelde (niet gedateerde) schilderij eigenlijk te zien ? Het thuishoren in het Toneelmuseum is niet de enige reden die doet vermoeden dat het hier om toneel gaat. Ook de geïmproviseerde ruimte, de dieptewerking als gevolg van drie duidelijk te onderscheiden plans, met ieder hun eigen belichting, het gedrapeerde achterdoek, het opgenomen voordoek, het beeld in de nis op de achtergrond (waarschijnlijk wel een herkenningsteken voor de toenmalige schouwburgbezoeker), maakt het feit dat men hier met een vorm van toneel te maken heeft vrij aannemelijk.
Verder zien we een uitgekiende compositie van mensen en mensjes duidelijk frontaal gericht naar de kijker in de zaal, de beschouwer van het schilderij. Het zo verkregen tableau vivant, het gebeuren op het schilderij, paste overigens geheel in het rederijkerspatroon van die dagen. Deze opstelling maakt duidelijk dat het in geen geval om de naturalistische verbeelding van een speelscène gaat. De twee dragende figuren zouden rechtstandig uitgroeien tot reuzen in vergelijking tot de overige personen. Terwille van de compositie is er nog meer geweld aan de proporties en verhoudingen van deze mensen gedaan. Eén geheel been van de meest rechtse figuur bijvoorbeeld is gelijk aan het onderbeen van zijn buurman.
Deze vertooning op een toneel wordt tenslotte 'gestoffeerd' met links Koning Tarquinius en zijn hovelingen op een balkon en rechts een begeleidend orkestje. Hoewel de koning en zijn gevolg in hun 'loge' eigenlijk het publiek vormen, wordt er duidelijk voor derden, n.l. de beschouwers van het schilderij gespeeld. Men kan zich bij het bekijken van het schilderij veel vragen stellen: waaruit bestond Quast zijn opdracht ? Moest hij een Brutus als zot voor Tarquinius schilderen, of moest hij (vijftien jaar oud toen de oorlog hervat werd, en één jaar voor de vrede van Munster gestorven), als tijdsbeeld een onderdrukt volk uitbeelden, waarbij het voorbeeld van Tarquinius, bekend van Visschers prent, voor hem het synoniem van onderdrukken betekende ?
Zeker is dat ons vertrouwde streven naar originaliteit in de kunst in die tijd niet bestond. Men kende niets anders dan de gebondenheid aan een gegeven structuur. Steeds werden bekende thema's ingepast in nieuwe situaties, niet zelden geënt op de klassieken.
De veronderstelling dat Quast een latere uitvoering van Hoofts 'vertooningen', ditmaal in de in 1617 door Samuel Coster opgerichte schouwburg, tot voorbeeld heeft gediend, lijkt vrijwel uitgesloten. Er zijn slechts weinig gevallen bekend waarbij duidelijk sprake is van directe beïnvloeding van een toneelvoorstelling op de schilderkunst.