Het ene stelt het feestmaal voor dat de St. Barbaragilde de Koning aanbood en het tweede de Koning in de hovingen (ommuurde tuin) van deze gilde. Beide schilderijen worden in het museum van Brugge bewaard. In het midden van de hof staat Karel II met rechts naast zich zijn broeder, de Hertog van Gloucester, terwijl hij zijn oudere broer, de Hertog van York, het halssnoer met de gouden papegaai omhangt.
De architecturale opbouw van het schilderij is archaïserend: de twee bomen verbonden door het baldakijn doen onvermijdelijk denken aan de klassieke triomfbogen van de Blijde Inkomsten. Ook de opstelling van de personages om een groter perspectief te bekomen zijn typisch voor de strekking in de Zuid-nederlandse genreschildering van na 1660 zoals die bij Van Tilborch en Van Meunincxhove aan het licht komt: de tweemaal drie gegroepeerde personen op de voorgrond links zijn zeer klein voorgesteld; de personen die de koning omgeven hebben steeds een abnormaal lang gestrekt been waardoor de blik onvermijdelijk verder de diepte in geleid wordt.
Het tafereel speelt zich af in de hovingen van de St. Barbaragilde onmiddellijk na het koningsschot. De aandacht mag wel gevestigd worden op de rijke stofbehandeling van de kleding der personages, maar terzelfdertijd kan de schilder geen afstand doen van het anekdotische in zijn voorstelling: nieuwsgierige kinderen klimmen op de muur om de plechtigheid nog beter te kunnen volgen; er zit er zelfs een in de boom.
Een eigenaardig anachronisme mag niet vergeten worden: in het schilderij van het feestmaal, ook geschilderd in 1617, hangt op de schoorsteenmantel te prijken dit tafereel van het bezoek van de vorst aan de St. Barbaragilde.