OKV2006.3
Een overzichtstentoonstelling in Leeds, Brugge en Swansea laat kennismaken met Frank Brangwyn, een ongemeen boeiende persoonlijkheid die van vele markten thuis was. De expositie biedt een rijke variatie aan kunst en kunstnijverheid en schetst op die manier een accuraat beeld van een tijd die voorbij is.
Op de kaft van een publicatie uit 1916, in volle Eerste Wereldoorlog, met als titel Belgian Art in Exile. A representative gallery of modern Belgian art met teksten van Jean Delville en Maurice Maeterlinck, prijkt de reproductie van een aangrijpend schilderij van Frank Brangwyn: Mater Dolorosa Belgica. Met de publicatie werd geld ingezameld voor een liefdadig doel. Het feit dat voor een werk van Brangwyn werd gekozen was wellicht en onder meer te danken aan diplomatieke overwegingen - op die manier moest men geen keuze maken tussen de Belgen. Maar anderzijds bewijst het ook de emotionele band tussen Brangwyn en ons land.
Sir Frank Brangwyn werd in 1867 te Brugge geboren en woonde er zes jaar. Er was op dat moment een belangrijke Britse kolonie te Brugge, getuige daarvan onder meer het Engels Klooster waar Guido Gezelle nog rector was. Vader Brangwyn had in Brugge zijn atelier als architect, muurschilder, kerkdecorateur en textielontwerper. Vergeten we niet dat we op dat moment volop in de belangstelling voor de neogotiek zitten en dat er tal van realisaties in die periode tot stand komen. Brangwyns vader maakte eigenlijk zijn belangrijkste werk in zijn Brugse periode en behaalt met een vaandel een zilveren medaille op de Wereldtentoonstelling van 1867 te Parijs. De jonge Brangwyn zit dus in het juiste milieu om van kindsbeen af met kunst en kunstambacht geconfronteerd te worden. Twee van zijn broers zullen eveneens bedrijvig zijn in die wereld.