Zo werd in de dertiger jaren in Duitsland mét het expressionisme een bepaald soort realisme van kunstenaars als George Grosz, Otto Dix en Kate Kollwitz verboden, omdat het 'verkeerde' accenten legde en anti-heroïsch was. Een goed voorbeeld van nationaalsocialistisch realisme is 'So war die SA' van Elk Eber. De soldaten zijn afgebeeld als raszuivere helden, de arbeiders waar ze langs paraderen worden door een slungelige houding, weinig nobele gezichten en een enkele opgeheven vuist op de achtergrond als bolsjewieken getypeerd.
Of een van maatschappelijk engagement getuigend kunstwerk als maatschappijkritiek dan wel als propaganda gezien moet worden, is afhankelijk van de vraag of het de staatsideologie van het land van de kunstenaar verheerlijkt of juist een heel andere. Het effect als propaganda is redelijk groot te noemen, maar het effect van realisme als kritiek is sterk afhankelijk van de soort staatsvorm, waaronder het ontstaat.
Hoe dwingender de beperkingen van staatswege zijn ten opzichte van de kunst, des te groter kan, theoretisch gesproken, het effect van een overschrijding van die grenzen zijn. In een betrekkelijk democratisch land als het onze, waar op dit gebied een grote mate van schijnbare vrijheid heerst, wordt iedere poging om via kunst kritiek op het systeem te uiten ontkracht door de geïsoleerde status van kunst en kunstenaar binnen dit systeem.