OKV2008.3
Eenenvijftig topwerken werden van de muren van Buckingham Palace, Windsor en andere koninklijke kastelen gehaald en pronken een zomerlang in de zalen van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel. Een royale geste van de Queen, zoveel is zeker, maar vooral een niet te missen tentoonstelling. Noem het gerust een buitenkans.
Pieter Paul Rubens, Portret van Antoon van Dyck, olieverf op hout, 64,9 x 49,9 cm. The Royal Collection
Dat het Brits koningshuis iets met paarden heeft, is algemeen bekend. De belangstelling voor kunst is misschien niet zo uitgesproken, maar zij valt niet te loochenen. De koninklijke verzameling is indrukwekkend, een onschatbaar patrimonium dat in de jongste vijfhonderd jaar werd vergaard en jaar na jaar blijft groeien. Een deel ervan is te bewonderen in de Queen's Gallery, ondergebracht in een zijvleugel van Buckingham Palace te Londen. Het is maar een topje van de ijsberg. Andere stukken van de collectie zijn te zien in de vertrekken van andere koninklijke paleizen voor zover het publiek ze mag bezoeken en verder zijn er nog duizenden kunstwerken in langdurige bruikleen aan musea toevertrouwd.
Af en toe duiken voorwerpen uit de koninklijke verzameling op in tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Een dergelijke ontlening ervaren de curatoren telkens als een buitenkans. Dat was in ons land onder meer het geval met pronkstukken van Fabergé tijdens Europalia Rusland en een schilderij van Van Dijck tijdens de grote overzichtstentoonstelling te Antwerpen in 1999.
Vandaag beheert The Royal Collection Trust, voorgezeten door prins Charles, de Koninklijke verzameling. Van Charles is geweten dat hij een kunstliefhebber is en een niet onverdienstelijk aquarellist. Maar als kunstverzamelaar moet hij toch zeker onderdoen voor zijn illustere voorvader Charles I, wiens kunstcollectie beroemd was. Rubens noemde hem de meest kunstzinnige onder de levende prinsen en schonk hem als blijk van waardering zijn zelfportret, een werk dat op de tentoonstelling aanwezig is.
Mooie liedjes blijven echter niet duren en wij weten hoe het Charles I verliep. Cromwell rekende erg radicaal met hem af en voor de verzameling had hij al evenmin veel eerbied. Hij maakte ze te gelde. Tijdens de restauratie werd gelukkig opnieuw aangeknoopt met de verzamelaarstraditie.