De Gentse Jenny Montigny bouwt in de eerste decennia van de 20ste eeuw een opmerkelijke kunstenaarscarrière uit, zowel in België als daarbuiten. Vandaag is ze vooral bekend als een van de meest getalenteerde en geliefde leerlingen van Emile Claus. Haar ontmoeting met zijn schilderij IJsvogels in 1892, tijdens een bezoek aan het MSK, maakte diepe indruk. Toch wist Montigny al snel uit zijn schaduw te treden en een eigen artistieke koers te varen.
In 1904 sluit Montigny zich aan bij de kunstenaarskring Vie et Lumière en vestigt ze zich in Deurle, bij Sint-Martens-Latem. Daar ontwikkelt ze een hoogst origineel en individueel oeuvre. Haar voorstellingen van het plaatselijke schooltje en de zonovergoten speelplaats zijn ongeëvenaard.
Even kenmerkend is haar benadering van het buitenleven en het landelijke bestaan langs de Leie, haar fascinatie voor interieurs en portretten, en haar gevoelige verbeelding van thema’s als moederschap en kindertijd.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog verblijft Montigny in Londen, waar ze niet alleen het societyleven in en rond de bekende parken observeert, maar ook de gewonde Belgische soldaten die er worden verzorgd. Deze ervaringen verbeeldt ze in een intrigerende reeks tekeningen en etsen. In 1922 organiseerde ze haar eerste overzichtstentoonstelling in de Gentse Cercle Artistique et Littéraire. Meer dan een eeuw later geeft het MSK Montigny eindelijk opnieuw de aandacht die ze meer dan verdient.
Afbeelding: Jenny Montigny, De begonia's (De tuinier), 1913
Jenny Montigny schilderde bij voorkeur alledaagse taferelen van het platteland en het dorpsleven in Sint-Martens-Latem. Zoals hier in De tuinier zijn die momentopnames geen aanleiding om sociale wantoestanden in beeld te brengen of de zwaarte van de arbeid te benadrukken. Integendeel, Montigny schilderde steevast een harmonieuze samenleving. Het onderwerp zelf lijkt eerder een voorwendsel voor het schilderen zelf, voor haar zoeken om de intensiteit van het licht op het doek te vangen. Uitzonderlijk voor haar oeuvre is het monumentale formaat van De tuinier. De horizonlijn ligt relatief hoog waardoor tweederde van het beeldvlak beheerst wordt door de diversiteit van roze, rood en oranjegeel. Het gehele doek lijkt wel een vuurwerk van rode en roze tinten die ook de lucht en de figuren kleuren.